Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

Religie

Tolerant is: een rok aandoen

Hoe toegeeflijk moet je zijn tegenover orthodoxe moslims of orthodoxe christenen?

Tolerantie takes two. Maar de term schrappen uit het woordenboek helpt niets.

Een koude morgen in een kleine stad in Overijssel. Een oude man loopt met zijn wandelstok over straat. Hij komt me tegemoet, in zijn blik lees ik afkeuring. „Mevrouw Visscher”, zegt hij vermanend, „Ik zie dat u vandaag een broek draagt. Met dat kledingstuk aan komt u mijn huis niet binnen. Alleen als u een rok aan heeft, kan ik u binnenlaten.”

„Het is een koude dag”, werp ik de man tegen. „Dat is de reden dat ik een broek heb aangetrokken. Kunt u niet een keer een uitzondering maken?”

De man schudt zijn hoofd. „Nee”, zegt hij resoluut. „Zo komt u mijn huis niet in. Ik moet rekening houden met mijn buren.”

Verbijsterd kijk ik in het gezicht van de man die voor me staat, Gerrit Monsterman. Een glimlach krult om zijn lippen. De strenge protestant draait zich om, loopt van me vandaan. Razendsnel probeer ik een oplossing te bedenken. Niet veel later leen ik bij kennissen een rok. Een kleine aanpassing in mijn voorkomen, een vorm van tolerantie jegens de persoon die ik wil spreken. Met de rok aan haast ik me naar het huis van Gerrit Monsterman. De oude man knikt tevreden wanneer hij me ziet. Hij laat me binnen.

Ik ontmoette deze strengreligieuze man toen ik lange tijd ‘embedded’ leefde met orthodoxe gelovigen in een kleine stad in Overijssel. Nieuwsgierig naar het orthodox protestantisme in deze tijd, was ik afgereisd naar de stad waar mijn vader bijna zestig jaar geleden geboren werd. Het doel was om een boek te schrijven over de bewoners en hun geloofsbeleving. Ik ging mee naar de kerk, luisterde naar preken, bezocht lezingen en sprak met mensen op hun werk of tijdens het eten.

In het maatschappelijk debat in Nederland domineert de laatste jaren de islam. Rechtse politici als Geert Wilders schilderen moslims af als vreemdelingen met fundamentalistische denkbeelden. Dat ook het protestantisme, een religie die historisch sterk verankerd is in Nederland, orthodoxe gelovigen kent, krijgt minder aandacht in politiek en media. Sommige van deze orthodoxen zien mannen en vrouwen niet als gelijk, wijzen homoseksuelen af en onderdrukken kritiek op de eigen gemeenschap.

Tijdens mijn verblijf stelde ik me voortdurend tolerant op, een houding die ik als respectvol en vanzelfsprekend beschouw. Deze houding bleek echter ook noodzakelijk om de veelal gesloten geloofsgemeenschappen goed te leren kennen. Zonder aanpassingen hier en daar, zouden deze mensen mij niet ontvangen hebben.

Tolerantie is een beladen term geworden in de Nederlandse samenleving, sinds het failliet verklaren van het multiculturalisme. Sommige politici menen zelfs dat ze het woord in zijn geheel kunnen afwijzen. Zo zei Fleur Agema, de vice-fractievoorzitter van de PVV, in het programma 24 uur met… tegen interviewer Wilfried de Jong: „Ik vind tolerantie zo’n hol begrip. Je tolereert iemand totdat hij over de schreef gaat en dan tolereer je hem niet meer. Ik vind het begrip niet mooi en ook niet iets om trots op te zijn.”

Is tolerantie inderdaad een hol begrip? Het woord is nauw verwant aan dat andere woord waar de PVV zich mee afficheert: vrijheid. Vrijheid en tolerantie kunnen soms op gespannen voet met elkaar staan, maar dit is niet verkeerd; het hoort bij de dynamiek van een vrije rechtsstaat. Vrijheid kan nu eenmaal niet bestaan zonder tolerantie en vice versa. De politica Agema zou dit moeten weten.

Een tolerante houding naar een ander kan niet betekenen dat je je identiteit wegdrukt. Dat laatste verwachtten de orthodoxen op den duur wel van mij. Zo was het openlijk uitspreken van mijn eigen denkbeelden ten aanzien van gelijkheid en geloof uit den boze. Het zou weerstand en woede van de gelovigen hebben opgewekt. Het leek daarom wijzer om mijn eigen opvattingen zo veel mogelijk in te slikken.

Dit bleek uiteindelijk onhoudbaar. Je kunt jezelf niet verloochenen of reduceren tot iets wat je niet bent. Na verloop van tijd moest ik een scherpe grens trekken tussen mijzelf en de orthodoxe protestanten. Alleen door gepaste afstand te nemen kon ik mijn eigen identiteit en vrijheid beschermen. Gaandeweg mijn tijd bij orthodoxe gelovigen werd het samenleven met de strenge gelovigen voor mij als niet-gelovige ondraaglijk.

Dit betekent echter niet dat ik tolerantie afwijs. Het schrappen van het woord is voor mij onvoorstelbaar. Tolerantie blijft noodzakelijk in het optreden naar een ander. In mijn interpretatie van het woord staat het voor een ontmoetingsplaats, de ruimte die je geeft en ontvangt. Op die manier kun je de ander leren kennen. Daarbij worden grenzen afgetast en onderzocht om tenslotte ook gesteld te worden. Dat moet van twee kanten komen. De orthodoxe gelovige die mij niet accepteert omdat ik geen rok draag, kan niet rekenen op een structurele aanpassing van mijn kant.

De rechtlijnigheid en het gebrek aan tolerantie beperken zich niet enkel tot bepaalde gelovigen, maar is ook bij sommige politici waar te nemen. Met het verwerpen van het woord tolerantie uit het Nederlandse vocabulaire stemt mevrouw Agema overeen met sommige orthodoxe gelovigen. Een opmerkelijke opstelling. Want waren dat niet juist mensen tegen wie zij en haar partijgenoten vurig ageren?

Rachel Visscher (1982) studeerde geschiedenis, Italiaans en antropologie en debuteerde deze maand met ‘Zwarte dauw. Geloven in een Hollandse gemeenschap’.