Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Onderwijs

't Rugzakje voor zorgleerlingen

Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) zet de geplande bezuiniging van 300 miljoen euro op ‘passend onderwijs’ door. Dat heeft ze deze week in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. Daardoor verdwijnt het zogeheten ‘rugzakje’ voor basisscholieren met een handicap.

Niet het individuele kind krijgt voortaan een budget voor extra hulp of lessen, maar de school. Gewone basis- en middelbare scholen moeten voortaan samenwerken met speciale scholen, om te kijken wat de beste oplossing is voor ieder kind met een handicap, variërend van dyslexie tot een psychiatrische stoornis als ADHD.

1Wat is het rugzakje ook alweer?

Het rugzakje (ingesteld in 2003) is geld, waarmee scholen extra begeleiding kunnen geven aan kinderen met een aandoening. Denk aan (lichte) psychische aandoeningen of gedragsstoornissen als autisme, of een lichamelijke handicap. Die school koopt met het budget van het kind extra hulp in, zoals een paar uur ‘remedial teaching’, of speciaal lesmateriaal. Geld aanvragen is gecompliceerd: ouders dienen een verzoek in bij een commissie, die bepaalt of het kind in kwestie inderdaad ‘zorg’ behoeft.

2Er kwamen steeds meer ‘rugzakkinderen’. Hoe kan dat?

In 1997 hadden 80.000 leerlingen extra begeleiding nodig. Tien jaar later waren dat er ruim 100.000. Inmiddels heeft 10 procent van de basisscholieren een label „omdat er iets met hen is”, zoals Van Bijsterveldt het zegt. In het voortgezet onderwijs is dat bijna 20 procent van de leerlingen. Komt dat doordat de kinderen van nu veel ‘bewerkelijker’ zijn dan vroeger? Volgens de Nationale Ombudsman komt het door de neiging van de Nederlandse „onderwijsmachinerie om in standaardkinderen te denken”. Hoe dan ook: de kosten stegen van een half miljard euro in 1997 naar nu 3,7 miljard per jaar. Volgens Van Bijsterveldt werkt het systeem gebruik van het rugzakje in de hand, omdat een diagnose geld oplevert.

3Wat komt er nu in de plaats van het rugzakje?

‘Passend onderwijs.’ Ook al zo’n verhullende term, bedacht door voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA). Vanaf 1 augustus 2012, is de bedoeling, wordt het geld niet toegekend aan het individuele kind (dat met het ‘rugzakje’ dus), maar gaat het naar de school zelf. De scholen moeten vervolgens op zoek gaan naar een „passende plek voor ieder kind”. Met het geld dat de scholen krijgen, zullen leraren worden opgeleid om zorgleerlingen beter te helpen. De professionaliteit neemt zo toe en de bureaucratie neemt af, zegt Van Bijsterveldt.

4En is dat een beter systeem?

Het grootste probleem is de bezuiniging van 300 miljoen euro – op beleid dat nog niet is ingevoerd. Volgens de minister is het mogelijk om tegelijkertijd een nieuw systeem in te voeren én te bezuinigen. Daar denken scholen, schoolleiders en vakbonden anders over. De ‘gewone’ scholen zijn bang dat vooral zij de gevolgen zullen merken. Zij zijn namelijk verplicht de kinderen aan te nemen. En de werkdruk neemt toe voor leraren.

Ook het voortgezet speciaal onderwijs is ongelukkig: daar wordt onder meer bezuinigd door de klassen met 10 procent te vergroten. Volgens de CNV zal de invoering leiden tot een verlies van zesduizend arbeidsplaatsen. Ouders zijn bang dat hun kind in de knel komt. Het kabinet treft de kwetsbaarste kinderen, zegt onder andere PvdA-leider Cohen. Volgende week woensdag voeren belanghebbenden actie in Nieuwegein.