Creatiever met elektroden op het hoofd

Probeer deze puzzeltjes eens op te lossen. U mag steeds één lucifer verleggen om de som kloppend te maken. U heeft zes minuten voor elke som.

Lukt het? Goed gedaan. De bovenste is gemakkelijk. Maar in een experiment lukte het maar 20 procent van de proefpersonen om binnen de tijd de goede oplossing te vinden van de tweede puzzel. 45 procent slaagde bij de derde.

Lukt het niet, dan is er hoop. Met twee elektrodes op uw hoofd gaat het veel beter. Met lichte elektrische hersenstimulatie kan 60 procent van de mensen de tweede, moeilijkste puzzel aan en zelfs 85 procent de onderste. Gisteren verscheen het experiment, uitgevoerd door de Universiteit van Sydney, in het wetenschappelijke tijdschrift PLoS One.

Hersenstimulatie, een meer dan honderd jaar oude techniek, is opnieuw in de mode in de wetenschap. Iemand krijgt twee elektrodes op zijn hoofd die een lichte stroom door de hersenschors sturen. De elektrodes met sponsjes worden met een hoofdband op hun plaats gehouden. Het enige wat een mens ervan voelt, is een tijdelijke tinteling.

Deze ‘transcraniële gelijkstroomstimulatie’ (tDCS) kan goed zijn voor het denken, is de laatste jaren gebleken. Mensen leren cijfercodes, bewegingen en woordjes beter aan als het juiste deel van hun hersenen gestimuleerd wordt tijdens het oefenen. De stimulatie maakt de hersencellen lokaal gevoeliger voor prikkels, of juist ongevoeliger naar gelang de stroomrichting.

De afgebeelde luciferpuzzels vereisen creativiteit, een flits van inzicht of – erg gewaardeerd in managerskringen – out of the box denken. De stimulatie was gericht op een deel van de hersenschors, net boven de oren, dat betrokken is bij zulke plotselinge inzichten.

Allan Snyder remde de linker ‘anterieure temporaalkwab’ en stimuleerde de rechter. Twee controlegroepen kregen hetzij omgekeerde stimulatie, of nepstimulatie. Bij nep-tDCS gaat de stroom even aan en dan weer uit. Links remmen, rechts stimuleren werkte, zoals verwacht, het best.