Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wielrennen

Mike is geflikt

D it wordt een streekroman in 450 woorden.

Omdat ik zaterdagmiddag als een loodgieter met twee linkerhanden verstopte leidingen in mijn internetbrowser probeerde te herstellen – het ging van kwaad tot erger, en hierdoor alle besef van tijd verloor, miste ik de WK veldrijden voor beloften op de tv. Laat in de avond had ik eindelijk stromend water, het web praatte me bij. De regenboogtrui ging als verwacht naar Lars van der Laar, de zilveren plak was, licht verrassend, voor Mike Teunissen. Chauvinistisch gesterkt kon ik naar bed.

Het drama dat zich had afgespeeld bij de omloop van Sankt-Wendel drong pas maandag tot me door toen mijn ochtendblad De Limburger een gedetailleerd wedstrijdverslag gaf. Mike Teunissen sloeg in de finale een gaatje van vijf seconden. Lars van der Haar liet begaan, een landgenoot verraad je niet. De Drent Tijmen Eising had minder last van patriottistische sentimenten. Hij joeg op Teunissen tot die bezweek. Van der Haar wipte daarop eenvoudig over twee halve dooien heen.

Een enorme foto toont Mike Teunissen op het zilveren podiumtreetje. Zijn rechterarm steekt flauw omhoog, het hoofd hangt in mistroost neer. In het betonnen hoofd herken ik zijn vader.

De vader van Mike was ooit mijn buurjongen. Hij was een paar jaar jonger dan ik, we deelden een passie: wielrennen. We bestreden elkaar op de fiets op een technisch parcours op het schoolplein tegenover onze huizen. Ik won altijd. Niet moeilijk, mijn spieren hadden meer leeftijd. Desondanks was zijn eindschot verraderlijk.

Op een middag trainde hij stiekem op ons parcours dat na een slalom tussen zuilen een bijzonder scherpe bocht naar links nam. Welnu, hij miste die bocht en knalde frontaal op een muur. Daar stond zes weken gestrekt met gesloten gordijnen voor. Maar hij herstelde wonderbaarlijk snel. Toen ik kort na het ongeval de muur inspecteerde zag ik een plukje blond haar in een basis van geronnen bloed tegen de rode baksteen wuiven.

Mikes opa reed wielerwedstrijden bij de veteranen. Hij was een sprintbom die de kneepjes van het vak beheerste. Wie hem belaagde werd zonder pardon tegen de hekken gezet. Konden tegenstanders het nog enigszins appreciëren dat hij met zijn knieën en ellebogen het kreupelhout kliefde, dat hij als een bronstige bok zijn keiharde kop inzette om het pad naar de overwinning schoon te vegen, ging er bij hen moeizaam in.

Gebogen over de krant verbeeldde ik me eenhonderdste van een seconde dat de god van de wielrenners via het medium Tijmen Eising twee generaties later wraak nam. Onzin. Eising zat met goede benen en hij wilde zelf winnen.

De Limburger startte via twitter een poll: is Mike Teunissen geflikt in Sankt-Wendel? De onredelijke streekchauvinist in mij fluistert als een duiveltje: natuurlijk.