GroenLinks is terecht voor 'Kunduz'

De politietrainingsmissie in Afghanistan past in de traditie die GroenLinks in de twintig jaar van haar bestaan heeft opgebouwd, vinden Joost Lagendijk en Kathalijne Buitenweg.

GroenLinks is een partij met een open blik naar de wereld. Zij weet dat onze veiligheid onlosmakelijk verbonden is met die van de rest van de wereld. De partij liet al bij haar ontstaan het gebroken geweertje achter zich en steunde sindsdien de meeste vredesoperaties waar Nederland aan deelnam, van de Balkan tot aan Tsjaad.

De meest omstreden operatie was de humanitaire interventie in Kosovo in 1999: een NAVO-oorlog, zonder mandaat van de Verenigde Naties, om de agressie van het Servische Milosevic-regime tegen de bevolking van de provincie Kosovo te stoppen. GroenLinks had het er bijzonder moeilijk mee, net als de Duitse Groenen, omdat de NAVO-strategie sterk leunde op luchtbombardementen. De NAVO-luchtmacht, waaronder Nederlandse F-16’s, viel niet alleen het Servische leger aan, maar verwoestte ook bruggen en fabrieken in Servië, met burgerslachtoffers tot gevolg.

GroenLinks maakte vuile handen, maar is haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de Balkan blijven nemen. Zo is de partij pleitbezorger van de Europese justitie- en politiemissie in het nu onafhankelijke Kosovo. Ook Nederland levert personeel aan deze trainingsmissie, die onder bescherming staat van NAVO-soldaten.

GroenLinks nam geleidelijk ook afscheid van het maximalisme in de Europese politiek dat vaak neerkwam op machteloos boe roepen aan de zijlijn. Het bleef idealistisch, maar gaf steun aan elke stap vooruit, ook al was die soms te klein. De partij steunde het Verdrag van Nice, de verworpen Europese Grondwet en het Verdrag van Lissabon. Stuk voor stuk aanvechtbare compromissen, die de EU echter in staat stelden om grensoverschrijdende uitdagingen beter aan te pakken. GroenLinks bepleitte nadrukkelijk de europeanisering van het buitenlands beleid, vanuit het besef dat ons land alleen in Brussel een vaste plek aan de vergadertafel heeft. De partij was een van de eerste die een lans brak voor verregaande samenwerking en specialisatie van de Europese krijgsmachten – met als consequentie dat een land niet langer ‘nee’ kan zeggen tegen een gezamenlijke missie zonder de partners met een handicap op te zadelen.

In Kosovo en Servië gooiden onze F-16’s bommen om Milosevic op de knieën te krijgen. In Afghanistan vliegen zij straks voor de bescherming van onze trainers en bondgenoten in noodsituaties en voor de opsporing van bermbommen. Waar de NAVO in Kosovo een rebellenleger aan de macht bracht, steunen we in Kunduz de opbouw van een geüniformeerde politie en een onafhankelijke justitie die de mensen juist moeten beschermen tegen privémilities. Alle Europese partners zijn actief in Afghanistan, met een mandaat van de VN, op verzoek van de Afghaanse regering en – althans in Kunduz – met steun van de bevolking.

Kunduz is, anders dan Kosovo, een civiele missie. Vrijwel niemand bestrijdt dat een functionerende Afghaanse justitieketen voorwaarde is voor een verantwoorde exit van de buitenlandse troepen. Waarom dan toch zoveel verontwaardiging bij een deel van de achterban van GroenLinks? De weerzin is vooral te verklaren uit de Amerikaanse strategie om de Talibaan naar de onderhandelingstafel te bombarderen. Die strategie is onverantwoord. Elk burgerslachtoffer levert de Talibaan tientallen rekruten op. Ook de inzet van Afghaanse agenten als stoottroepen tegen de Talibaan, na slechts zes weken training, getuigt van weinig respect voor Afghaanse levens.

De verdriedubbeling van de trainingsperiode voor de door Nederland op te leiden agenten en de nadruk op civiele vaardigheden zijn dan ook de waardevolste toezeggingen die het kabinet-Rutte aan de Kamer heeft gedaan, dankzij de nieuwe GroenLinks-fractieleider Jolande Sap.

Het rumoer binnen de partij is echter ook terug te voeren op de schrille toon die zij heeft aangeslagen over de ‘vechtmissie’ in Uruzgan. In haar kritiek miskende de Kamerfractie dat de Nederlandse inspanningen wel degelijk meer veiligheid – hoe broos ook – en een begin van ontwikkeling hebben gebracht in het dichtstbevolkte deel van de provincie. Nog ongenuanceerder was de actiekrant die het partijbestuur in 2007 verspreidde namens het comité ‘Troepen terug uit Afghanistan’. Daarin stond niets over langdurige betrokkenheid bij de opbouw van een rechtsstaat. Het eerste argument voor terugtrekking van onze militairen was, nota bene, de publieke opinie. GroenLinks heeft niet altijd het afgewogen oordeel geveld dat zij nu van haar achterban vraagt.

Ook de scepsis over sommige toezeggingen die GroenLinks, D66 en ChristenUnie van het kabinet hebben verkregen valt te begrijpen. Zal geen enkele ‘oranje’ agent ooit voor een offensief tegen de Talibaan worden ingezet?

Daar staat tegenover dat de opleiding wel degelijk wordt toegespitst op community policing, op het tegengaan van de rechteloosheid die zoveel Afghaanse mannen en vooral vrouwen tot wanhoop drijft.

Joost Lagendijk is docent en onderzoeker aan de Sabanci Universiteit in Istanbul. Kathalijne Buitenweg is docent en promovendus Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. Beiden waren europarlementariër voor GroenLinks.