Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

'Bij signalen van mishandeling móét je gewoon melden'

Pieter van Vollenhoven wil dat er een ‘meldplicht’ voor kindermishandeling komt. Een PVV-Kamerlid (voorstander) en een arts (tegenstander) over de voor- en nadelen van zo’n plicht.

Kan een meldplicht kindermishandeling voorkomen dat in Nederland jaarlijks meer dan 100.000 kinderen worden mishandeld?

Pieter van Vollenhoven die met zijn Onderzoeksraad voor Veiligheid kindermishandeling in Nederland onderzocht, pleitte vorige maand voor zo’n meldplicht. De raad wil mensen die met kinderen werken verplichten vermoedens van kindermishandeling door te geven aan een meldpunt.

Vanavond zullen ook VVD en PVV hierom vragen, tijdens een debat over kinderbescherming in de Tweede Kamer. Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid, CDA) heeft haar twijfels. De andere grote partijen, CDA, PvdA en SP, zijn vooralsnog tegen de invoering van een meldplicht.

Willie Dille, Tweede Kamerlid voor de PVV, is voorstander van een meldplicht. Lode Wigersma, directeur beleid van de artsenorganisatie KNMG, is tegen.

Willie Dille (Kamerlid PVV), voorstander van meldplicht:

„Het is voor mensen die werken met kinderen moeilijk een objectief oordeel te vormen over kindermishandeling. Beroepskrachten ervaren een grote druk van hun managers. Dat heb ik zelf gemerkt in mijn werk in de gehandicaptenzorg. Managers zeggen dat melding van kindermishandeling hun instelling schade kan berokkenen. Kinderdagverblijven zijn bijvoorbeeld bang voor rechtszaken van ouders. Door die druk van boven denken veel werknemers: laat die melding maar zitten.

„Maar ik vind dat je bij signalen gewoon móét melden. Dat zou een plicht moeten zijn voor iedereen die met kinderen werkt. Het zijn vooral de belangenorganisaties van huisartsen die zich tegen zo’n plicht keren, maar ik krijg tientallen mailtjes van huisartsen die me zeggen dat die clubs niet namens hen spreken.

„Die organisaties hebben ook geen goede argumenten. Ze zeggen dat een meldplicht de vertrouwensband die artsen met patiënten hebben op het spel zet en dat ouders de huisarts dan gaan mijden. Maar die kinderen zitten ook in andere netwerken, op school en op de sportclub. Ook daar komt naar voren dat het kind mishandeld wordt en ook die werknemers moeten een vertrouwensband verbreken.

„Het is wel een gegeven dat artsen kindermishandeling niet goed herkennen. Daar moet meer aandacht voor komen tijdens hun opleiding. Van alle meldingen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling komt maar 2 procent van artsen (en 30 procent van de politie, red.) omdat zij toch de relatie met de ouders prioriteit geven en niet het kind.

„Laatst ben ik weer zo geschrokken van een verhaal over kinderen die seksueel zijn misbruikt door hun stiefvader. Een verpleegster vertelde me dat die kinderen geopereerd moeten worden aan hun kringspier omdat deze na al die jaren zo is opgerekt dat ze hun ontlasting niet op kunnen houden. Dat is toch walgelijk? Iedereen dacht al die tijd: is het wel zo?

„Natuurlijk is er het risico van onterechte beschuldigingen, maar als je daar van uitgaat heb je heel weinig vertrouwen in de beroepsgroep. Mensen die met kinderen werken, melden heus niet elk blauw plekje argeloos. Stel dat er gigantisch veel meldingen worden gedaan en die blijken allemaal waar te zijn, dan is dat toch prima? Als het merendeel loos alarm blijkt te zijn, dan schiet de kennis over kindermishandeling bij werknemers tekort. Dan ligt daar een taak.”

Lode Wigersma (artsenorganisatie KNMG), tegenstander:

„De meldcode kindermishandeling uit 2008 begint net te werken. Je ziet meer meldingen uit ziekenhuizen. Bij huisartsen niet, dat blijft achter. Zij hebben extra trainingen nodig, dan kunnen zij kindermishandeling eerder en beter signaleren.

„Het heeft onze hoogste prioriteit en wij zijn ook blij met de extra aandacht hiervoor. Maar wij zijn niet voor een meldplicht en zien niets in zware sancties, zoals een boete of zelfs gevangenisstraf, bij het achter wegen laten van een melding, omdat wij niet weten of het werkt. Wij weten uit het buitenland wel dat een meldplicht leidt tot een stuwmeer aan meldingen die veelal onterecht zijn.

„Je zet ouders ten onrechte in de beklaagdenbank. En als ouders weten dat een arts hen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling moet melden gaan deze ouders hun arts mijden. En ze blijven weg. De hulpverleningsrelatie is dan naar de maan. En dan staan kinderen zéker in de kou.

„De vraag is wat erger is: of je mist kindermishandeling, of je zet ouders ten onrechte in de beklaagdenbank. Het zijn hele ingewikkelde dilemma’s. Een huisarts die in zijn eentje werkt, kiest er dan vaak voor om het nog even aan te zien. Hij probeert vooral zelf hulp te bieden. Er zijn ook praktische bezwaren. Je moet heel veel meldingen natrekken, waarvan je bij voorbaat weet dat een deel verspilde moeite is. Door die toename zullen ernstige situaties minder snel opvallen, waardoor ze mogelijk te laat worden opgepakt. Wij vrezen ook voor afschuifgedrag. Artsen kunnen gaan denken dat als zij vermoedens van kindermishandeling melden, het probleem van de baan is, omdat een andere hulpverlener er mee aan de slag moet gaan. Maar daar gaat vaak een hele tijd overheen.

„De politiek grijpt te snel naar de meldplicht als uiterste redmiddel.”