Woordenwolken

Het volume van je stem. De hoogte van je toon. Ze hebben meer invloed op het maatschappelijk welbevinden dan je zou denken. Zoekt de overheid nog een manier om te bezuinigen? Denk eens aan ‘motherese’ en ‘elderspeak’. Praat hoger tegen baby’s, praat lager tegen bejaarden – en de tekorten op jeugdzorg en ouderenzorg verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Kranten citeerden vorige week een artikel uit het tijdschrift Developmental Psychology over kindgerichte spraak, in de internationale volksmond bekend als ‘motherese’. Hoe die taal klinkt is overigens lastig uit te leggen, want zelf spreek ik het helaas niet, en zoek je naar voorbeelden, dan blijkt vreemd genoeg niemand het te spreken. Het enige voorbeeld dat ik vond, stamt uit 1919, uit het Britse tijdschrift Punch. ‘Wasums and didums, then? ‘Oose queenie-mouse was ‘oo?’

Niettemin vonden onderzoekers Adena Schachner en Erin Hannon dat baby’s langer geboeid blijven door mensen die deze babytaal praten, met simpele woorden en de nodige glissando-effecten in hun stem, dan door volwassenen die op academisch niveau converseren. Het kinderlijke praten, concludeerden de onderzoekers, leert kinderen geschikte sociale partners uit te kiezen; mensen van wie ze taal en emoties kunnen leren. Dit kiezen zou wel eens de grondslag kunnen vormen van sociale cognitie. Het onderzoek riep bij de krantenlezer meteen een ander onderzoek in herinnering, van de gerontoloog Becca Levy van de universiteit van Yale. Die vond een paar jaar geleden dat ouderen zeveneneenhalf jaar eerder doodgaan als je kinderlijk tegen ze praat. Het gebruik van een ‘singsong tone’ en simpele woorden tast hun gevoel van eigenwaarde aan. Ze worden depressief, ziek, afhankelijk, gaan schreeuwen en sterven ver voor hun tijd.

Het steekt dus nogal nauw, kun je concluderen, welke woordenschat je in welke context gebruikt. En niet alleen wanneer het gaat om baby’s en bejaarden. In elke context heeft de keuze voor een taalregister betekenissen en gevolgen. Breng het vocabulaire van de markt binnen in de publieke sector, en de werknemers worden ziek, depressief, gaan huilen en sterven prematuur. Introduceer het vocabulaire van de publieke sector op de markt, en de ondernemers verliezen hun aandacht, kijken weg, vinden geen geschikte partners en komen de rest van hun leven niet meer toe aan sociale cognitie.

In politiek opzicht kun je zeggen dat we sinds de verkiezingen van de ene woordenschat in de andere zijn beland. Tot nu toe hadden we het over zorgzaamheid, verbinding, waarden, rentmeesterschap; dat was een hartelijk idioom, gericht op het welzijn van de ander. In het slechtste geval had de taal het deprimerende effect van elderspeak. ‘Hoe voelen we ons vandaag?’

Tegenwoordig hebben we het over daadkracht, keihard aanpakken, resultaatgericht werken, met een team natuurlijk, en ‘never contemplate defeat’. Het is een optimistisch idioom, dat past bij de individuele ondernemingszin. Gesproken door sommige leden van de regering is het een idioom van mensen die altijd gelijk hebben, en die zelf niet doorhebben dat zoiets niet kan. Hoe hoger het volume en hoe zelfverzekerder de toon, hoe meer het doet denken aan ‘the completeness of limited man’ – de term waarmee John Stuart Mill uitlegde dat je alleen zo tevreden kunt zijn over jezelf als je je blikveld beperkt.

Toch zijn er nog interessantere veranderingen dan alleen deze vervanging van woordenschat en wereldvisie. Dat zijn de veranderingen die optreden wanneer je een enkel woord van het ene idioom verplaatst naar het andere. Een mooi voorbeeld bood het partijlid van GroenLinks dat op de televisie bezwaar maakte tegen de missie naar Afghanistan. Zijn partij geloofde dat de missie goed zou zijn voor Afghaanse vrouwen. „Vrouwenrechten zijn een hobby van GroenLinks”, zei hij misprijzend.

Wat opviel was het gebruik van het woord ‘vrouwenrechten’ in plaats van ‘mensenrechten’; in combinatie met de woorden ‘hobby’ en ‘naïef’ verwees het naar een wereld die recht tegenover die van de ‘werkelijkheid’ stond. En de uitspraak viel vooral zo op omdat diezelfde dag Egbert Myjer, rechter bij het Europees Hof in Straatsburg, zich er in de krant over beklaagde dat in Nederland steeds kritischer wordt gesproken over mensenrechten.

Zo zag je ook hier het belang van context. Neem een woord als mensenrechten, verander het in vrouwenrechten, zet het in een woordenwolk – word cloud – met woorden als ‘haalbaar’, ‘realiteit’, ‘nationale soevereiniteit’, ‘geldverslinding’, en het betekent eigenlijk niet zoveel meer. Het betekent in elk geval iets heel anders dan in de woordenwolk van Egbert Myjer, waar het tussen woorden staat als ‘geweten’, ‘waarborg’, ‘Tweede Wereldoorlog’ en ‘verdrag’.

Zoals je met kinderlijke taal baby’s kunt opvoeden en bejaarden ziek kunt maken, zo kun je met andere taalregisters situaties verbeteren, maar ook verslechteren. Woordenwolken drijven nooit zonder dreiging langs. Ik vrees dan ook dat we de mensenrechten straks definitief kwijt zijn als we ze vrouwenrechten gaan noemen en ze verbannen naar de wolk van ‘oetsiekoetsie’ en ‘oedelepoedelewoepsie’ – woorden die, heb ik me tenminste laten vertellen, behoren tot het motherese.