Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Goed doen als het in de agenda past

Het aantal Nederlanders dat zich onbetaald inzet voor anderen daalt niet. Wel verandert de manier waarop. „Al doe je maar een paar keer per jaar mee, ook dan ben je goed bezig.”

Niet alleen 60-plussers of moeders zonder betaalde baan doen het. Je hoeft niet standaard soep uit te delen, ergens in de kou. En een derde vooroordeel over vrijwilligerswerk klopt ook al niet, bleek onlangs uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het aantal Nederlanders dat vrijwilligerswerk doet daalt niet, maar is de afgelopen tien jaar juist iets gestegen.

„We hebben absoluut geen reden om ons zorgen te maken”, zegt Lucas Meijs, hoogleraar vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit. In 2009 deed 22 procent van de Nederlanders regelmatig vrijwilligerswerk – in 2001 lag dat percentage iets lager, rond de 19 procent. Het aantal volwassenen dat zich jaarlijks minstens één keer onbetaald inzet voor een organisatie of vereniging, schommelt al sinds 1997 tussen de 42 en 43 procent.

Het aantal uren dat vrijwilligers gemiddeld aan hun vereniging of organisatie besteden is wel licht gedaald, vertelt hoogleraar Meijs: in 2001 bedroeg dat aantal gemiddeld 5,2 uur per week, in 2009 was dat nog 4,9 uur. Maar daarvan kan de oorzaak heel goed in de technologische vooruitgang en een grotere efficiëntie liggen: „Een jaar of tien geleden waren mijn bestuur en ik gerust een hele avond bezig het verenigingsblaadje in elkaar te vouwen. Dat is vier, vijf uur werk met vijf personen. Nu heeft één iemand hooguit tien minuten werk om alles even te printen.”

Het vrijwilligerswerk verandert de laatste jaren van aard, ziet hoogleraar Meijs. De belangrijkste trends: vrijwilligerswerk flexibiliseert en de ‘vindplaats’ van vrijwilligers verandert. Die trends zijn vooral een afgeleide van hoe ons dagelijks leven ook verandert, zegt Meijs. Vroeger was vrijwilligerswerk sterk verbonden met de kerk. „Op zondagmorgen hield de dominee een preek over eenzaamheid en eenzame ouderen, en bij het uitgaan van de dienst stond buiten een vrijwilligersorganisatie te werven, bij wijze van spreken.” Nu vinden mensen vrijwilligerswerk via collega’s, school of sociale netwerksites. Of eigenlijk vindt het werk hen: „Mensen doen vaak pas vrijwilligerswerk als ze ervoor gevraagd worden. Vrijwilligers zijn vooral sociaal actieve mensen, niet per se mensen die veel tijd over hebben.”

De agenda van die actieve mensen zit steeds voller, dus moeten ook organisaties die van vrijwilligers gebruikmaken, daar op een of andere manier gaatjes in zien te vinden. Een voorbeeld van een organisatie die daar rekening mee houdt, is Nederland Cares. In 2005 begon de organisatie als Amsterdam Cares, met een groepje jonge werkende mensen die iets voor de maatschappij wilden doen. Dat liep uit op ‘vrijwilligen nieuwe stijl’, zoals directeur Viviane de Bruijne het noemt: met een roulerende pool vrijwilligers, die samen toch structureel hulp verlenen.

Nederland Cares biedt (zorg)instanties zekerheid dat er vrijwilligers komen, terwijl de vrijwilligers alleen hoeven te komen als het hun werkelijk uitkomt. Online kunnen zij intekenen op allerlei klussen: van voorlezen tot huiswerkhulp, van dansen met gehandicapten tot voedselpakketten inpakken. „Zo zorgen we ervoor dat iemand zich niet schuldig hoeft te voelen als hij of zij een weekje niet kan, want het vrijwilligerswerk loopt gewoon door.”

Die aanpak blijkt te werken. Viviane de Bruijne weet nog precies met welke activiteiten Amsterdam Cares begon: een inloopavond voor dak- en thuislozen, een spelletjesavond in een bejaardenhuis en een sport- en spelmiddag voor gehandicapten. Inmiddels zijn daar veertig wekelijkse activiteiten bijgekomen, telt Nederland Cares ruim 4.000 actieve vrijwilligers en is de stichting van Amsterdam uitgebreid naar onder andere Arnhem, Utrecht, Eindhoven en Den Haag. En dat wordt alleen nog maar meer. De Bruijne: „Ons businessplan is om binnen vijf jaar in de dertig grootste gemeentes van Nederland te zitten.” Bij Nederland Cares is het principe dat iedere vrijwilliger al het soort werk moet kunnen doen, maar in de praktijk ‘specialiseren’ veel mensen zich. Vaak proberen mensen eerst van alles uit, maar kiezen ze uiteindelijk wel een bepaalde hoek, bijvoorbeeld activiteiten met kinderen of ouderen.

En hoe groot is de groep die maar heel af en toe, dus op losvaste basis, vrijwilligerswerk doet? Dat is niet te zeggen, omdat de deelname sterk verschilt van persoon tot persoon, vertelt De Bruijne. Accountants bijvoorbeeld zijn van mei tot oktober actief, omdat ze dan tijd over hebben. „Daarna zijn ze weer druk met jaarrekeningen enzo. Dat kan bij ons. Ik zeg altijd: al doe je maar een paar keer per jaar mee met een activiteit, ook dan ben je goed bezig.”