Hiep hoera voor de e-auteurs

De strijd tussen e-book of papieren boek is schijn. Auteurs kunnen nu het heft in eigen hand nemen.

Zolang Apple maar geen monopolie krijgt op e-books.

Eind januari maakte webwinkel Amazon bekend dat het aantal verkochte e-books sinds kort hoger ligt dan het aantal verkochte paperbacks. De verhouding is 115: 100, in het voordeel van de digitale bestanden. Revolutionair nieuws is het niet, het is eerder de logische uitkomst van een ontwikkeling die al jaren bezig is.

Toch zal het boekenvak de stormbal moeten hijsen, voordat het te laat is en het ‘verdienmodel’ aan duigen ligt.

„Sommigen vinden ook het e-book een bedreiging”, zei Henk Kraima, tot vorig jaar directeur van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), in zijn afscheidsinterview in de Volkskrant. Hij vervolgt: „Maar dat e-book stelt met die 60.000 in 2009 verkochte exemplaren nog steeds geen hoeperdepoep voor, tegenover 45 miljoen verkochte boeken per jaar. Curieus, dat de Libris-keten zélf met e-books ging adverteren - ongeveer alsof je iemand een revolver in handen duwt en vraagt of hij op je wil schieten. Want als het werkelijk een succes wordt, heb je helemaal geen winkel meer nodig, dan regel je alles thuis achter je computer.”

Inmiddels lijken deze woorden op zijn minst achterhaald (en waren ze dat vorig jaar eigenlijk ook al). Kraima’s opvolger bij CPNB, Eppo van Nispen tot Sevenaar, denkt heel anders. Hij „is niet zo’n lezer” en denkt graag “out of the book”, zei hij vorige maand in Boekblad. Als het aan hem ligt, komt het Boekenweekgeschenk in e-bookformaat er snel. Ook zou hij een Idols-achtig tv-programma met jonge schrijvers willen. „Ik ben niet van top-down. Ik ben iemand van ja en hiep hiep hoera.”

Even los van deze tamelijk weerzinwekkende marketingspeak, is zijn welwillendheid tegenover het e-book verfrissend, in de stoffige en niet bepaald van creativiteit uit elkaar barstende wereld van het boek.

De strijd tussen e-book of papieren boek is, het spijt me dat ik dit moet zeggen, schijn. Ongeveer zoals in de titel van Nootebooms novelle Een lied van schijn en wezen, maar dan zonder wezen. De ware strijd is deze: die tussen het verdienmodel van grote uitgevers (en de concerns waarin zij veelal zijn gebundeld) en de wederverkoop enerzijds en de rest van de boekenwereld anderzijds.

Dat had Kraima wel goed gezien, in zijn verzuchting over boekhandels die zichzelf overbodig dreigen te maken.

Hoe die strijd zal aflopen, ligt nu nog in de nabije toekomst verscholen. Maar het muziekindustriemodel (waarin de ‘traditionele’ producenten een flinke bos veren moet laten ten faveure van ‘nieuwe’ aanbieders) is niet onwaarschijnlijk, zeker niet bij een gelijkblijvende dynamiek van ‘het vak’.

De mensen die echt reden hebben om ‘ja en hiep hiep hoera’ te roepen, zijn de auteurs. Die krijgen een historische kans om de exploitatie van hun teksten deels in eigen hand te gaan nemen. Tijdens een debatavond over ‘het einde van de uitgeverij’, vorige maand, deed schrijver Nelleke Noordervliet hierover al enige behartigenswaardige uitspraken. Noordervliet stelt terecht vast dat ‘de auteur’ meer en meer centraal kan komen te staan in de huidige situatie, waarin e-book en printing on demand de standaard gaan worden. De auteur huurt kennis, marketing en redactie in. En zorgt ervoor dat het product tegen een redelijke prijs beschikbaar komt.

Dit kan allemaal eventueel gebeuren binnen de setting van een klassieke uitgeverij, maar dan wel: uitgaand van de producent van het ‘cultuurgoed’, de auteur, niet als melkkoe voor investeringsmaatschappijen. Het is wat dat betreft jammer dat c-SHED, het initiatief van Leon de Winter en anderen om in eigen beheer uit te geven, nog niet online staat.

Zaak is intussen wel, dat er niet allerlei nieuwe monopolies ontstaan, zoals nu dreigt met Apple, met de e-books die via een iPad worden gekocht. Dan valt de markt voor digitale boeken in dezelfde val als de papieren markt; dan wordt winst maken het enige doel, daar waar juist nu, in deze overgangstijd, auteurs het heft in eigen hand kunnen nemen.

In deze nieuwe situatie krijgt de literaire cultuur onvermoede nieuwe kansen. Van kleitablet tot iPad, de cirkel is bijna rond.

Chrétien Breukers is dichter en uitgever.