'Till the fat lady sings' ontroert diep

Till the fat lady sings, door toneelgroep Oostpool. Regie: Erik Whien. Gezien 29/1, Huis Oostpool, Arnhem. Daar t/m 19/3. Inl. toneelgroepoostpool.nl. ****

Jesse Elders (Maria Kraakman) is gekooid in kennis. Jezus heeft op haar tiende al afgedaan, en sindsdien klampt ze zich vast aan boeken, aan dichters en denkers. Ze is twintig en studeert literatuurwetenschap als ze plotsklaps inziet dat ze ook hier het antwoord niet vindt.

Alle Grote Verhalen hebben afgedaan. Wat rest haar nu nog?

Dit verlies van hoop en illusie brengt haar aan de rand van een zenuwinzinking, en eroverheen. Als ze toevlucht zoekt in haar ouderlijk huis komt het tot een existentiële confrontatie met haar broer Walter (Sanne den Hartogh).

Till the fat lady sings van Toneelgroep Oostpool, naar J.D. Salinger, hult zich sfeervol in jarenvijftigaankleding en -decor, maar de virtuoze, vlijmscherpe tekstbewerking van Casper Vandeputte is razend actueel.

Moeiteloos kan de zoektocht van de radeloze naoorlogse Amerikaanse jeugd die Salinger schetst, worden getransporteerd naar het hier en nu. De twijfel, de zelfkritiek en het tekortschieten van de ratio in het verlangen naar vervulling – hier herkennen we de hedendaagse worsteling van een samenleving die na het afscheid van religie en ideologie geen pasklaar antwoord meer heeft op de grote levensvragen.

Vandeputte geeft, via Salinger, dat antwoord wel, in elk geval op alledaags, kleinmenselijk niveau, en zo intelligent en tegelijkertijd eenvoudig dat het diep roert. Till the fat lady sings is een ode aan menselijkheid en liefde; aan de verbeelding en aan het triviale – een ode aan de kunst, en aan kippensoep.

Kraakman speelt Jesse fraai verzenuwd, en Den Hartogh is fenomenaal als haar bikkelharde, maar liefdevolle broer. Een projectie op de vloer toont verwrongen tralies – Jesse bevrijdt zichzelf uit de kooi van de ratio. Maar het is haar broer Walter die haar een nieuw, emotioneel onderkomen biedt.