Kamer op zoek naar wortels antisemitisme

Een lage morele standaard, islamisering, vrijheid van meningsuiting, xenofobie? De Kamer wil nu wel eens weten waar antisemitisme vandaan komt.

Bij Kamerdebatten over antisemitisme staat één ding vooraf vast: alle partijen zijn voor een betere bestrijding ervan. Ook de reactie van het kabinet is voorspelbaar: dat belooft beterschap.

Zo ook gisteren. Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) zegde de Kamer toe dat nog voor de zomer de straf voor uitingen van Jodenhaat omhooggaat. Ook erkende hij dat de registratie van antisemitisme beter kan. „En dat zal dus ook gebeuren.”

De voorspelbaarheid is zo groot dat een debat over de bestrijding van Jodenhaat al snel gaat over de oorzaken van het toenemend aantal uitingen van dit eeuwenoude fenomeen. En dan zijn de verschillen tussen de politici wel aanzienlijk.

D66’er Gerard Schouw sprak over een „gebrek aan acceptatie van het vreemde”. Hij zag het oprukken op meer plaatsen en ook tegen andere groepen. SP’er Ronald van Raak maakte zelfs een historische vergelijking met ‘anti-papisme’. Net als moslims nu, zei Van Raak, werd katholieken „jarenlang ook een lagere morele standaard verweten”. En ook het conflict in het Midden-Oosten staat niet los van groeiend antisemitisme in Nederland.

CDA’er Mirjam Sterk vroeg zich op haar beurt af of „het hele debat over vrijheid van meningsuiting” er niet ook iets mee te maken heeft. Zij kreeg steun van haar partijgenoot Piet Hein Donner, minister van Binnenlandse Zaken. Die concludeerde: „Het zou goed zijn als iedereen van zijn hart weer wat meer een moordkuil maakte.”

PVV’er Joram van Klaveren legde de oorzaak bij de „islamisering” van Nederland. Hij wees op anti-Joodse passages in de Koran en zei: „Niet alle moslims zijn antisemitisch, maar de islam wel.”

Zijn collega’s reageerden gek genoeg verrast op deze voorspelbare verklaring, vooral Cora van Nieuwenhuizen (VVD). Zij hekelde de „toon” van de PVV’er.

De discussie leidde ertoe dat verschillende Kamerleden om een onderzoek vroegen naar de oorzaken van het huidige antisemitisme. Minister Donner antwoordde bijna zuchtend dat meer onderzoek niets zou uithalen. „Ik ben bang dat de oorzaken zo diep liggen dat die moeilijk zijn te achterhalen. Het is niet, zoals de heer Schouw zegt, dat als we de oorzaken kennen, we de uitingen beter kunnen aanpakken.”

Daar hield Donner het niet bij. Ook hij gaf zijn eigen kijk op de oorsprong van hedendaagse Jodenhaat – misschien zelfs wel de meest spectaculaire. Schuldige? De secularisatie.

Tofik Dibi (GroenLinks) sprong er bovenop en wilde weten of dit een kabinetsstandpunt is. Dat niet, zei Donner. Maar hij geloofde er oprecht in. Martijn van Dam (PvdA) schrok ervan. Niet-kerkelijken is toch moeilijk de toenemende intolerantie te verwijten, hield hij de minister voor.

Juist een trouw kerkgaand christen, de gereformeerde André Rouvoet (ChristenUnie), sprak aan het slot van het debat zijn teleurstelling uit over de verbreding van het onderwerp. En al het vingerwijzen. Het had hier over Joden moeten gaan, die toch – zacht uitgedrukt – een aparte geschiedenis hebben. „Als christen voer ik een debat over antisemitisme altijd met een gevoel van schaamte en schuld.”