Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Onderwijs

Vrijwilliger nieuwe stijl

Zijn Nederlanders asociaal en hebben ze niets meer voor een ander over?

Dat valt nog best mee. Ze doen nu bijvoorbeeld vaker vrijwilligerswerk dan in 2001.

Nederland , Loenen ,3-11-2007 Koningin Beatrix maakt appeltaart in de keuken van Open Erf de Groote Modderkolk. Op zaterdag 3 november zetten Hare Majesteit de Koningin en Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet zich in als vrijwilliger op het Open Erf de Groote Modderkolk van Natuurmonumenten en Stichting Verdandi te Loenen. Ze hielpen mee met de dagelijkse werkzaamheden op en rond het erf. Op Open Erf de Groote Modderkolk werken Natuurmonumenten en Verdandi samen onder het motto: zorg voor mens en natuur. Op de boerderij wonen en werken tien jongeren met een verstandelijke beperking. Ook zoÕn vijftien andere mensen met een verstandelijke beperking helpen dagelijks onder begeleiding van Verdandi-medewerkers en vrijwilligers met de werkzaamheden. In natuurgebied De Loenense Enk helpen ze bij het beheer en de verzorging van de kudde brandrode runderen. Ook zijn ze actief in het natuurgebied, de moestuin en de boomgaard. De oogst wordt verwerkt en verkocht in de theeschenkerij De koningin en prinses kwamen in het kader van Make A Difference Day (MADD), een jaarlijks terugkerend landelijk evenement waarin vrijwilligerswerk centraal staat. De koningin heeft juist voor Open Erf de Groote Modderkolk gekozen omdat hier op kleine schaal zorg voor mens en natuur samenkomen en waarbij de inzet van vele vrijwilligers onmisbaar. De koningin en prinses staken samen met de bewoners en vaste vrijwilligers van Open Erf de Groote Modderkolk de handen uit de mouwen. Ze werkten tussen de andere vrijwilligers en werden ingepast in de reguliere werkzaamheden. Natuurmonumenten en Verdandi kunnen altijd extra hulp gebruiken om de natuurgebieden goed te beheren of de bewoners te begeleiden bij een zinvolle tijdsbesteding. Beide organisaties zijn vereerd met deze bijzondere geste van het Koninklijk Huis Foto Maarten Hartman
Nederland , Loenen ,3-11-2007 Koningin Beatrix maakt appeltaart in de keuken van Open Erf de Groote Modderkolk. Op zaterdag 3 november zetten Hare Majesteit de Koningin en Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet zich in als vrijwilliger op het Open Erf de Groote Modderkolk van Natuurmonumenten en Stichting Verdandi te Loenen. Ze hielpen mee met de dagelijkse werkzaamheden op en rond het erf. Op Open Erf de Groote Modderkolk werken Natuurmonumenten en Verdandi samen onder het motto: zorg voor mens en natuur. Op de boerderij wonen en werken tien jongeren met een verstandelijke beperking. Ook zoÕn vijftien andere mensen met een verstandelijke beperking helpen dagelijks onder begeleiding van Verdandi-medewerkers en vrijwilligers met de werkzaamheden. In natuurgebied De Loenense Enk helpen ze bij het beheer en de verzorging van de kudde brandrode runderen. Ook zijn ze actief in het natuurgebied, de moestuin en de boomgaard. De oogst wordt verwerkt en verkocht in de theeschenkerij De koningin en prinses kwamen in het kader van Make A Difference Day (MADD), een jaarlijks terugkerend landelijk evenement waarin vrijwilligerswerk centraal staat. De koningin heeft juist voor Open Erf de Groote Modderkolk gekozen omdat hier op kleine schaal zorg voor mens en natuur samenkomen en waarbij de inzet van vele vrijwilligers onmisbaar. De koningin en prinses staken samen met de bewoners en vaste vrijwilligers van Open Erf de Groote Modderkolk de handen uit de mouwen. Ze werkten tussen de andere vrijwilligers en werden ingepast in de reguliere werkzaamheden. Natuurmonumenten en Verdandi kunnen altijd extra hulp gebruiken om de natuurgebieden goed te beheren of de bewoners te begeleiden bij een zinvolle tijdsbesteding. Beide organisaties zijn vereerd met deze bijzondere geste van het Koninklijk Huis Foto Maarten Hartman Maarten Hartman

Niet alleen 60-plussers of moeders zonder betaalde baan doen het. Je hoeft ook niet standaard soep uit te delen, ergens in de kou. En een derde veronderstelling over vrijwilligerswerk klopt ook al niet, bleek onlangs uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet daalt niet, maar is de afgelopen tien jaar juist iets gestegen.

