Parlement is machtiger bij minderheidskabinet

In negen maanden kan er veel veranderen, maar er is soms ook sprake van een opmerkelijke continuïteit. Op 22 april 2010 stemden CDA, VVD, GroenLinks, ChristenUnie, D66 en SGP voor een motie waarin het kabinet werd opgeroepen om de mogelijkheid te onderzoeken dat Nederland civiele politietraining en -opleiding in Afghanistan voor zijn rekening zou nemen. De motie was een initiatief van GroenLinks en D66.

Vorige week steunden dezelfde partijen het voornemen van het kabinet om een dergelijke missie naar de noordelijke provincie Kunduz uit te zenden. Minus één Kamerlid van GroenLinks, dat vroeger lid was van de pacifistische PSP.

En dezelfde partijen die in april tegenstemden, keerden zich er ook nu tegen: PvdA, PVV, SP en PvdD. Rekenkundig gezien is het politieke draagvlak voor de missie licht geslonken: van 81 Tweede Kamerzetels in april 2010 naar 78 in januari 2011.

In die negen maanden waren er vervroegde verkiezingen die ertoe leidden dat het demissionaire kabinet-Balkenende van toen nog CDA en ChristenUnie werd opgevolgd door het kabinet-Rutte van VVD en CDA, dat het met gedoogsteun van de PVV moet zien te rooien.

Die steun ontbrak voor de missie in Afghanistan, zo wisten deze drie partijen al sinds ze over een regeerakkoord onderhandelden. Dus moest het kabinet steun zien te verwerven bij de oppositie. En die kreeg het, in ruil voor een flinke hoeveelheid concessies, uiteindelijk in voldoende mate, al was het krap.

Zo bevestigde dit debat het idee dat een minderheidskabinet leidt tot grotere macht voor de volksvertegenwoordiging.

En hoewel het geheel volgens verwachting was, moet het voor Rutte toch onaangenaam zijn geweest om te zien dat zijn gedoogpartner PVV zo rigoureus en eigenlijk ook zo bot afstand nam van zijn beleid op een dergelijk essentieel terrein: een missie waarbij levens van Nederlandse militairen en politieagenten op het spel kunnen staan.

Het debat liet verder zien dat ‘links’ op cruciale momenten verdeeld kan zijn, maar dat was gelet op de motie uit april 2010 eigenlijk ook niet zo’n verrassing.

De prijs voor het dapperste Kamerlid gaat naar fractieleider Jolande Sap van GroenLinks. Zij en haar fractie weerstonden het verlangen om het kabinet, waarvan ze een diepe afkeer hebben, een stevige nederlaag te bezorgen en lieten hun inhoudelijke oordeel de doorslag geven, met effectieve gebruikmaking van de machtspositie waarin ze waren terechtgekomen.

Dat was consequent – zie weer de motie – maar vergde ook de moed om de grote weerstand van de eigen achterban niet doorslaggevend te laten zijn.

Sap en de haren handelden zonder last. En zo hoort het.