Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Republikeinen sturen Obama's koers in het Midden-Oosten

Even leek het gisteren alsof de Verenigde Staten greep hebben op de gebeurtenissen in Egypte. Een gezant van president Obama had in een persoonlijk onderhoud met president Mubarak aangedrongen op diens vertrek, zo lekte de Amerikaanse regering uit. Nog vóór de aankondiging van Mubarak dat hij zich in september niet opnieuw verkiesbaar stelt. Het suggereerde Amerikaanse invloed en regie – al bleef in het midden of daar ook werkelijk sprake van is.

Obama kwam na de verklaring van Mubarak met een eigen toelichting, waarin hij eiste dat de overgang naar een representatieve regering „nu moet beginnen”. Het Witte Huis liet doorschemeren dat deze uitlatingen waren ingegeven door frustratie over Mubarak. Een nieuwe indicatie dat de VS uit zijn op een zo spoedig mogelijk vertrek, nog steeds zonder dat uit te spreken.

Het mijnenveld waarin Obama opereert beperkt zich niet alleen tot de Arabische wereld. Ook binnenslands is dit een thema dat zijn presidentschap kan maken of breken. De voortekenen zijn niet gunstig voor hem.

Het ongeschreven uitgangspunt van zijn buitenlandpolitiek is dat Obama conflicten met de Republikeinen ontloopt. Daarom heeft hij een Republikeinse minister van Defensie, Robert Gates, een man uit de wereld van de familie Bush. En om dezelfde reden liet hij zijn ambities inzake het Israëlisch-Palestijnse conflict al snel varen. Confrontatie met Israël levert automatisch een binnenlandse oorlog met (neo-)conservatieven op. Die prijs is Obama duidelijk te hoog.

Daarom is het logisch dat al zijn openbare stappen inzake Egypte tot nu toe op warme steun van Republikeinen kunnen rekenen. Obama past er zijn uitlatingen op aan. Democratisering van het Midden-Oosten is een relatief nieuw Republikeins streven, het product van de neoconservatieve machtsgreep onder Bush jr. Obama zelf heeft er nooit een punt van gemaakt: bij het aantreden van zijn regering halveerde hij de subsidie voor dat doel.

Dat hij er nu toch een thema van maakt is, behalve steun aan de demonstranten, zijn beste kans de Republikeinen in zijn kamp te houden. Vaste critici als John McCain en Mitch McConnell, de Republikeinse leider in de Senaat, zijn tot nu toe vol lof. Maar niemand hoeft aan de tijdelijkheid hiervan te twijfelen.

Wie goed oplet, ziet dat de messen al worden geslepen. Neoconservatieven als Michael Rubin (National Review) en Max Boot (Commentary) combineerden hun complimenten aan Obama („goed gedaan”, schreef Rubin) gisteren met de voorwaarde dat de president nu moet beletten dat de Moslimbroederschap in de regering komt. Een reeks specialisten heeft vastgesteld dat het ondoenlijk zal zijn dit in een democratisch Egypte te bereiken. Maar alles wijst erop dat Republikeinen hier de hakken in het zand zullen zetten.

Voor Egypte is dit uiteraard zonder belang. Maar voor de binnenlandse positie van Obama is het onheilspellend. FoxNews begon gisteren met „eigen onderzoek” naar „het levensgevaarlijke fundamentalisme’’ van de Broederschap, en de geraadpleegde bronnen maakten meteen duidelijk welke kant dit opgaat. Zo was daar Robert Spencer weer, de blogger (Jihad Watch) die vorig jaar met Geert Wilders’ vriendin Pamela Geller het verzet tegen de zogenoemde Ground Zero-moskee entameerde. Die zaak legde bloot dat kritiek op de islam voor Republikeinen een buitengewoon krachtig politiek wapen kan zijn.

Dit is Obama’s probleem: ook nu hij (impliciet) positie kiest in het Egyptische conflict, staat niet vast dat hij enige greep op de uitkomst heeft. Tegelijk loopt hij het risico dat Republikeinen hem brandmerken als de man die Israël liet vallen en Egypte aan de Moslimbroederschap uitleverde. De discussie over de Ground Zero-moskee heeft geleerd dat dit, voor een zwarte president die volgens 20 procent van de bevolking moslim is, rampzalig kan uitpakken.