Invloedrijk en opwindend

Necrologie

The White Stripes maakten rudimentaire rock. Hun ‘Seven Nation Army’ is een klassiek nummer.

Als altijd dossen The White Stripes zich opvallend uit. Deze stierenvechterslook past bij het nummer Conquest, waarop mariachi-trompetten en flamenco-invloeden te horen zijn. Foto V2
Als altijd dossen The White Stripes zich opvallend uit. Deze stierenvechterslook past bij het nummer Conquest, waarop mariachi-trompetten en flamenco-invloeden te horen zijn. Foto V2

The White Stripes, een van de belangrijkste en invloedrijkste bands van het afgelopen decennium, hebben gisteren bekend gemaakt uit elkaar te gaan. Het bericht kwam niet onverwacht: er was sinds Icky Thump (2007) geen nieuwe cd meer gemaakt, en zanger/gitarist Jack White is inmiddels betrokken bij allerlei andere projecten.

Het Amerikaanse duo bestond uit drumster Meg White (1974) en zanger/gitarist/pianist Jack Gillis (1975); ze waren tussen 1996 en 2000 getrouwd, waarbij Gillis de achternaam van Meg aannam. Ze brachten hun debuut-cd uit in 1999, en braken door in 2001, met de cd White Blood Cells, met daarop zowel jankende bluessongs als simpele ballades. Het kale instrumentarium van drums en gitaar werd in de loop van de jaren uitgebreid met bijvoorbeeld marimba en orgel.

Karakteristiek bleven Jacks memorabele riffs in combinatie met Megs straffe drumslagen. Meg kon ze bij live-optredens zonodig 23 minuten onveranderd aanhouden. Klassiek is de Jacks riff in de opening van Seven Nation Army (een verbastering van de jonge Jack White voor ‘Salvation Army’) uit 2003. Het lied is een hoogtepunt van hun carrière. Het werd gecoverd door onder andere Metallica en Joss Stone en tijdens het WK van 2006 groeide het uit tot het strijdlied van het Italiaanse nationale team.

The White Stripes zorgden ervoor dat duo’s met niet meer dan drum en gitaar gangbaar werden. Tot dan toe werd deze vorm voor bands als te beperkt beschouwd, maar The White Stripes schopten het tot stadionoptredens voor tienduizenden aanwezigen.

Begin deze eeuw ontgroeiden ze de rauwe underground-scene van Detroit en werden een internationaal bekende naam, mede door hun aansprekende voorkomen waar alles altijd uitsluitend in de kleuren wit, rood en zwart was. Het duo toonde zich een groot liefhebber van De Stijl. Hun album uit 2001 heette De Stijl, en de hoes was een pastiche op de hoekige schilderijen van Mondriaan en Van Doesburg. Hun beperking van het kleurenpalet kreeg een parallel in rudimentaire rock. Bands als The Black Keys zagen bij The White Stripes dat een duo opwindende, kale rock kon maken.

Na het verschijnen van Icky Thump moest het duo zijn tournee afbreken wegens acute vliegangst van Meg. In de documentaire Under The Great White Northern Lights, een verslag van een tournee door Canada, is het verschil te zien tussen de zwijgzame Meg en de maniakaal sociale Jack, die met iedereen een gesprek aanknoopt.

De afgelopen jaren was Jack muzikaal gezien zeer actief, als aanjager van de bands The Raconteurs en The Dead Weather, en als producer van Laura Marling en oude rocker Wanda Jackson. Hij zal niet eerder verschenen materiaal van The White Stripes uitbrengen op zijn eigen label Third Man. Daaruit blijkt ongetwijfeld weer de belangrijkste nalatenschap van The White Stripes: het idee dat beperking een deugd kan zijn.