In kleine stapjes overgaan naar het andere geslacht

fotoboek

Sarah Wong, Ellen de Visser: Gender-kinderen

D’jonge Hond, 184 blz. €32,50.***

Het gebeurt in de tweede helft van de zwangerschap. Het geslacht van het kind staat fysiek al vast, maar de hersenen van de jongetjes moeten nog aan een piek van testosteron geloven – en de meisjes niet. Meestal gaat dat goed, maar soms zorgen invloeden op het brein voor twijfelgevallen. Eenmaal een paar jaar op de wereld gaat een jongetje zich meisjesachtig voelen, en meisjes jongensachtig. Het genderprobleem is geboren.

Freelance fotograaf Sarah Wong (1963) en Volkskrant-journaliste Ellen de Visser (1966) hebben voor hun boek Genderkinderen elf kinderen, zeven meisjes en vier jongens vanaf 2003 (of 2007) 3, 4 of 5 keer geportretteerd. Mooie, onverschrokken en/of kwetsbare meiden zijn het; verlegen, soms onzekere jongens, die boksen en vliegeren. Ze staan met meer licht dan daglicht paginagroot op de foto; thuis, langs de lijn, op het paard, tussen pa en ma. Ze slikken puberteitsremmers en als ze 18 zijn mogen ze aan hormonen beginnen en geopereerd worden.

Het boek telt vijf hoofdstukken, die de chronologie bestrijken van dit proces: vanaf de diagnose van een zogenaamde gender-identiteitsstoornis – waarvan de specialist in het Amsterdamse VU medisch centrum jaarlijks 80 nieuwe aanmeldingen krijgt – via het stilzetten van de hormoonhuishouding in de puberteit naar uiteindelijk de operatie zelf.

Ellen de Visser mengt in haar verslaggeving medische aspecten en citaten van betrokken specialisten met persoonlijke feiten en observaties van de ‘genderkinderen’ zelf. Die aanpak brengt elk van hen dichterbij, alsof je meeloopt naar wachtkamer, ziekenhuisbed, ouderlijk huis en zelfs de neiging krijgt hen in het oor te fluisteren: ‘doe het niet!’. Maar dan is eigenlijk al duidelijk geworden dat het betrokken kind eigenlijk niets liever wil: het wil en zál worden wat het is. En het boek draagt vooral bij tot begrip voor die situatie: voor de diep gevoelde identiteitscrisis, de dringende behoefte te worden ‘omgebouwd’ en daar alles voor over hebben.

Op de bijna zestig foto’s is in een enkel geval aan minimale veranderingen in het gezicht te zien dat de nodige hormonen al aan hun werk zijn begonnen. Op de meeste andere, jonge en gave gezichten staan bij nader inzien vaak zorg en ernst geparkeerd. Dat verbaast je niets, want je hebt dan al gelezen wat hen aan ingrijpende behandelingen te wachten staat.

Marianne Vermeijden