De Loreley houdt haar gevaarlijke betovering

„Groot en gecompliceerd” noemt het Schiedamse bedrijf Mammoet de berging van het gezonken tankschip in de gevaarlijke Loreleybocht in de Rijn. Het bedrijf denkt nog zeker tweeënhalve week nodig te hebben.

Een waterige zon is net over de kim van de Loreley gekomen. Mistflarden drijven boven de Rijn. Het is ijskoud. Aalscholvers duiken naar vis en drogen hun vleugels aan de voet van deze 125 meter hoge rots; een monument in leisteen, uitgehouwen door de natuur.

Hier, bij Sankt Goarshausen, vormen de Rijn, de kliffen, de vervallen burchten en de verderop gelegen wijngaarden een mythisch landschap van overweldigende schoonheid. Het is het Duitsland van de ansichtkaarten.

Op het uiterste puntje van een landtong staat een bronzen beeld van een naakte waternimf met lange haren. Ze draagt de naam van de rots – Loreley.

Op krap dertig meter afstand van haar ligt een boot op z’n zij. Gestrand en in het hard stromende water met moeite in toom gehouden door ankers, drijvende kranen en sleepboten. Het gekenterde schip past niet in deze rivieridylle, het verstoort de perfectie.

Aan boord van het inspectievaartuig Burgund kijkt Martin Mauermann, een 63-jarige Rijnkenner, van het scheepswrak naar het standbeeld. „Ja”, zegt hij peinzend, „je zou er bijgelovig van worden. Toen ik gebeld werd en hoorde dat bij de Loreley een tanker was gestrand en dat er doden waren, was m’n eerste gedachte: ze heeft weer gezongen.”

Mauermann is een nuchter mens. Hij is chef van het Wasser- und Schifffahrtsamt Bingen, de scheepvaartdienst waaronder dit deel van de Rijn valt. Hij gelooft niet in sprookjes. Mauermann gelooft in waterstanden, stroomsnelheden en scheepstonnages.

Maar zoals veel mensen die hier aan de rivier wonen of ermee te maken hebben, is de legende van de zingende Loreley bekender dan hem lief is. De waternimf trekt met haar betoverende gezang schippers aan. Bedwelmd raken ze uit koers, slaan op de rotsen en laten het leven.

Zo luidt de mythe, veelvuldig door Duitse dichters en schrijvers bezongen. Het beroemdste gedicht over de Loreley is van Heinrich Heine, wiens ballade over de kwaadwillende waternimf onvervreemdbaar tot het Duitse cultuurgoed hoort. Haast iedereen in Sankt Goarshausen en omgeving weet, of denkt te weten, dat het verhaal onzin is. En toch komt het steeds ter sprake: „Ze heeft weer gezongen.”

Een bronzen buste van Heine (1797-1856) staat op de kade in Sankt Goarshausen. De dichter heeft uitzicht op de rots, de nimf, het water en op het gestrande schip. De Loreley vormt een berucht punt in de Rijn. De rivier maakt hier een bocht, het bed is smal, er zijn ondieptes en de stroming is overweldigend. Zeker bij hoog water.

Ondanks alle moderne navigatiemiddelen moeten schippers hier extra opletten. De Loreley is een scheepskerkhof. In de loop der eeuwen is het er vaak fout gegaan; de mythe is niet uit de lucht gegrepen. „Een veeleisende passage” – zo noemt Martin Mauermann de plaatselijke doorvaart.

In de vroege ochtend van 13 januari krijgt de schipper van het Duitse tankschip Waldhof, dat stroomafwaarts vaart, de Loreley in zicht. De Rijn is door smeltende sneeuw sterk gezwollen. „Het water leek dol geworden”, zoals een bewoner van Sankt Goarshausen zich die dag herinnert.

De 110 meter lange Waldhof heeft als lading 2.378 ton geconcentreerd zwavelzuur aan boord, verdeeld over zeven tanks. Het in 1993 gebouwde schip heeft dubbele wanden. Het is onderweg van het Duitse chemieconcern BASF in Ludwigshafen naar Antwerpen.

Precies ter hoogte van de Loreley verdwijnt het schip plotseling van de radar. De waterpolitie ontdekt de Waldhof korte tijd later bij het standbeeld van de nimf. Gekenterd, met de kiel naar boven. Op de romp zit een gewond bemanningslid. Zes kilometer stroomafwaarts wordt een matroos gevonden, onderkoeld maar levend. De twee bemanningsleden van de Waldhof zijn officieel vermist. Niemand houdt er rekening mee dat ze nog leven.

