Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Lekker fruit, met een bittertje

Het blijft een wonderlijk ding, de bittere sinaasappel. Hij is echt erg bitter.

In sommige mediterrane landen zie je straten omzoomd met sinaasappelboompjes en niemand plukt – dan weet je het al. Bitter.

Bij zoiets sta je altijd weer versteld van de vindingrijkheid van de mens. Kom je een vrucht tegen die gewoonweg niet lekker is en ook nog eens voornamelijk uit schil bestaat, want zo is dat met de bittere sinaasappel, dan denkt die mens niet: jammer dan, dat eten we maar niet, nee, de mens denkt: hoe los ik dit op? Misschien koken? En dan met veel suiker?

En zogezegd zo gedaan vindt de mens de marmelade uit.

Nu ja, dat is niet helemaal waar, de sinaasappelmarmelade zal wel gekomen zijn nadat er al van allerlei fruitjam werd gemaakt. Toen was het niet meer zo’n heel grote stap om ook die bittere jongens te verwerken.

En bovendien vonden de mensen die vrucht helemaal niet oneetbaar, de Indiase ‘nâranga’ werd gretig naar het middenoosten gehaald en door kruisvaarders in de twaalfde eeuw vervolgens weer meegenomen naar hier. Pas veel later, in de zestiende eeuw, kwam de zoete sinaasappel naar deze streken. Misschien vond men die aanvankelijk wel raar zoet. Maar dat was dan van korte duur, want al snel was de zoete sinaasappel ongelooflijk populair.

Om een of andere reden zie je de bittere voornamelijk bij biologische groentestallen en zelden in reguliere groentewinkels.

Wat zeg ik nu. Reguliere groentewinkels worden zélf ontzaglijk zeldzaam. De meeste groente wordt gekocht in de supermarkt. Nu ja, daar heb ik ook nog nooit een bittere sinaasappel aangetroffen. Boerenmarkten, dat is de plek.

De onderstaande cake, voornamelijk bestaande uit één sinaasappel en een partij amandelmeel, maakte ik met een bittere sinaasappel. Hij kan ook gemaakt worden van een gewone, eigenlijk is dat de oorspronkelijke bedoeling. Maar het is juist zo lekker met dat bittertje vind ik, dan heb je niet zo’n zoet baksel.

Kook de sinaasappel een uur in ruim water. Giet af, laat even afkoelen. Verwijder de pitjes en de harde witte stukken. Hak de sinaasappel fijn.

Klop in een kom de eieren luchtig met de suiker. Voeg de gezeefde bloem toe, wrijf het bakpoeder door de zeef en roer het geheel goed door. Voeg de fijngehakte sinaasappel toe.

Scheur een stuk bakpapier af dat in een springvorm van ong. 20 cm doorsnede past. Wrijf het papier in met een beetje olie. Doe het bakpapier in de vorm en giet het beslag erin. Bak een uur op 180º.

Smelt voor de room de marmelade in een pannetje – niet laten koken. Laat de dunne warme marmelade weer iets afkoelen (maar niet weer stijf laten worden) en vermeng die dan met de Griekse yoghurt. Zet koud.

Sla de slagroom lobbig. Vermeng de slagroom met de sinaasappelyoghurt.

Laat de cake afkoelen op een taartrooster en bestrooi hem met poedersuiker. Geef bij elk stuk een eetlepel van de zurige sinasroom.