Adresboekje politici geen handelswaar

Ex-politici mogen best een baan in het bedrijfsleven. Maar laat hen niet verdienen aan hun publieke kennis, stelt Michel van Hulten. Dat gebeurt elders ook niet.

Onze vorige minister-president gaat na enkele maanden wachtgeldtijd werken bij het internationale financiële dienstverleningsbedrijf Ernst & Young. Zijn vorige tweede man, Wouter Bos, werkt inmiddels bij KPMG, en Fokke en Sukke speculeren er in deze krant van dinsdag 1 februari op dat ex-minister André Rouvoet binnenkort wel ‘naar Van Zwol en Wijntjes in Amersfoort zal gaan’ (dat bedrijf bestaat echt).

Naar goed Nederlands gebruik gaat de discussie bij Balkenende over de vraag ‘wat gaat hij verdienen?’ Het commentaar in deze krant concludeert terecht: „morele verontwaardiging over de hoogte [van zijn verdienste aldaar] is misplaatst”. NRC Handelsblad zegt ook: „Het wordt hooguit problematisch als ze [oud-ministers] in die functie opeens andere taal uitslaan dan ze als politicus deden.” Daarmee gaat de krant een stap te ver want ook zonder die andere taal (en dan wordt altijd naar Wim Kok gewezen) is er wel een probleem dat beter besproken kan worden dan onder het tapijt geveegd.

Het bedrijf wil immers gebruikmaken van Balkenendes rijke internationale contacten en hij zal vanwege zijn specifieke kennis ook betrokken worden bij cliënten die zich begeven op het snijvlak van de publiek/private sector. Alle voorgaande kwalificaties komen van zijn nieuwe bedrijf dat rechtvaardigen wil waarom hij er is aangenomen. Wouter Bos is kortgeleden ongetwijfeld ook niet aangenomen bij KPMG vanwege de door hem ooit vervulde functies voor Shell, voor hem golden gelijksoortige overwegingen.

Twintig jaar geleden stonden benoemingen van ex-ministers niet ter discussie. Zij stapten over naar een of meer andere banen, en de maatschappij vond dat best. Er gold hoogstens wat deze krant nu ook vermeldt: gelukkig voor de belastingbetaler, de ex-minister heeft een nieuwe baan, zijn wachtgeld ten laste van het Rijk vervalt.

Begin jaren 90 kregen bestuurders en burgers meer oog voor de macht van informatie die beklijft. Eerder werd je al geacht geen documenten van je ministerie mee te nemen als je aftrad, en je opvolger niet voor de voeten te lopen. Wat veranderde hangt samen met de ontwikkeling van onze maatschappij in de richting van kennisbezit en informatie-uitwisseling. Je zakboekje met namen en adressen wordt waardevoller naarmate je meer geheime telefoonnummers en e-mailadressen hebt. Dat netwerk is van belang voor een nieuwe werkgever.

Corruptie in de klassieke vorm: ‘ik geef jou wat en jij betaalt mij terug’ is in onze contreien niet algemeen: geen geld onder de tafel, geen envelopjes. Er loopt altijd wel een bouwbaas of een havendirecteur tussendoor die van wanten weet, maar deze vorm van criminaliteit is hier niet al te gewoon. In plaats daarvan kennen wij ‘belangenverstrengeling’: ik doe iets voor jou en jij doet iets voor mij’. De woningcorporatievoorzitter die een bevriende aannemer weet, de herkiesbare fractievoorzitter die steunt op een Prins Carnaval, de oud-minister die wel kan zorgen voor een afspraakje met de minister-president. Het gaat nu om kennis en contacten. De machtigen van de aarde kopen hun gelijk niet meer, zij zijn spelers geworden op de markt van macht en invloed.

Dit heeft ertoe geleid dat overal ter wereld ‘gedragscodes’ zijn ontwikkeld om te voorkomen dat publieke kennis op verkeerde wijze ten goede komt aan een enkele private speler in de maatschappij. Obama vaardigde in 2009 een ‘revolving door ban’ uit. Niemand uit zijn naaste omgeving mag binnen twee jaar na vertrek uit zijn regering een baan aanvaarden met de bedoeling er gebruik te gaan maken van zijn regeringservaring.

In Groot-Brittannië kwam in mei 2010 een ministeriële gedragscode tot stand die strikte regels oplegt aan ex-ministers.

Oud-leden van de Europese Commissie mogen gedurende een jaar na hun aftreden geen werkkring aanvaarden op hun Brusselse werkterrein. Er is nu discussie gaande die periode op te rekken tot drie jaar, gelijk aan de periode dat ze nog betaald worden door Brussel na hun vertrek. Ook is er discussie of de beperking tot de eigen portefeuille wel genoeg is. Alle beslissingen van de Europese Commissie zijn immers collectieve beslissingen.

Niets van dit alles in Nederland. Hier laten we het aan de ex over te beslissen of een baan wel gepast is of niet. Of aan de werkgever, zoals nu Ernst & Young dat verklaart: „[...] we zullen geen misbruik van zijn netwerk maken. We zullen integer omgaan met de informatie die hij als premier vergaarde”. Wie bepaalt hier wat integer is en wat misbruik?

De Europese Commissie doet dat anders. Een afgetreden Commissaris moet tijdig melden welke functie hij wil gaan aanvaarden. De nieuwe Commissie oordeelt of dat gepast werk is, zich baserend op het oordeel van, voor elk geval, ingestelde ad-hoccommissies.

De Britten gaan nog verder. Zij kennen een Business Appointment System for former Ministers dat vorig jaar al zijn 11e rapport uitbracht (het eerste in 1996-1998). In 2010 rapporteerde het Advisory Committee over zeven ex-ministers met betrekking tot dertien begeerde benoemingen, en oordeelde dat bij tien van die benoemingen beperkende voorwaarden dienden te worden gesteld. Ook 27 hoge ambtenaren werden beoordeeld op 43 benoemingen waarvan er 31 mochten doorgaan, met beperkingen.

Het wordt tijd dat we ook in Nederland meer objectief worden in onze beoordelingen van politici en hoge ambtenaren die overstappen. Wisselen van functie tussen het openbare en het particuliere domein mag ook ex-politici en hoge ambtenaren niet ontzegd worden. Het is mogelijk zelfs waardevol. Maar wel moeten we een onafhankelijke beoordeling krijgen of de overstap zuiver op de graat is.

Dr. Michel van Hulten is lector Governance bij Saxion Academie voor Bestuur en Recht.