Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Bij een school telt vooral het resultaat

De Groningse actiegroep ‘Red het basisonderwijs’ wil dat de onderwijsinspectie niet zo hard afrekent op de leerresultaten. Wat een onzin, vindt Leo Prick. En laat liever al die pedagogische controles achterwege.

De actiegroep ‘Red het basisonderwijs’ heeft de onderwijsinspectie de oorlog verklaard. Initiatiefnemer Herman Godlieb, directeur van drie basisscholen in het Groningse Pekela, richt zijn pijlen vooral op de wijze waarop scholen door de inspectie als zwak of zeer zwak worden bestempeld: „De scores van toetsen voor taal en rekenen worden misbruikt om scholen op af te rekenen. Scholen zijn geen fabrieken en kinderen geen machines. Daardoor gaat het met het opstuwen van de productiecijfers in het onderwijs mis.”

Volgens Godlieb wordt er alleen maar gekeken naar taal en rekenen en wordt bij de beoordeling van scholen in de streek waar hij woont – hij bedoelt hiermee Groningen, Friesland en Drenthe – te weinig rekening gehouden met de achtergrond van de leerlingen waar generaties lang mensen met potentie zijn weggetrokken naar de Randstad. Daardoor ligt de gemiddelde intelligentie er lager dan rondom Eindhoven met al zijn technologie. Godlieb: „Onderzoek toont dat 80 procent van de succesfactoren buiten de invloed liggen van de school. Het grootste deel van de rest is de kwaliteit van de leerkracht. Als je die goed opleidt en al dat wantrouwen verdwijnt, komen passie en enthousiasme terug.”

Ik denk dat de vaak gebrekkige resultaten van scholen in het Noorden een andere verklaring verdienen.

Onlangs zat Hans Laroes, die per 1 juli vertrekt als hoofdredacteur van het NOS-journaal, aan tafel bij Pauw & Witteman. Hem werd gevraagd hoe te verklaren dat de kwaliteit van het NOS Journaal de afgelopen jaren aanzienlijk zou zijn verbeterd. Dat was, aldus Laroes, te danken aan de concurrentie met RTL Nieuws. Als monopolist word je nu eenmaal gemakzuchtig, daar valt moeilijk aan te ontkomen.

Wat voor een nieuwsrubriek geldt, geldt ook voor andere sectoren, zoals het onderwijs. Als daar, zoals op het platteland in het Noorden, concurrentie ontbreekt, wordt het achterblijven van goede resultaten uit gemakzucht toegeschreven aan externe factoren zoals het gebrek aan intelligentie bij de leerlingen en de achtergrond van de ouders. Dan vlucht men in de redenering dat je als school maar marginaal invloed hebt op het uiteindelijke resultaat. Maar loop ons vooral niet voor de voeten, want dan blijven passie en enthousiasme weg.

Met zo’n mentaliteit wordt het dus nooit wat met het onderwijs in het Noorden, maar gelukkig lopen vermoedelijk ook daar schooldirecteuren rond die niet vluchten in 80 procent fabeltjes van machteloosheid, maar die erin slagen met hun schoolresultaten ver uit te stijgen boven wat, gezien de achtergrond van hun leerlingen, gewoon is. Dergelijke scholen bestaan echt.

Met zijn kritiek suggereert Godlieb dat de inspectie ‘alleen maar’ zou kijken naar de onderwijsprestaties op het gebied van taal en rekenen.

Dat is niet het geval. Daarnaast kijkt de inspectie jammer genoeg ook naar het pedagogisch-didactisch handelen zoals meer of minder zelfstandig werken, naar de keuze van de leermaterialen en de kwaliteit van de zorg en begeleiding. Omdat de controle zich voornamelijk op papier afspeelt, brengt dit alles voor de scholen een hoop bureaucratie met zich mee. Ik zou er dan ook voor willen pleiten de controle door de inspectie op de kwaliteit van het onderwijs te beperken tot de leerresultaten. De rest zou ik overlaten aan bestuur, ouders, directie en leraren.

Dat Godlieb in zijn actie gesteund wordt door een aantal hoogleraren en andere wetenschappers, zegt overigens weinig. Voor die beroepsgroep geldt hetzelfde als voor de basisscholen: ook daaronder vind je er die als zwak of zeer zwak moeten worden bestempeld.

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.