Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Gedichtendag moet uiteraard blijven

„Een uitzichtloze paradox” noemt Chrétien Breukers de Gedichtendag (Opinie, 26 januari). Hij stelt dat iedereen maar denkt dat-ie kan dichten en – erger nog – dat iedereen dat ook doet. Dichten, schrijft hij, dat kan bijna niemand. Het is een invoelbaar probleem voor een professioneel dichter en uitgever, maar juist daarom is het zo jammer dat zijn betoog volstrekt buitenissig is: amateurs moeten ophouden met dichten, en daartoe moet Gedichtendag sneuvelen. Gedichten lezen mag wel, dat spreekt.

Het staat als een paal boven water dat er zonder bloeiende amateurkunst geen beroepsleven op hoog niveau mogelijk is. Er moet een rivier zijn, wil men de kans krijgen boven te komen drijven. Je zou hun die dat achteloos terzijde schuiven, de Halbe Zijlstra’s van dit land, de kost moeten geven! Ik geloof nooit dat Breukers dat zo bedoelt. Hij is begaan met de poëzie, maar hij klinkt vermoeid. Ondertussen krioelt het onder het kronendak van het leven en vecht van alles zich een weg naar boven. Het geeft een hoop rommel, maar het is nu eenmaal wat wij doen. Van dit verschijnsel is de Turing Gedichtenwedstrijd het aardigste voorbeeld dat ik ken. Gedichtendag moet natuurlijk blijven, betrek er zoveel mogelijk scholen bij, en laat iedereen gewoon doorploeteren op al dan niet acceptabele dichtwerkjes. Godfried Bomans schreef: „Mondharmonica spelen is nog altijd een hogere bezigheid dan luisteren naar Bach.” Al klinkt er ironie door in zijn woorden, zo is het maar net.

Gerwin van der Werf

Schrijver, docent en winnaar Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2010, Leiden