'Tryater-acteurs zijn aaibaar'

Theatergroep Tryater laat Amsterdam een week lang kennis maken met dorps, Fries toneel. „Ook mijn moeder moet het snappen.”

Er leven in de Randstad nog behoorlijk wat vooroordelen over theater in het Fries, vindt acteur Jan Arendz. Een week lang zal de Friese theatergroep Tryater daarom in Amsterdam tonen dat er ook aan de andere kant van de Afsluitdijk kwaliteit te vinden is. In theater Bellevue brengen ze onder de titel De Friezen komen! een selectie van stukken die ze eerder speelden in Friesland, Groningen en Drenthe.

Vanavond staat Jan Arendz in Amsterdam met Arendz’ Arends, een door hemzelf geschreven en gespeelde monoloog over de dichter Jan Arends. „Ik liep al jarenlang rond met het idee. Ik leerde Jan Arends kennen op de middelbare school. Later begon ik zijn leven en werk te ontrafelen, raakte ontroerd. Ik wilde zijn poëzie presenteren, maar een hele avond over een autistische, zwartgallige schrijver zou te zwaar worden. Toen kreeg ik het idee om zijn en mijn leven, dat van een Friese boerenzoon, te vermengen.”

Arendz hoopt door zijn „romantische Friese opvoeding” naast het leven van Jan Arends te plaatsen, duidelijk te maken wat de schrijver miste in zijn leven en waar hij naar zocht.” Jan Arends groeide op zonder zijn vader te kennen en hij probeerde tevergeefs acteur te worden. Hij moest stoppen met een theateropleiding omdat niemand raad wist met zijn neurotische karakter.

Arendz zelf werd grootgebracht in een kleine, warme familie en had het geluk voltijds acteur te kunnen worden bij Tryater.

De meeste Tryater-stukken in Bellevue worden gespeeld in de originele Friese versie met Nederlandse boventitels. Hoewel de keuze voor het Fries karakteristiek is voor Tryater, maakt volgens Jan Arendz niet enkel de taal het gezelschap anders.

„Ons theater staat dicht bij het publiek, het is als het ware dorpstheater”, zegt Arendz. „Ik bedoel hiermee dat onze stukken laagdrempelig zijn, gemakkelijk te begrijpen. Ze hebben ook vaak iets te maken met het dorpsleven. In Friesland zijn er nu eenmaal veel dorpen en we willen dat onze voorstellingen herkenbaar zijn voor, zeg maar, mijn moeder.”

Arendz omschijft zichzelf en zijn toneelcollega’s aaibaar: „Voor onze toeschouwers zijn wij geen ‘artiesten’. Na de voorstelling drinken we een pilsje met hen en luisteren naar hun mening. Wij proberen de signalen van ons publiek op te vangen. Wanneer blijkt dat 80 procent van hen iets niet goed vindt, dan discussiëren we daar binnen het gezelschap over.

Niet dat we op bestelling spelen, want we willen toeschouwers aan het denken zetten, maar onze opvatting is wel dat acteren bestaat bij gratie van een publiek. Je kan in Friesland niet eigenwijs zijn en enkel de ‘kunst’ maken die je wilt. Dan komt er geen hond kijken.”

Angst voor de reacties van het onbekende Amsterdamse publiek heeft Jan Arendz niet: „Ik denk dat ze verrast zullen zijn door de kwaliteit. Deze voorstellingen zijn in Friesland al enthousiast onthaald. Uiteindelijk koester ik bovenal de reactie van ons vaste publiek.”

De Friezen komen! T/m zo 6 feb in theater Bellevue. Vanavond: ‘Arendz’Arends’ (Fries gespeeld, Nederlands boventiteld). Info: theaterbellevue.nl