De rivier wordt meteen voor alle scheepvaartverkeer afgegrendeld. Er is explosiegevaar: als water bij zwavelzuur komt, ontstaat waterstof. Dat maakt de berging tot een ware uitdaging. De Duitsers contracteren het Nederlandse bergingsbedrijf Mammoet in Schiedam, dat ondermeer een zwaar kraanschip, de ‘Amsterdam’, naar de onheilsplek stuurt.

Zo is de situatie vandaag de dag: de ‘Amsterdam’ heeft de Waldhof deels boven water getild. In de romp zijn gaten geboord om stikstof in de tanks te blazen, die de ontstane waterstof inmiddels heeft verdreven. Daarna wordt het zwavelzuur in aken overgepompt; een delicaat en niet ongevaarlijk werk. Dan pas kan de Waldhof worden geborgen.

Ondertussen is het de scheepvaart stroomafwaarts (dalvaart) dagenlang verboden geweest om de Loreley te passeren. Sinds gisteren worden mondjesmaat weer schepen toegelaten, nu het explosiegevaar geweken is. Stroomopwaarts (bergvaart) zijn wel steeds schepen doorgelaten.

Tegenstrooms is het minder moeilijk een vaartuig onder controle te houden. De havens van Wiesbaden, Mainz, Mannheim en Ludwigshafen liggen nog steeds vol wachtende Rijnaken, waaronder veel Nederlandse. (zie: Miljoenenschade door grootste naoorlogse crash op de Rijn).

Door de plek en de mythe van de Loreley is de stranding van de Waldhof een puur Duits verhaal. Door de getroffen binnenvaart en de berging heeft het Nederlandse trekken gekregen.

Dat Mammoet – circa 1 miljard euro omzet, 3.600 werknemers en het hoofdkantoor in Schiedam – de complexe berging uitvoert, is in de scheepvaartsector geen verrassing. In 2001 verwierf de onderneming internationale bekendheid door het lichten van de Russische onderzeeboot Koersk, samen met sleepbedrijf Smit.

„Die Holländer sind cool”, zegt een scholiere van het Wilhelm Hoffmann Gymnasium in Sankt Goarshausen. Ze drinkt samen met een tiental klasgenoten koffie in bakkerij Laquai, pal tegenover het station. „De Hollanders hebben de Koersk geborgen. Die tanker bij ons voor de deur kunnen ze ook aan.”

Johan Pastoor van Mammoet vergelijkt de spectaculaire berging van de Koersk, graag met die van de Waldhof. „De stroming, de gevaarlijke lading, de moeilijke ligging van het schip; er zijn zeker parallellen.”

Mammoet, met 25 man ter plaatse, denkt nog zeker tweeënhalve week nodig te hebben. „Maar dan moet alles glad verlopen”, zegt Pastoor, die de berging „groot en gecompliceerd” noemt.

Mauermann van de scheepvaartdienst zegt dat de berging „iedereen tot aan zijn grenzen brengt”. Bij hoog water en sterke stroming kun je bij de Loreley als je stroomafwaarts vaart „zomaar de controle verliezen”, zegt hij. Hij steekt een sigaret op en zwijgt langdurig.

`

‘Heb je net de crisis gehad, krijg je deze schade’

Joost Witte (38): „Je kunt je wel druk maken. Maar je wint er niets mee. Ik heb de indruk dat we er wel eerder langs hadden gekund. Maar Duitsers zijn ó zo voorzichtig. Of ze gelijk hebben gehad, kun je niet bewijzen. Je weet niet wat er zou zijn gebeurd als ze ons hadden laten passeren. Van de honderd keer gaat het waarschijnlijk negenennegentig keer goed. Maar het zal maar net die ene keer zijn. Ik heb net telefoon gehad. We mogen afvaren. Ik had al zo’n vermoeden. Daarom ben ik vanochtend om vier uur van huis vertrokken en hier naartoe gereden. Nee, ik ben niet de hele tijd op het schip geweest. Ik heb thuis in Spijkenisse afgewacht en de situatie via internet en collega’s in de gaten gehouden. We varen met de Parkkade. Die is honderdtien meter lang. We varen met raapolie van Rotterdam naar Mainz. Daar wordt olie voor levensmiddelen van gemaakt, en ook brandstof. We hebben gelost. Maar we konden niet terug. Ja, dit is een behoorlijke schadepost. Voor mij persoonlijk. We hebben al een economische crisis gehad en nu komt dit er nog bovenop. En je kunt je niet verzekeren tegen stilliggen. De premie zou even hoog zijn als de schade die je lijdt.”

