Bahrami zat eerder in cel voor smokkel

Een eerdere veroordeling van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami wegens cocaïnesmokkel is niet van invloed geweest op de inspanningen van de Nederlandse regering om haar executie in Iran te voorkomen. Dat zegt minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD).

Gisteren maakte het programma Nieuwsuur bekend dat Bahrami, die afgelopen zaterdag in Iran werd opgehangen, in 2003 in Nederland werd veroordeeld na het smokkelen van 15,7 kilo cocaïne uit het Caraïbisch gebied. Ze kreeg drie jaar gevangenisstraf opgelegd, waarvan één jaar voorwaardelijk. In 2007 werd ze ook veroordeeld, voor het vervalsen van een paspoort.

Minister Rosenthal zegt dat „de achtergrond van mevrouw Bahrami „in genen dele van invloed is geweest op onze pogingen haar van consulaire bijstand te voorzien”.

D66-fractievoorzitter Pechtold wil van de minister precies weten wat hij en zijn ambtenaren de afgelopen maanden allemaal hebben ondernomen voor Bahrami.

Ook wil Pechtold opheldering over het ‘brandstofincident’ tussen Nederland en Iran. De voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Iran, Manouchehr Mottaki, zag vorig jaar af van een bezoek aan het VN-bureau voor chemische wapens in Den Haag nadat hij geen garantie kreeg dat zijn vliegtuig in Nederland zou worden volgetankt. Volgens Pechtold was het bezoek van de minister een uitgelezen kans om op hoog niveau over Bahrami te praten.

De officiële lezing van Buitenlandse Zaken is altijd geweest dat het besluit om het vliegtuig niet vol te tanken is genomen door de brandstofleverancier, die zich wilde houden aan het Amerikaanse sanctiebeleid tegen Iran. Op aandringen van Rosenthal gaat de EU onderzoeken of de sancties tegen bepaalde Iraniërs kunnen worden aangescherpt.