Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Wedloop om grondstoffen leidt tot krapte

Europa is voor enkele belangrijke grondstoffen afhankelijk van invoer. Ook China en India azen op die stoffen. De prijs explodeert.

Een Duitse studie analyseerde enkele jaren geleden het effect van een honderdtal innovaties op het gebruik van grondstoffen en somde zeven materialen op waarvan de vraag in 2030 het aanbod zal overstijgen – met een serieus tekort tot gevolg. En, zo bleek, voor het merendeel van die grondstoffen is de Europese economie volledig afhankelijk van invoer uit de rest van de wereld.

Het onderzoek zorgde voor deining in Brusselse beleidskringen. De snelle expansie van opkomende economieën als China, Brazilië en India – die ook azen op dergelijke strategische grondstoffen voor de eigen industrie – en de snel stijgende prijzen van deze produkten duwden het probleem steeds hoger op de politieke agenda. Het mondde vanmiddag uit in de bekendmaking van een strategisch plan door de Europese Commissie, met een dubbel doel: de invloed van speculatie op de grondstoffenprijzen beperken en de aanvoer van deze strategische materialen beveiligen door handelsakkoorden.

Het plan is volgens deskundigen noodzakelijk. Twee van de meest cruciale grondstoffen die uit de Duitse studie naar voren kwamen, zijn bijvoorbeeld indium en gallium. Van het hoogglansende metaal indium, dat een bijproduct is van lood en zink, wordt jaarlijks circa 568 ton verwerkt in zonnepanelen en platte beeldschermen. Over twintig jaar kan dat meer dan 1.700 ton zijn, schatten analisten, het drievoudige van wat er nu elk jaar uit mijnen wordt gewonnen.

Bij gallium, dat eruit ziet als zilver en gebruikt wordt in microchips, zonnecellen en witte ledlampjes, is de verwachting dat de vraag in 2030 zes maal hoger zal zijn dan het aanbod. Zonder die materialen zal Europa de strategische grondstoffen voor haar technologische industrie missen en dreigt zij de overgang naar een duurzame economie niet te kunnen maken.

In november 2008 trok de toenmalige eurocommissaris voor Ondernemingen en Industrie, Günter Verheugen, aan de bel over dit dreigende grondstoffenprobleem. Hij riep op om een strategisch plan te ontwikkelen om de kwestie van de metaalschaarste aan te pakken. Een aantal werkgroepen ging aan de slag. Eind 2009 bracht de Commissie hierover verslag uit. Tegen eind 2010 moest een allesomvattend plan op tafel liggen. Dit is er nu, maar voor veel industriële experts komt het erg laat. In de VS werd een vergelijkbare exercitie al in 2007 gedaan. Het rapport ging toen dieper in op de gevolgen van materiaalschaarste voor de Amerikaanse economie en defensie, en selecteerde vijf metalen die op een mogelijk tekort op de wereldmarkt afstevenen: indium, mangaan, niobium, de edelmetalen uit de platinagroep en de zeldzame aardmetalen.

De toegang tot strategische metalen is steeds meer een probleem van nationale veiligheid geworden, stelde het The Hague Centre for Strategisch Studies (HCSS) in een vorig jaar gepubliceerd rapport. „De VS, China en Japan volgen een beleid dat erop gericht is de aanvoer van deze grondstoffen te beveiligen”, aldus auteur Michel Rademaker. „De vrijemarktwerking zal hierdoor verstoord worden en dat zal op zijn beurt tot een strakker aanbod leiden.”

Dit lijkt nu realiteit te worden. Grote concerns, door overheden gesteund, zullen volgens HCSS intensiever met elkaar concurreren om de toegang tot deze grondstoffen, bijvoorbeeld door directe investeringen in grondstofrijke gebieden. Dat is iets wat Chinese staatsconcerns al langer doen in landen in Afrika en in Australië. Het antwoord van de Europese beleidsmakers hierop lijkt die wedloop alleen maar te versnellen.