Euthanasie bij baby nauwelijks gemeld door arts

Euthanasie bij baby’s wordt nog steeds nauwelijks gemeld bij de daarvoor aangestelde deskundigencommissie. Dat blijkt uit het jaarverslag van de commissie die oordeelt over late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen.

In 2009 en 2010 ontving de commissie slechts één melding van levensbeëindiging van een baby. Vier keer werd de late afbreking van een zwangerschap gemeld.

De reden is dat artsen ‘ondraaglijk lijden’, de voorwaarde voor euthanasie, bij pasgeborenen zeer verschillend beoordelen, zo schrijven twee leden van de commissie in het vakblad Medisch Contact.

De commissie bezocht de afgelopen jaren alle neonatale intensive care units (nicu’s) in Nederland waar te vroeg geboren en ernstig gehandicapte baby’s behandeld worden. Artsen werd gevraagd te discussiëren over een behandeling van een fictief patiëntje. Uit die gesprekken bleek dat neonatologen en kinderneurologen verschillend denken over de geldende zorgvuldigheidseisen, vooral wat betreft de definitie van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Aangezien een baby niet kan vertellen in hoeverre hij lijdt, is het oordeel volledig aan de artsen, en de ouders.

In de fictieve casus kreeg een meisje met een blijvende hersenbeschadiging spierverslappers toegediend. Niet alle artsen interpreteren dit als actieve levensbeëindiging, terwijl het dat volgens de richtlijnen van de commissie in dit geval wel is. Ook beoordelen sommige artsen het ‘gaspen’ (naar adem happen in de stervensfase) als ondraaglijk lijden, terwijl het dat volgens de commissie niet hoeft te zijn. Daarnaast waren de doktoren het oneens of het onthouden van voeding aanvaardbaar is.

De commissie roept op tot meer eenheid in het denken van de verschillende nicu’s en legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij de afdelingen zelf.

De beperkte melding van euthanasie bij baby’s is niet nieuw. In het eerste jaar na haar oprichting, in 2006, kreeg de commissie geen enkele melding van levensbeëindiging. Tussen 1997 en 2004 werden bij justitie nog 22 gevallen gemeld: allemaal baby’s met een open rug. De in 2007 ingevoerde ‘20-weken-echo’, die deze aandoening kan opsporen, heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat minder baby’s met een open rug geboren worden, omdat abortus dan nog mogelijk is.

Het ene geval van euthanasie dat wel gemeld werd heeft niet tot vervolging geleid. Volgens de commissie was zorgvuldig gehandeld.