Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Stervende vader leert los te laten in gruizig Barcelona

Biutiful. Regie: Alejandro González Iñárritu. Met: Javier Bardem, Maricel Álvarez, Eduard Fernández. In: 22 bioscopen *****

Hoeveel droevigheid kan een mens verdragen? Als het van Alejandro Iñárritu komt, eindeloos veel. Alleen deze Mexicaanse regisseur kan van twee uur en een kwartier stervensbegeleiding van een crimineel in de krochten van Barcelona zo’n louterende, intense ervaring maken.

Tijdens het draaien van Babel, het sluitstuk van zijn ‘doodstrilogie’ die begon met Amores Perros en 21 Grams, brak Iñárritu met scenarist Guillermo Arriga, bekend om zijn fragmentarische, springerige scripts boordevol personages. Iñárritu doet zijn eerdere werk nu af als melodrama; Biutiful zou zijn eerste tragedie zijn.

Een breuk met het verleden is het zeker. Ditmaal geen kudde hoofdpersonen, geen verhaal dat over de halve aardbol uitwaaiert: Biutiful is eenvoudig en lineair en draait om één persoon op één plek: de criminele scharrelaar Uxbal (Javier Bardem) in de gruizige, groezelige wijk El Raval te Barcelona, waar illegalen aller landen zich verenigen. De camera zit Uxbal benauwend dicht op de huid: wijkt hij terug – als de politie op jacht gaat naar Afrikaanse straathandelaars – dan ontstaat meteen bevrijdende ruimte en dynamiek.

Uxbal houdt met zijn broer Tito het hoofd boven water met marginale handeltjes. Hij bemiddelt tussen Chinese sweatshops en Afrikaanse straathandelaars, koopt agenten om, zet illegalen aan het werk op bouwplaatsen. Maar hij is ook vader van twee kwetsbare kinderen. Echtgenoot van een vrouw met een bipolaire stoornis. Stervend aan kanker. En paranormaal begaafd: Uxbal communiceert, soms tegen betaling, met dolende zielen. De geestenwereld is wonderbaarlijk organisch met zijn realiteit verweven, dat er soms een ziel tegen het plafond hangt, spreekt haast voor zich.

Uxbal schiet altijd tekort: te veel ballen in de lucht te houden, te veel snelle besluiten die soms catastrofaal uitpakken. Dus sloft hij van hot naar her, voorovergebogen, het hoofd tussen de schouders, bezwaard door schuld. Hij heeft zelfs geen tijd om te sterven, want hoe moet dat dan met de kinderen?

Iñárritu vindt dat Biutiful over vaderschap gaat. Uxbal doet alles voor zijn kinderen: daarom heeft hij geen tijd voor ze. De crux is juist loslaten. Ruim anderhalf uur probeert Uxbal zijn labiele vrouw tot modelmoeder te maken, snel geld te verdienen. Alles eindigt in tranen, in een macaber geil carnaval in een discotheek. Daar beseft Uxbal dat hij niets onder controle heeft en vertelt hij eindelijk dat hij sterft: aan een nachtvlinder die dat niet wil horen. Dat moment is cruciaal: Uxbal ziet onder ogen dat vanuit het graf niks meer valt te regelen. Dan is hij klaar zich over te geven, te vertrouwen, te sterven.

Bewonderde je Iñárritu’s eerdere werk als complexe constructies, door de eenvoud van Biutiful vallen andere verdiensten op: het prachtige, intieme camerawerk, het ritme van de montage, het fantastische acteren. De gravitas van Javier Bardem verveelt zelfs na de honderdste close-up niet, maar de ontdekking is toneelactrice Maricel Álvarez die in haar debuut als zijn beeldschoon verlepte, manisch-depressieve alcoholist Marambra elke scène steelt.