Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Riskante 'peespas' stuit op bezwaren in Tweede Kamer

Het bordeelverbod verdween, maar de mensenhandel niet. Tien jaar na dato wil het kabinet een pasjessysteem voor prostituees. De Kamer heeft bedenkingen.

Hij kon met de beste wil van de wereld niet vatten hoe pleidooien voor legalisering van vrijwillige slavernij en seksuele uitbuiting te rijmen vielen met menselijke waardigheid, emancipatie en de integriteit van het lichaam. En hij voelde vervreemding toen de Tweede Kamer besloot prostitutie in bordelen tot een normale bedrijfstak te maken.

Dat zei André Rouvoet (ChristenUnie) tien jaar geleden, toen het parlement besloot het bordeelverbod af te schaffen. Gisteravond sprak de Kamer opnieuw over grote veranderingen in de prostitutiebranche. Rouvoet was er weer bij, en hij blijkt niet van mening veranderd. Datzelfde geldt voor SGP-Kamerlid Kees van der Staaij. Ook hij voerde zowel tien jaar geleden als gisteravond het woord over de prostitutiebranche. Net als Rouvoet is hij van mening dat de beslissing destijds om het bordeelverbod af te schaffen „weinig goeds heeft gebracht en veel kwaad”. Van der Staaij: „De mensenhandel is bepaald niet minder geworden en ook in de legale branche gebeurt veel wat het daglicht niet kan verdragen.”

Alle Tweede Kamerfracties zijn het erover eens dat dergelijke misstanden moeten worden aangepakt. Daarover was gisteravond, tijdens een ruim vijf uur durend debat, dan ook geen discussie. Wel lopen de meningen uiteen over de manier waarop het kabinet de prostitutiebranche wil regelen. Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) heeft het wetsvoorstel van het vorige kabinet overgenomen. Hij wil onder meer een vergunningplicht voor seksbedrijven, een verplichte registratie voor prostituees en een strafbaarstelling voor klanten van een illegale tippelaarster. De minimumleeftijd voor prostituees wil hij verhogen van 18 naar 21 jaar.

Voor dit laatste bestaat een meerderheid van VVD, CDA, PVV, SGP en ChristenUnie. Maar tegen de registratieplicht en het hieraan gekoppelde pasjessysteem (de ‘peespas’) bestaan grote bezwaren, zelfs bij regeringspartij VVD. Die partij wil dat prostituees de garantie krijgen dat registratie „op geen enkele manier tegen hen kan worden gebruikt, hen in gevaar kan brengen of hen chantabel kan maken”. Een pasje brengt risico’s met zich mee, hielden ook andere Kamerleden Opstelten voor. Zij vrezen dat prostituees huiverig zijn zich te laten registreren en in de illegaliteit zullen verdwijnen. „De kans op represailles neemt sterk toe als het voor klanten makkelijker wordt een adres te achterhalen”, aldus Magda Berndsen (D66). Ard van der Steur (VVD) vroeg zich af of alleen een registratienummer op een pasje niet volstaat.

De Kamerleden twijfelen of een ambtenaar in één gesprek kan vaststellen of een prostituee die een pasje aanvraagt dat vrijwillig doet of niet. „De verantwoordelijkheid die zo’n ambtenaar draagt, is bijna niet te bevatten”, zei Van der Steur. Hij kwam dan ook tot de conclusie dat hij het onderdeel van de registratieplicht in het wetsvoorstel „te mager” vindt. Het Kamerlid vroeg minister Opstelten, zijn partijgenoot, het wetsvoorstel aan te passen en het gewraakte onderdeel te schrappen. Dit heeft gevolgen: zonder registratie – en dus zonder pasje – kan een klant die een illegale prostituee bezoekt ook niet strafbaar worden gesteld.

Op een later moment zal Opstelten zijn voorstel in de Kamer verdedigen. Dan krijgt het al jaren durende debat over de prostitutie zijn zoveelste vervolg. Nu toegespitst op de registratieplicht.