‘Het ruim is geverfd. De mast is gepoetst’

Henjo van Twillert (57): „Dit schip heet de Joline. Ik zit achter de computer te kijken naar live beelden van de webcam bij de Loreley. Volgens mij hadden we twee weken geleden al kunnen varen. We hadden er al lang langs gekund. De bergvaart kan er wel langs. Dan kunnen wij toch ook? De Duitse autoriteiten zeggen al twee weken dat het nog twee weken gaat duren. Ik ben benieuwd. Het is weer typisch zo’n houding van mensen die bang zijn dat zij verantwoordelijk worden gesteld voor als er iets fout gaat. Wij zijn in totaal honderdnegentig meter lang en voorlopig mogen wij er nog niet langs. Alleen de kleinere schepen mogen dat voorlopig. Het ruim is nu leeg. We wachten met het laden van containers tot we zeker weten dat we kunnen varen. Ondertussen doen we onderhoud. Het ruim is geverfd. De mast is gepoetst. We hebben vandaag een nieuw zeil gelegd voor in de matrozenwoning. We onderhouden de computer. We vervoeren normaal gesproken containers uit Rotterdam naar Mainz en verder naar Karlsruhe. Bij Wörth laden we trucks uit de Mercedesfabrieken. Die varen we terug naar Rotterdam. Daar worden ze overgeladen want ze zijn voor de Engelse markt. Kijk maar, alle sturen zitten rechts.”

‘Tsja wat doe je? Uitslapen en nog eens uitslapen’

Adolf Delfsma (60): ,,Ik heb nog geluk gehad. Ik was met de Alazani van Antwerpen op weg naar Mannheim en heb het schip bij de Loreley mogen passeren. Het was toen hoogwater. Maar dat maakte het niet gemakkelijk, hoor. Er stond daar een heel rare stroming. Nu kunnen we niet meer terug. We vervoeren zand voor de glasindustrie. We willen naar Gestringen bij Lübeck. Dat gaat vandaag nog niet lukken. We hebben drie weken oponthoud gehad. Dit grapje heeft mij al bijna 30.000 euro gekost. Ik had twee vaarten kunnen maken in de tijd dat ik stil heb gelegen. Nu moet ik het de rest van het jaar zuinig aan doen. Ik had de woning op het schip willen opknappen, de ramen van dubbel glas voorzien. Dat is nu te duur geworden. We zijn hier twee weken op het schip geweest. Ja, wat doe je. Uitslapen en nog eens uitslapen. Ik heb de motorkamer opgepoetst. Een beetje televisie kijken. Ik begrijp best dat we er niet door mogen. Ik heb wel een idee hoe het ongeluk is ontstaan. Dat komt doordat er een middenschot in het ruim ontbreekt. Met de zware lading is het schip daardoor instabiel geworden. We hebben geen huis. We zitten altijd op dit schip.”

‘De schade is enorm, wel 3.000 euro per dag’

Fred Sas: „Het is hier een grote rotzooi. We hadden er al veel eerder langs gekund. Vooral toen het hoogwater was, want dan heb je meer ruimte. De Duitsers zijn supervoorzichtig. Dit zou in Nederland niet zijn gebeurd. Nederlanders hebben veel meer kennis op dit gebied. En is de Loreley gevaarlijk? Nou, in de Maas en de Sambre stroomt het water ook als een kogel, hoor, veel sneller dan hier in de Rijn. Nee, dit is allemaal onzin. De schade is enorm. Ik verlies wel 3.000 euro per dag. Dat haal ik dit jaar niet meer in. We varen met de Barbossa. Hij is 105 meter lang. We komen uit Heilbronn aan de Neckar. We varen met geperst oud ijzer. We liggen hier nu twee weken. We willen de Moezel op, naar Frankrijk. Ik hoop dat we snel kunnen varen. Je kunt met dit weer ook nergens heen. In de zomer kun je nog wat gaan vissen of aan de barbecue gaan. Dat gaat nu niet. We zitten hier de hele dag televisie te kijken en koffie te drinken.”

Tekst: Arjen SchreuderFoto’s: Rien Zilvold