Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Economie

Concurrentie in Bol.com's eigen winkel

De elektronicahandel staat zwaar onder druk.

Toch zoekt internetwinkel Bol.com de samenwerking met andere webwinkels op jacht naar meer klanten.

„Het klinkt in eerste instantie als een raar plan”, erkent Daniel Ropers. De directeur van een van de grootste online winkels van Nederland nodigde kleinere concurrenten uit om vanaf nu hun tv’s, telefoons en digitale camera’s te verkopen aan de 3 miljoen klanten die bij Bol.com winkelen.

Ropers wil nog meer klanten trekken door bij Bol.com andermans producten aan te bieden. „Ook al hebben we zelf een groot aanbod, in de snelle handel van de elektronica – hoezeer je ook je best doet – is het niet mogelijk om altijd alle producten op voorraad te hebben of daarin de goedkoopste te zijn.” Dan maar de spullen van een ander doorverkopen – tegen een commissie, natuurlijk.

Het is niet alleen een vriendelijk gebaar jegens klanten. De online winkels willen minder afhankelijk zijn van prijsvergelijkers. Een van de grootste is Kieskeurig.nl van uitgever Sanoma, naar eigen zeggen goed voor 2 miljoen ‘leads’ per maand. Ook Google en Microsoft werken aan productensites in Nederland.

Vooral kleinere webwinkels, zonder budget om zelf reclame te maken, moeten het hebben van de vergelijkingssites. Maar dat webverkeer heeft zijn prijs: volgens Ropers zijn de tarieven van prijsvergelijkers in korte tijd gestegen naar 10 tot 15 procent van de omzet per succesvolle verkoop. „Daarvoor zaten ze op 3 tot 8 procent”, aldus Ropers. Dat is een aderlating in een markt die hij omschrijft als „marginaal winstgevend”.

Ter vergelijking: Bol.com betaalt zelf 2,5 tot 8 procent voor de partnerprogramma’s – websites van derden die de goederen van Bol.com verkopen. Wie een klant doorstuurt die uiteindelijk een boek van een tientje koopt, krijgt voor die dienst dus 80 cent. Voor dure producten als tv’s ligt de doorverwijsbonus lager: 2,5 procent.

Het aanbod van concurrerende producten moet Bol.com doen uitgroeien tot een platform. Op dit moment zijn Twitter, Hyves en Facebook al in de winkel verweven, er komt meer software om online winkelen tot een persoonlijke ervaring te maken. De vergelijking met Amazon ligt voor de hand: Ropers ziet Bol.com graag als een sociaal netwerk waarin mensen bijvoorbeeld ‘verstandige kopers’ kunnen volgen.

Bol.com laat alleen concurrentie toe bij de verkoop van elektronica. Bij de producten van Megapool.nl (een doorstart van de winkelketen die in 2004 failliet ging), Informatique.nl, Internetshop.nl en Bobshop.nl (van elektronicaketen Scheer & Foppen) regelt Bol.com de betaling. De verzending en garantie is de verantwoordelijkheid van de oorspronkelijke leverancier. Klanten kunnen de betaling doen met hun Bol.com-account. Ropers: „Je kunt bij wijze van spreken een tv laten thuisbezorgen en achteraf betalen met een acceptgirokaart.” Bol.com heeft al wel ervaring opgedaan met concurrentie in eigen huis door de verkoop van tweedehands boeken. Dat kannibaliseert ook niet op de verkoop van nieuwe titels, aldus Ropers. Op dit moment zijn echter niet boeken maar elektronica de snelst groeiende categorie bij Bol.com – goed voor naar schatting 30 procent van de omzet van 318 miljoen euro.

Volgens Ropers is deze constructie ook een manier voor bestaande elektronicaketens om voor weinig geld een betrouwbare webwinkel in te richten. Die hebben het immers moeilijk met de online concurrentie. „De internetwinkels zijn ongeveer de enige plek waar de elektronicasector in Nederland nog groei vertoont”, zegt Patrick Langley van onderzoeksbureau GfK Retail en Technology. „Als het gaat om reguliere winkels is het een verdrijvingsmarkt.”

In 2010 ging elektronicaverkoper Raf failliet en vorige week vroeg Impact Retail uitstel van betaling aan voor 110 winkels van It’s Electronics. Er staan daardoor ruim duizend banen op de tocht. It’s, dat maandag failliet verklaard werd, vocht samen met BCC om de tweede plaats achter de uitdijende Media Markt-winkels. Die lijken met hun formule (veel reclame en stunten met prijzen) nog het beste bestand tegen de aarzelende West-Europese koper en krimpende marges.

It’s kreeg in het najaar de nekslag omdat er op het duurste product in de elektronicazaak, de televisie, minder winst dan ooit wordt gemaakt. Philips-topman Kleisterlee klaagde vorig week al dat fabrikanten hun tv’s op de markt ‘dumpen’ om hun voorraden van na het WK voetbal alsnog kwijt te raken.

Op dit moment gaat 15 procent van de omzet in elektronica (1,7 miljard euro in het derde kwartaal van 2010) via internet. Langley verwacht dat dat percentage in Nederland nog door kan groeien tot maximaal 20 procent. In minder dicht bevolkte landen als Groot-Brittannië of de Verenigde Staten zou de online handel tot 40 procent van de totale omzet kunnen veroveren. Langley: „Daar moeten de mensen vaak verder reizen om bij een winkel te komen. In ons land is er eigenlijk altijd wel een winkel in de buurt en is de noodzaak voor een internetaankoop minder groot. Veel consumenten vinden het toch prettig om eerst te zien of uit te proberen wat ze kopen.”