Zonder leider loopt revolutie op niets uit

De Jasmijnrevolutie in Tunesië heeft een golf aan protesten losgemaakt in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Rellen en protesten groeien in Libanon, Jordanië, Algerije en Jemen, terwijl in Egypte een ware revolutie is uitgebroken.

De massademonstraties begonnen op de ‘Dag van Woede’ op 25 januari. Voor het eerst sinds 1981, toen de Egyptische president Hosni Mubarak aan de macht kwam, doorbraken burgers de barrière van angst en passiviteit. Massale demonstraties vonden plaats in de Noordelijke Delta (Alexandrië, Sura, Sharqiya), de grote haven- en industriesteden (Suez en Ismalia), verschillende grensplaatsjes en de badplaats Al-Areish. Hart van de demonstratie vormde de hoofdstad Kairo, waar op het Plein van de Vrijheid tienduizenden demonstranten samenstroomden om te protesteren tegen Mubarak. Ook op het nabijgelegen Ramsesplein werd gedemonstreerd. Daar eisten aanhangers van de Moslimbroederschap het einde van de seculiere overheid.

Vanuit Nederland volg ik de gebeurtenissen met gemengde gevoelens. Ik verwelkom natuurlijk dit massale protest na jaren van lethargie. Maar ik maak mij zorgen over mijn Egyptische familieleden. Ook vrees ik voor de stabiliteit en vrede van mijn land en mijn volk.

Als Egyptisch-Nederlandse is mijn hoofd en hart nu bij de gebeurtenissen in Egypte, waar mensen voor het eerst sinds 1952 weer voor hun vrijheid strijden. Tegelijkertijd zie ik ook de gevaren van de politieke onrusten. De demonstraties begonnen met een schreeuw om brood en banen, maar veranderden al gauw in een politiek protest tegen de autoriteiten, de corruptie en het gebrek aan vrijheid.

Toch wijzen de massale protesten in Egypte en andere landen in de regio niet op een democratische revolutie. Binnen het breed gedragen volksprotest verschuilen zich verschillende politieke groepen, waaronder de islamisten van de Moslimbroederschap en andere radicale groeperingen. Dit zijn de groepen die de demonstraties een steeds grilliger karakter geven, ministeries en partijbureaus in brand steken en actief de confrontatie met de politie en veiligheidstroepen opzoeken. Zij willen geen democratisch Egypte, maar een islamitisch Egypte.

De Egyptische demonstranten zijn het zat en willen verandering. Maar wat voor verandering? Niemand weet wie Mubarak op zou moeten volgen. Egypte heeft geen sterk maatschappelijk middenveld. Er zijn geen goed georganiseerde partijen en de restanten van partijen die nog bestaan (zoals de Wafd-partij), zijn besmeurd door schandalen en corruptie. Waar na de moord op president Sadat Mubarak vrij eenvoudig naar voren kon worden geschoven door zijn Nationaal Democratische Partij (NDP), is dit nu niet langer mogelijk. President Mubarak heeft de partij door de jaren heen verzwakt en uitgekleed. Met het vertrek van Mubarak gaat de NDP dan ook waarschijnlijk ten onder.

De revolutie in Egypte is een revolutie zonder leider. Voormalig hoofd van het International Atoomagentschap (IAEA) en Nobelprijswinnaar Mohamed ElBaradei is bij de demonstraties betrokken, maar hij is voor veel Egyptenaren te veel een buitenstaander die te lang in het Westen heeft gewoond om het leven van de gewone Egyptenaar nog langer te kunnen begrijpen.

Maar zelfs al zou ElBaradei de leiding nemen, dan nog ontbreekt in Egypte de basis voor echte democratische hervorming. Er bestaat niet zoiets als een democratische of politieke cultuur, er zijn geen sterke maatschappelijke organisaties (behalve islamitische), geen sterke belangengroepen of vrije media. Egypte kent geen georganiseerde rechtsstaat. En er is niemand in het land die wat voorstelt zonder bevriend met het regime te zijn geweest. Wie zouden daarom de nieuwe ministers moeten worden? Welke partijen nemen zitting in het parlement?

De dagen van Mubarak zijn geteld. Zijn zoon en tot voor kort gedoodverfde opvolger Gamal Mubarak, zal hem niet op kunnen volgen. Het land lijkt te vervallen in chaos. Met afgrijzen zag ik de beschadigde kunstschatten in het Kairo Museum die door losgelaten gevangenen en dieven kort en klein zijn geslagen. Door heel Kairo razen bewapende bendes die plunderen, intimideren en winkels in brand steken. De politie heeft zich teruggetrokken en het leger kijkt werkeloos toe. Ondertussen stijgt het dodental. Gruwelijke beelden van mortuaria met verminkte lijken druppelen binnen.

Al dagenlang word ik gefeliciteerd met de revolutie. Maar ik huil, ik huil om de doden en ik huil om mijn land. Ik ben trots op die demonstranten die zo massaal verandering zoeken. Hun eisen zijn eerlijk en terecht. Maar zonder leiderschap leidt deze revolutie alleen maar tot chaos. Het enige waarop de Egyptenaren nu nog hopen, is dat het leger snel de controle overneemt en een interim-regering instelt. Hopelijk kunnen er dan geleidelijk hervormingen worden doorgevoerd. Maar voor democratie heeft het land heeft nog veel tijd nodig.

Monique Samuel studeert internationale betrekkingen in Leiden en is een koptisch-christelijke schrijver. Zij had een column in het Nederlands Dagblad.