Stoere rugbymeiden dromen van Rio

Op weg naar de Spelen in Rio hebben de rugbysters één ding geleerd van de collega’s van waterpolo en roeien: voor een medaille moet je heel anders leven.

Stoere meiden, die rugbysters. Maar vooral ambitieuze sportvrouwen. Zeventien Nederlandse internationals willen bij de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro een medaille winnen. Een van de speelsters heeft haar baan als dierenarts al opgezegd. Zie hier het directe gevolg van het besluit om rugby over vijf jaar aan het olympische programma toe te voegen.

Steeds weer is er die olympische droom waardoor sporters dusdanig gemotiveerd raken dat ze bereid zijn hun vertrouwde leven overhoop te gooien. Ze moeten ook wel, want informatie van de waterpolosters en roeiers leerde de rugbysters dat er voor een olympische medaille rigoureuze keuzes gemaakt moeten worden. De eerste: onmiddellijk beginnen, want er is geen tijd te verliezen. De concurrentie slaapt nooit. Maar het belangrijkste advies was: ga fulltime sporten.

Dat was schrikken. Fulltime sporten is veel gevraagd voor amateurs. De vragen stapelden zich op. Hoe vul je de dagen? Worden er salarissen uitgekeerd? Is er ook fulltime een trainer? Ben ik bereid mijn baan op te zeggen? Kortom, is het verantwoord zo’n stap te maken.

De antwoorden kwamen van Yves Kummer, voormalig aanvoerder van het Nederlands rugbyteam en een groot liefhebber van die sport. Maar ook de eigenaar van een communicatiebureau, die heeft besloten het olympische project van de rugbysters te leiden. Hij is er formeel bestuurslid van de rugbybond (NRB) voor geworden, maar de realiteit is dat Kummer vrijwel zelfstandig opereert.

Maar goed ook, want nadat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) het Sevens-rugby in oktober 2009 de olympische status had verleend, had de NRB een jaar later nog geen plan en geen sponsors. Hoe anders verging het Kummer, die zijn uitgebreide netwerk aanboorde en binnen een kwartaal de rugbysters een internationaal hoogwaardig programma en een interessante sponsor kon bieden. Hij garandeert hun dit jaar een begroting van zo’n 300.000 euro.

Kummer lobbyde bij sportkoepel NOC*NSF en kreeg de toezegging dat de rugbysters in aanmerking komen voor het sportstipendium, als zij in juli bij de eerste drie op het EK eindigen.

Dat is een cruciale toezegging in de plannen van Kummer, want als de rugbysters na de zomer A-sporter worden, zijn ze verzekerd van een inkomen – ook al ligt dat iets onder het minimumloon – en kan in september zijn grote plan uitgevoerd worden. Vanaf dat moment staan de rugbysters fulltime ter beschikking van de Zuid-Afrikaanse bondscoach Gareth Gilbert (30). Dan kan de weg naar Rio de Janeiro definitief worden ingeslagen.

Maar het is niet aannemelijk dat de zeventien speelsters van het eerste uur ook de Olympische Spelen halen. Gilbert is nog op zoek naar vrouwen met een talent voor rugby, want de vijver van dertig geschikte speelsters is wel erg klein om in te vissen.

Deze zomer zal blijken wie werkelijk bereid zijn hun baan op te geven. De lerares lichamelijke opvoeding Inge Visser heeft die keus voor de sport al gemaakt, evenals de dierenarts Linda Franssen. Aanvoerster Femke Bakkers weet het nog niet. Ze heeft een goede betrekking bij de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging en vraagt zich af of het op 31-jarige leeftijd een verantwoorde keuze is. Franssen is die twijfel al lang voorbij: „Ik wil mezelf later niet verwijten dat ik een kans heb laten liggen. Het is nu of nooit.”

De olympische aspiraties zijn mede gestoeld op het niveau van de Nederlandse rugbysters. In de variant met zeven speelsters – voor het traditionele spel met z’n vijftienen was geen ruimte in het olympisch programma – zijn de Nederlandse vrouwen de nummer twee van Europa en de nummer twaalf van de wereld. Met andere woorden: het is een ploeg met perspectief, vooral als de zaken de komende jaren professioneel worden aangepakt.

„Die puurheid, die bereidheid om een groot doel te bereiken is wat me zo in de rugbysters aanspreekt”, zegt Marten Eikelboom, voormalig hockeyinternational en winnaar van de gouden medaille bij de Olympische Spelen van 2000 in Sydney.

Eikelboom is een van de twee directeuren van hoofdsponsor Atoomstroom, een bedrijf dat uit kernenergie opgewekte stroom levert. Eikelboom: „Met zo’n instelling red je het altijd. Als de rugbysters die spirit vast weten te houden, komen ze ver.”

Reden om geld in het rugbytraject te steken was voor Eikelboom deels emotioneel. „De rugbysters hebben al goed gepresteerd. En ik heb vertrouwen in Kummer als programmaleider. Als de speelsters het serieus blijven nemen en zij straks grote stappen maken, komt er vanzelf meer steun. Kijk naar de hockeysters. Toen die professioneel gingen onder leiding van Marc Lammers werden ze het beste team ter wereld.”

Naast zijn optimisme blijft Marten Eikelboom nuchter en waarschuwt hij voor de keerzijde. De 177-voudig hockeyinternational: „Zodra er geld mee gemoeid is, bestaat het gevaar dat de puurheid verloren gaat. In het hockey worden zelfs huizen gekocht op basis van het hockeysalaris. Dan wordt het gevaarlijk, omdat er om de verkeerde reden topsport wordt bedreven.”