„We hebben absoluut geen reden om ons zorgen te maken”, zegt Lucas Meijs, hoogleraar vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit. In 2009 deed 22 procent van de Nederlanders regelmatig vrijwilligerswerk – in 2001 lag dat percentage iets lager, rond de 19 procent.

Het aantal uren dat vrijwilligers gemiddeld aan hun vereniging of organisatie besteden is wel licht gedaald, vertelt hoogleraar Meijs: in 2001 bedroeg dat aantal uren gemiddeld 5,2 uur per week, in 2009 was dat nog 4,9 uur. Maar daarvan kan de oorzaak heel goed in de technologische vooruitgang liggen: „Een jaar of tien geleden waren mijn bestuur en ik gerust een hele avond bezig het verenigingsblaadje in elkaar te vouwen. Dat is vier, vijf uur werk met vijf personen. Nu heeft één iemand tien minuten werk om alles even te printen.”

Het vrijwilligerswerk verandert de laatste jaren van aard, ziet hoogleraar Meijs. De belangrijkste trends: vrijwilligerswerk flexibiliseert en de ‘vindplaats’ van vrijwilligers verandert. Vroeger was vrijwilligerswerk sterk verbonden met de kerk. „Op zondagmorgen hield de dominee een preek over eenzaamheid en eenzame ouderen, en bij het uitgaan van de dienst stond buiten een vrijwilligersorganisatie te werven, bij wijze van spreken.” Nu vinden mensen vrijwilligerswerk via collega’s, school of sociale netwerksites. Of eigenlijk vindt het werk hen: „Mensen doen vaak pas vrijwilligerswerk als ze ervoor gevraagd worden. Vrijwilligers zijn vooral sociaal actieve mensen, niet per se mensen met veel tijd over.”

De agenda van die actieve mensen zit steeds voller, dus moeten ook organisaties die van vrijwilligers gebruik maken, daar op een of andere manier gaatjes in zien te vinden. Een voorbeeld van een organisatie die daar rekening mee houdt, is Nederland Cares. In 2005 begon de organisatie als Amsterdam Cares, met een groepje jonge werkende mensen die iets voor de maatschappij wilden doen. Dat liep uit op ‘vrijwilligen nieuwe stijl’, zoals directeur Viviane de Bruijne het noemt: de basis is een roulerende pool vrijwilligers, die samen toch structureel hulp verlenen.

Nederland Cares biedt (zorg)instanties zekerheid dat er vrijwilligers komen, terwijl de vrijwilligers alleen hoeven te komen als het hen werkelijk uitkomt. Online kunnen zij intekenen op allerlei klussen: van voorlezen tot huiswerkhulp, van dansen met gehandicapten tot voedselpakketten inpakken. „Zo zorgen we ervoor dat iemand zich niet schuldig hoeft te voelen als hij of zij een weekje niet kan, want het vrijwilligerswerk loopt gewoon door.”

Die aanpak blijkt te werken. Viviane de Bruijne weet nog precies met welke activiteiten Amsterdam Cares begon: een inloopavond voor dak- en thuislozen, een spelletjesavond in een bejaardenhuis en een sport- en spelmiddag voor gehandicapten. Inmiddels zijn daar veertig wekelijkse activiteiten bijgekomen, telt Nederland Cares ruim 4.000 actieve vrijwilligers en is de stichting van Amsterdam uitgebreid naar onder andere Arnhem, Utrecht, Eindhoven en Den Haag. En dat wordt alleen nog maar meer. De Bruijne: „Ons plan is om binnen vijf jaar in de dertig grootste gemeentes van Nederland te zitten.”

En hoe groot is de groep die maar heel af en toe, dus op losvaste basis, vrijwilligerswerk doet? Dat is niet te zeggen, omdat de deelname sterk verschilt van persoon tot persoon, vertelt De Bruijne. Accountants bijvoorbeeld zijn van mei tot oktober actief, omdat ze dan tijd over hebben. „Daarna zijn ze weer druk met jaarrekeningen enzo. Dat kan bij ons. Ik zeg altijd: al doe je maar een paar keer per jaar mee met een activiteit, ook dan ben je goed bezig.”