Van Erdogan mag Mubarak nu opstappen

Als eerste leider in de regio viel de Turkse premier Erdogan de Egyptische president Mubarak aan. Het reflecteert de Turkse regionale ambities.

Het was een opvallend moment in het rumoer van de miljoenenmars in Kairo gisteren. In een week waarin geen regeringsleider in de regio zich nog zeker waant van de steun van de massa’s, scandeerden duizenden ineens de naam van de premier van Turkije, Recep Tayyip Erdogan.

Erdogan had kort daarvoor een boodschap aan de Egyptische president gezonden, die de honderdduizenden als een steunbetuiging voor hun revolte tegen de decennialange almacht van Hosni Mubarak lazen. „Mubarak, je moet de juiste stappen nemen om de eisen van het volk in te willigen. […] Een roep om vrijheid kan niet worden uitgesteld en kan niet genegeerd worden.”

Erdogan verbrak met die woorden niet alleen de stilte van andere regeringen in de regio sinds het uitbreken van de massaprotesten in Tunesië, Egypte en Jordanië. Het was de eerste openlijke aanval van een zittende regeringsleider op de macht van een collega. Niet vaak eerder vertoond in dit deel van de wereld.

De Turkse premier, een gelovig moslim, sprak Mubarak aan op zijn geloof, en ook dat werd in Kairo niet misverstaan. „We zijn allemaal mensen. We zijn niet onsterfelijk. Op een dag gaan we dood en dan zullen we ons moeten verantwoorden voor onze daden. Als we dood gaan zal de imam voor ons bidden, niet voor de premier of de president, maar voor de mens die je was. Het is aan jou om goede gebeden in ontvangst te nemen.”

Met die woorden onderstreepte Erdogan de glansrol die Turkije nu op zich neemt, als regionale grootmacht waarvan de invloed steeds dieper in het Midden-Oosten te voelen is. En als lichtend democratisch voorbeeld voor de Arabische kiezers die al decennia niets te kiezen hebben. „Het Midden-Oosten is synoniem geworden voor bloed, tranen, onwetendheid en schendingen van mensenrechten. Turkije gelooft dat de mensen van het Midden-Oosten dit niet verdienen”, sprak Erdogan.

Ook al is de geschiedenis van Turkije niet vrij van hardhandige interventies door het leger, in de afgelopen vijftig jaar werden er vrije verkiezingen gehouden waarbij de macht geregeld werd gewisseld. De regering van premier Erdogan presenteert zichzelf nu als de voorloper van democratische hervormingen in de regio, niet in de laatste plaats met het oog op de parlementsverkiezingen in Turkije later dit jaar.

Erdogans partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AK-Partij) is de eerste partij opgericht door gelovige en conservatieve moslims die in Turkije aan de macht kon komen (2002) en kon blijven, zonder door de seculiere gevestigde orde verboden te worden. De AK-Partij inspireerde bijvoorbeeld de grootste oppositiepartij in Marokko, die ook AKP heet, islamitische democratie voorstaat maar aanzienlijk minder liberaal is dan zijn Turkse tegenhanger. Ook de Moslimbroederschap die nu in Egypte een belangrijke rol speelt in de protesten, onderhoudt goede contacten met de Turkse regering.

In Turkije aanschouwen commentatoren Erdogans openlijke kritiek op Mubarak met argusogen. „De fundamentalistische Turken zijn niet boos op Mubarak omdat hij dertig jaar lang ondemocratisch Egypte heeft geregeerd maar omdat hij in vrede was met Israël, en geen oorlog met ze voerde”, schreef columnist Burdak Begdil vanochtend in de krant Hurriyet Daily News. Hij vraagt zich af waarom Erdogan niet dezelfde kritiek durft te uiten tegen de leiders van de buurlanden Syrië en Iran.

Hoewel de Turkse regering zich steeds vaker opwerpt als invloedrijke speler in de regio, is de effectiviteit van die bemoeienis beperkt. Ankara moest zich vorige maand terugtrekken uit de onderhandelingen over de regeringscrisis in Libanon. Pogingen om Iran en het Westen nader tot elkaar te brengen in het debat over het Iraanse nucleaire programma liepen tot nu toe op niets uit. En de rol als bemiddelaar in het Israëlisch-Palestijnse conflict verspeelde Turkije in de afgelopen twee jaar, met zijn felle kritiek op de Israëlische regering sinds de oorlog in Gaza in 2008/2009.

Investeerders rekenden in de afgelopen de onrust in het Midden-Oosten af op de beurs in Istanbul. De Turkse lira viel tegen alle internationale valuta, volgens de financiële analisten „omdat Turkije nu toch gezien wordt als de ambassadeur van het hele Midden-Oosten”.