Rosenthal: brute daad van een barbaars regime

Heeft Nederland gedaan wat het kon om de executie van Zahra Bahrami te voorkomen? Ja, zegt minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken.

Barbaars. Misleidend. Corrupt. Het zijn weinig diplomatieke woorden die minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) kiest om zijn verontwaardiging over de executie van de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami te laten blijken. Er valt geen hoogte te krijgen van het Iraanse regime, zegt Rosenthal, „dat wordt nog eens op de meest brute en crue wijze gedemonstreerd”.

Rosenthal was vanmorgen nog druk bezig met de voorbereiding van het reguliere overleg met de andere ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie, later op de dag. Tijdens die bijeenkomst zou bekeken worden wat de EU als geheel nog tegen Iran zou kunnen ondernemen, in reactie op de voltrekking van het doodvonnis afgelopen vrijdagnacht.

U was compleet verrast door het bericht?

„Ja. Afgelopen vrijdag kregen we via de Iraanse ambassadeur hier in Den Haag te horen dat het strafproces nog bezig was. Er moest nog bevestiging komen van de openbaar aanklager dat andere aanklachten die er nog lagen openstonden en er nog een mogelijkheid van beroep was. Luttele uren later in de nacht van vrijdag op zaterdag is mevrouw Bahrami opgehangen. Diplomatiek noem je dat misleiding, maar je kunt ook zeggen dat men ons gewoon voor het lapje heeft gehouden.”

Kwam afgelopen vrijdag consulaire bijstand ter sprake?

„Er is nooit sprake geweest van consulaire bijstand. Er is besloten van onze kant de advocaat te betalen. Consulaire bijstand is continu geweigerd. En ook elke demarche van onze kant richting de magistratuur is steeds geweigerd met de simpele mededeling dat wij er niets mee te maken hadden. Dat zij ook Nederlandse is, gold voor hen niet. Dat is ook de lijn die men nu volgt.”

Is wel alles door Nederland uit de kast gehaald om dit te voorkomen?

„Ja! Op alle mogelijke niveaus. Vanuit Nederland, maar ook andere landen van de Europese Unie zijn ingeschakeld. Die derde landen willen om moverende redenen dat dit niet in de openbaarheid komt. Er is stille diplomatie bedreven.”

Toch wordt de vraag gesteld of het wel voldoende is geweest.

„Dan zeg ik het maar een beetje ruw. Degenen die dat zeggen, laten kennelijk eerder hun oren hangen naar de Iraanse autoriteiten dan naar de autoriteiten van een land dat je op dit punt wel kunt vertrouwen, namelijk Nederland.”

De minister van Buitenlandse Zaken van Iran is in december niet naar Nederland gekomen omdat hij niet de garantie kreeg dat zijn vliegtuig volgetankt zou worden.

„Laat ik niet in technicalities treden. Je hebt hier te maken met een regime dat kennelijk een mensenleven wil ruilen voor een jerrycan met benzine. Daar ging het om. Je kunt geen afspraken met ze maken.”

U hebt niet de Nederlandse ambassadeur in Teheran teruggeroepen.

„Nee. Ik vind het van het grootste belang dat het hoogste niveau, de ambassadeur in Teheran, de familie bijstaat. Er zitten nog meer Nederlanders met Iraanse nationaliteit in gevangenissen daar. ”

Maar juist deze stevige taal helpt niet om stille diplomatie voor die anderen te bedrijven.

„Kijk eens: de gang van zaken met betrekking tot mevrouw Bahrami toont toch niets anders aan dan dat het een barbaars regime is. Dat is geen oordeel, dat is een feit. Dat moet je in deze situatie gewoon zeggen.”