Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Fiscus helpt junglestad aan tweede leven

De buitenlandse investeringen in Brazilië zijn vorig jaar bijna verdubbeld. Bijzonder in trek is Manaus, de geïsoleerde vrijhandelszone in de jungle, waar Philips al bijna 40 jaar zit.

Drought in Amazon, Brazil, November 2010. The Amazon region faces a dry season every year, but the 2010 drought was the worst in over a century.
Drought in Amazon, Brazil, November 2010. The Amazon region faces a dry season every year, but the 2010 drought was the worst in over a century. Ricardo Azoury/Redux/Hollandse>

Philip de Wit

Het regenwoud, de natuurlijke habitat van anaconda’s, zwarte jaguars en tapirs, is nog altijd aanwezig rond de Philips-fabriek in de periferie van junglestad Manaus. Een steeds grijzer wordende lucht boven deze hoofdstad van de deelstaat Amazonas kondigt een van de dagelijks terugkerende plensbuien aan.

Hier aan de Estrada Torquato Tapajós, een drukke verkeersader, maakt Philips onder meer zijn televisies, scheerapparaten en stereotorens die in de rest van Brazilië in de winkels belanden. Een fabriek in het regenwoud, in een stad die op 1.500 kilometer van zee en op ruim vier uur vliegen van metropolen de Rio de Janeiro en São Paulo ligt. Een metropool die geen snelwegverbinding heeft met het zuiden van Brazilië.

Het is op het eerste gezicht een weinig vanzelfsprekende locatie voor een fabrikant van consumentenproducten. Die moet toch, als het nodig is, snel kunnen reageren op veranderende marktomstandigheden?

Toch is Philips niet de enige multinational die deze geïsoleerde uithoek heeft gekozen om de opkomende Braziliaanse consumentenmarkt te bedienen. Talrijke ondernemingen, meer dan 550, uit landen als Japan, de Verenigde Staten, Zuid-Korea, Duitsland zijn hier eveneens gevestigd.

Grote merken als Nokia, Samsung, Sony en BIC laten hier hun producten van de lopende band rollen. Ze worden vervolgens verscheept naar de bewoonde wereld in de rest van Brazilië. Niet voor niets heeft de stad vier binnenhavens en een internationaal vliegveld. De bakermat van de Braziliaanse rubberindustrie in de negentiende eeuw ligt aan de Rio Negro (zwarte rivier), de grootste zijrivier van de Amazone.

Manaus is de snelst groeiende stad van Brazilië van de afgelopen 10 jaar, een opmars die is aangejaagd door buitenlandse investeerders die er voortdurend fabrieken openen. Uit de meest recente cijfers blijkt dat buitenlandse bedrijven in 2009 bijna 5 miljard dollar in de stad hebben gestoken. Vorig jaar waren de aanwezige ondernemingen tezamen goed voor een omzet van ruim 35 miljard dollar, vergeleken met 10 miljard dollar acht jaar geleden.

Het is een indrukwekkende groei, in een land waar de economie de afgelopen jaren in galop is geraakt. De stabiele economie met haar getemde inflatie, en de toegenomen koopkracht, maken Brazilië met zijn 190 miljoen inwoners een steeds aantrekkelijker consumentenmarkt.

Vorig jaar investeerden buitenlandse ondernemingen meer dan 48,4 miljard dollar in Brazilië, bijna het dubbele van 2009, zo blijkt uit cijfers van UNCTAD, de conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling. Een ongekende spurt. Als mondiale investeringsbestemming laat Brazilië daarmee landen als India, Rusland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk achter zich latend.

Amazonestad Manaus profiteert volop van deze investeringshausse. Daarbij heeft de stad extra troeven in handen om potentiële geldschieters te verleiden. Sinds 1967 kennen Manaus en de omliggende regio een vrijhandelszone. Ondernemingen kunnen er onderdelen importeren tegen gunstige belastingtarieven.

In Brazilië, dat bekend staat om zijn hoge belastingen, is dat al snel een lokkertje. Zo zijn de heffingen op bijvoorbeeld elektronische consumentenproducten doorgaans hoog. Ze kunnen oplopen tot zo’n 50 procent.

Dus wat doet een bedrijf als Philips? Het importeert bijvoorbeeld onderdelen en componenten voor dvd-spelers, zet de apparaten vervolgens in Manaus in elkaar, en verkoopt ze vandaar, via zijn kantoor in São Paulo, op de Braziliaanse markt.

„Ondanks de afstand blijft het goedkoper, 8 procent, om hier producten te maken voor de rest van Brazilië”, zegt Almir Kimura, directeur van de Philips-fabriek in Manaus waarin 1.200 mensen werken. De meeste onderdelen worden in Shenzhen in China gemaakt en arriveren over water in Manaus. Een trip van zes weken. Tel daar bij nog eens een oponthoud van twee weken bij de douane bij op en het duurt al gauw twee maanden voordat Philips bedrijf aan de slag kan met de bestelde componenten.

