Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Het onzichtbare leven van de provinciebestuurder

Vandaag is het precies een maand voor de Statenverkiezingen. Wat hebben provincies eigenlijk te vertellen. En kunnen ze niet gewoon worden afgeschaft?

Nederland - Loon - ( Drenthe ) - 22-01-2008 Drentse Aa landschap, door de hevige regen een uniek gezicht de stroom van de Drentse Aa is veranderd in een meer. Foto: Sake Elzinga
Nederland - Loon - ( Drenthe ) - 22-01-2008 Drentse Aa landschap, door de hevige regen een uniek gezicht de stroom van de Drentse Aa is veranderd in een meer. Foto: Sake Elzinga

Vraagje. Welke coalitie kent uw provinciebestuur? Tenzij u zelf in een provinciehuis werkt, is de kans levensgroot dat u het antwoord schuldig blijft. Een steekproefje onder drie Noord-Hollanders, drie Zeeuwen, drie Utrechters, drie Limburgers en drie Drenten, levert in elk geval telkens hetzelfde antwoord op: ‘ik weet het niet’.

De gebrekkige kennis over de provinciepolitiek staat niet in verhouding tot de invloed die het provinciebestuur in zijn territorium uitoefent. Neem Noord-Brabant, dat vorig jaar besloot de groei van de intensieve veehouderij af te stoppen met een verbod op ‘megastallen’. Of Overijssel, dat heeft vastgesteld hoe de provincie tot 2030 moet worden ingericht – van windmolens tot nieuwe natuur. En Groningen, dat aanstuurt op een regiotram die in 2016 provincie en stad Groningen moet doorkruisen. Diezelfde provincie heeft ertoe bijgedragen dat er vanaf april 2011 weer passagierstreinen rijden tussen Groningen en Veendam, voor het eerst sinds 1953.

De provincies – budget 2010: 8,3 miljard euro – voegen afslagen toe aan provinciewegen, onderhouden waterwegen, regelen de aanbesteding voor regionale treinen en bussen, beslissen hoe een bedrijventerrein wordt ingericht. Over deze en andere ‘kerntaken’ heeft de provincie veel gezag, aldus Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht in Groningen. „Vroeger was er een nationaal ruimtelijk plan. Nu is het vooral de provincie die bepaalt waar woningen gebouwd worden en waar de industrie zich vestigt.” Chemische bedrijven moeten voor een vergunning aankloppen bij het provinciehuis. Regionale omroepen vallen sinds 2007 ook onder gezag van de provincie. En de Wet jeugdzorg uit 2005 verschaft provincies een hoofdrol in de coördinatie van de jeugdzorg: ze moeten ervoor zorgen dat jongeren goede zorg krijgen, dat er geld is en dat de zorg niet versnippert.

Provincies hebben ook een vrije rol. Onder de noemer ‘open huishouding’ mogen ze zich inlaten met zaken waarin ze geen directe bevoegdheid bezitten. Elzinga: „Stel, er ontstaat ruzie bij de bouw van een nieuwe woonwijk die twee gemeentes omvat. Dan kan de provincie ingrijpen en meebeslissen.”

Met die open huishouding maakt de provincie zich niet populair bij gemeenten, zegt Michiel de Vries, hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit. „De provincie houdt graag een vinger in de pap. Dan geeft ze de gemeente bijvoorbeeld geld om een experiment uit te voeren met zelfstandig wonen voor gehandicapte jongeren. Maar na twee jaar moet de gemeente het dan zelf bekostigen. Daar is vaak geen geld voor.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten pleit al jaren voor afschaffing van de open huishouding. Die zou leiden tot ‘bestuurlijke drukte’ – lees: bemoeizucht.

Ook van bovenaf staat de provincie onder druk. Het kabinet wil Flevoland, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland samenvoegen. Het wil de zeggenschap over infrastructuur en vervoer verschuiven van provinciale overheden naar een op te richten ‘Infrastructuurautoriteit.’ En het heeft de rijksbijdrage aan het Provinciefonds – voorheen 1,3 miljard euro – dit jaar onder het miljard gebracht.

Bijkomend probleem voor provincies: de lage opkomst bij Statenverkiezingen. Was de opkomst in 1987 nog ruim 66 procent, sinds 1999 ligt die dik onder de 50 procent. Bij de laatste Statenverkiezingen, in maart 2007, stemde slechts 46 procent van de kiesgerechtigde Nederlanders. Ter vergelijking: de opkomt bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 was 56 procent, bij de Tweede Kamerverkiezingen 75 procent.

De dualisering in 2003, die de provinciepolitiek aantrekkelijker moest maken door Gedeputeerde Staten (het dagelijks bestuur) en Provinciale Staten te ontvlechten, heeft de opkomst niet verbeterd. Provinciale volksvertegenwoordigers trekken er wel vaker op uit, maar de meeste tijd besteden ze aan werk op het provinciehuis. Dat blijkt uit onderzoek van bestuurskundestudent Paul van Heck onder 210 Statenleden. De publieke tribune bij Provinciale Statenvergaderingen is niet voller geworden. Van Heck bezocht er een handvol. „Ik zag hooguit wat oude mensen, een paar ambtenaren en een schoolklas op excursie.”

Hoe valt dat gebrek aan belangstelling voor de provincie te verklaren? „Gemeentes staat in direct contact met hun burgers, provincies niet”, zegt hoogleraar De Vries. „Provinciewerk is minder zichtbaar. Het draait om overleg tussen bestuurders, ambtenaren en overheden. Alleen met een schandaal, zoals met Icesave in Noord-Holland, haalt een provincie de landelijke media.”

Volgens Elzinga is de provinciepolitiek „niet scherp genoeg” om de aandacht te trekken: „Het gemeenschappelijk belang in provincies is groot. Welke politieke partij is tegen méér werkgelegenheid? Het is als bij de waterschappen: het maakt echt niet uit of een dijk liberaal is of socialistisch.”

Tegelijk nuanceert Elzinga de lage opkomstcijfers: „Ten opzichte van provinciale verkiezingen in het buitenland zit Nederland met zijn opkomst in de internationale top.” Bovendien verschilt de opkomst tussen provincies sterk. „Een Fries of Zeeuw heeft meer met de provincie dan een Noord-Hollander.” Het opkomstcijfer bij de Statenverkiezingen van 2007 onder de Friezen was 54 procent, bij de Zeeuwen 53 procent, en in Noord-Holland 45 procent.

Afschaffen van provincies – een terugkerende gedachtenoefening rondom Statenverkiezingen – wijst Elzinga af. Provincies zijn volgens hem voor veel Nederlanders een deel van hun identiteit. „Vraag een Limburger maar of zijn provincie mag samengaan met Noord-Brabant. En als we Zeeland opheffen, trekken de Zeeuwen per oorlogsbodem naar Den Haag.”

De Vries is voorstander van het opheffen van de provincies, maar ziet dat niet gebeuren: „De provincie is weerbaar. Elke keer dat de roep om het afschaffen van de bestuurslaag klinkt, komt er een ontzettende lobby op gang. Het is natuurlijk ook een oude bestuurslaag. En een fantastische plek voor oud-politici uit Den Haag.”