Europa wil ditmaal aan de kant van het volk staan

Jarenlang had de EU de Egyptische leider Mubarak gesteund omdat hij de stabiliteit in de regio garandeerde, en jarenlang had de EU zijn land geld gegeven voor ‘democratische hervormingen’. Was dat weggegooid geld geweest? En had de EU misschien kunnen zien aankomen dat op een dag alles anders zou zijn?

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle vond dat niet interessant. Er moest nu „vooruitgekeken worden”. Samen met de andere Europese ministers van Buitenlandse Zaken had hij gisteren in Brussel urenlang vergaderd over een verklaring die niet heel hard was voor Mubarak, maar wel vroeg om een ‘ordelijke overgang’, ‘substantiële democratische veranderingen’ en ‘vrije en eerlijke verkiezingen’.

En weer zegt de EU dat zij klaar staat om Egypte te helpen op de weg naar democratie. „We zijn een gemeenschap van waarden”, zei Westerwelle. „We staan altijd aan de kant van wie vraagt om democratie en de bescherming van de mensenrechten.”

Er was natuurlijk geen andere Europese minister geweest die daar in de vergadering anders over dacht. Er waren wel ministers, vooral de Britse en de Franse, die er openlijk over twijfelden hoe kritisch de EU nu moest zijn voor het Egyptische regime – dat een nauwe partner was van de EU en stabiliserend was geweest voor het Midden-Oosten. En waarvan het ook nog niet helemaal zeker was dat het de strijd met de straat zou verliezen. En zelfs dan: wat zou ervoor in de plaats komen? Een flink aantal ministers noemde het „gevaar van radicalisering”.

Dat hoorde bij het ‘vooruit kijken’ en het was voor de Europese Unie gisteren al ingewikkeld genoeg: landen als Duitsland, Zweden en Spanje hadden liever gewild dat de EU-verklaring scherper was geweest. Het werd het soort compromis waar de EU zo goed in is: Mubarak werd niet genoemd en niet geprezen om zijn matigende rol in de regio, maar hij kreeg ook geen harde kritiek.

„We moeten eerlijk zijn”, zei de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken Jean Asselborn. „We hebben als EU de afgelopen jaren naar het regime gekeken en niet naar de bevolking. Wij zijn allemaal bij dat regime op bezoek geweest en we wisten dat het stabiliteit betekende en een blokkade was tegen de fundamentalisten.”

En het Europese geld? „Ik ben ervan overtuigd dat dat niet allemaal opgegaan is aan corruptie”, zei Asselborn met een cynisch lachje. „Maar je moet bedenken: vergelijk de regering van Mubarak eens met andere regimes in de Arabische wereld.” Dan viel het nog wel mee, bedoelde de minister.