Als de producten eenmaal af zijn, de televisies, de dvd-spelers, dan verlaten zij per boot weer de stad. Bijvoorbeeld naar Porto Velho in de deelstaat Rondônia, een tocht van 800 kilometer, en vandaar 8.000 kilometer over land naar São Paulo, een traject van 11 dagen. Voordat de apparaten uiteindelijk ergens in een winkel liggen, zijn er zo in totaal twee weken voorbij. Een strakke afstemming met het Braziliaanse hoofdkantoor in São Paulo is daarom onontbeerlijk.

Al in 1972 zette Philips zijn eerste schreden in de junglestad. In de eerste fabriek liet het bedrijf radio’s en cassetterecorders maken. De uitdagingen waren groot, zo vertelt Kimura, voor ondernemers van buiten. „Het was nog veel meer geïsoleerd dan nu, transport was ingewikkeld. De boten waren klein, de telefoon werkte vaak niet”, zegt de Philips-directeur.

Malaria hing altijd in de lucht. Goede artsen waren er niet. Was je ziek, dan moest je op een boot naar een andere stad, waar wel goede ziekenhuizen waren. Als het ernstig was dan maar het vliegtuig in. Er was een oude universiteit, maar verder had de stad niets te bieden. Tegenwoordig zijn er tal van instituten bijgekomen.

Maar voldoende is het huidige academische aanbod nog steeds niet om aan de vraag naar gekwalificeerd personeel te voldoen. In totaal werken zo’n 100.000 mensen voor de aanwezige multinationals, terwijl de vrijhandelszone indirect nog eens 400.000 mensen van werk voorziet. Door de snelle groei van de stad en haar economie moet er vaak een beroep worden gedaan op migranten van buiten de regio.

Jarenlang was Philips in volume de grootste televisieverkoper van het land. Maar met de komst van de ‘Koreanen’ is dat veranderd. Sindsdien moet het Nederlandse bedrijf producenten als LG en Samsung voor laten gaan en ligt de nadruk minder op het „schuiven van grote hoeveelheden dozen”. De focus is nu meer gericht op verkoop aan de hogere middenklasse met haar toegenomen koopkracht.

„Alle concurrenten zitten tegenwoordig hier in Manaus. Vijf jaar geleden hebben we besloten het roer enigszins om te gooien en ons meer op producten toe te leggen met grotere toegevoegde waarde, van hogere technische kwaliteit”, zegt Kimura.

Begin jaren ’90 kreeg de vrijhandelszone in Manaus een opdoffer te verwerken. In die tijd besloot de toenmalige president, Fernando Collor, het land verder te openen voor producten van buiten, door middel van verlaging van een serie importheffingen.

Dat was een harde klap voor de lokale economie van Manaus. De stad zag een van zijn belangrijkste troefkaarten voor het aantrekken van handel in rook opgaan. Het maakte onder meer een abrupt einde aan de stroom Braziliaanse toeristen die de stad graag bezochten om goedkope elektronicaproducten aan te schaffen.

Een structurele malaise en leegloop van industrieën werden voorkomen door ondernemingen extra fiscale voordelen te bieden, onder meer op het gebied van inkomstenbelasting. Daarvoor kreeg Manaus speciaal toestemming van de federale overheid in Brasília.

De vrijhandelszone wordt bestuurd door Suframa, een federale toezichthouder die verbonden is aan het ministerie van Ontwikkeling, Industrie en Buitenlandse Handel. Behalve de computer- en de elektronica-industrie zijn er eveneens chemieproducenten en motorfabrikanten aanwezig in de zone. „En bedrijven als Pepsi en Coca Cola produceren hier ook. Een andere pijler voor ons wordt biotechnologie, die zeker met het oog ook op de aanwezige biodiversiteit in deze regio, in betekenis alleen maar zal toenemen”, zegt Oldermar Ianck, adjuct-toezichthouder van Suframa.

Wat opvalt is dat alle aanwezige bedrijven zich voornamelijk richten op de Braziliaanse markt. In 2010 werd grofweg 1 miljard dollar van de omzet, op een totaal van 35 miljard, buiten Brazilië zelf gerealiseerd. Met als grootste afzetmarkten de buurlanden Argentinië, Colombia en Venezuela.

„De uitdaging is export”, bevestigt Kimura van Philips. De hoge belastingtarieven in Brazilië zorgen er voor dat verkoop aan het buitenland niet echt aantrekkelijk is. Philips exporteert vanuit Manaus weliswaar naar Argentinië, maar dat betreft slechts een fractie van zijn productie.

Kimura zegt ook: „Logistiek blijft prijzig vanuit dit deel van de wereld en het minimumloon is hier twee keer zo hoog als in China, daar kun je vooralsnog niet tegenop.”