Op de 26 juli-brug speelt Ashraf nu zelf de baas

Egyptenaren vrezen de plunderaars. Volgens sommigen zijn de plunderingen door het regime geïnspireerd.

De 26 juli-brug in de Egyptische hoofdstad Kairo, was vrijdag het toneel van hevige gevechten tussen politie en demonstranten. Maar nu is Ashraf er de baas.

Ashraf is een gezette man in camouflagekleding, die een groep van enkele tientallen jonge mannen leidt. Ze hebben van hekken, stalen buizen en potten een barricade gebouwd, en houden alle auto’s aan. Ze komen uit de middenklasse-wijk Zamalek, en hebben de groep opgericht om plunderingen tegen te houden.

Ashraf dirigeert sinds zaterdag elke middag en avond het verkeer dat op deze brug het centrum van Kairo verlaat. „We controleren iedereen”, zegt hij „Als de politie het niet doet, dan moeten wij het doen.”

Kairo verkeert sinds de grote demonstraties van vrijdag, na het uitgaan van de moskeeën, in staat van anarchie. Nadat de politie vertrokken was, trokken groepjesplunderaars door de straten van Kairo.

Pinautomaten zijn niet veilig meer. Winkelruiten worden ingegooid, winkelcentra leeggehaald en huizen bestormd.

Aan de Nijl sticht een groep plunderaars brand bij een luxe restaurant. Ze steken toiletrollen in brand en gooien die bij het restaurant naar binnen. Terwijl omstanders proberen te blussen, rennen tientallen plunderaars het gebouw in. Ze pakken een stoel, een ladenkast of een krat. Auto’s rijden voor, en binnen een kwartier is het restaurant leeg.

Ook het prestigieuze Egyptische Museum, een gigantische schatkamer van mummies en voorwerpen uit de Oudheid, is niet gevrijwaard gebleven van plundering.

Burgers en militairen vormden lange tijd een cordon om het museum te beschermen, maar enkele mensen slaagden erin binnen te komen via het dak. Ze namen een nog onbekend aantal historische schatten mee. De plundering, hoe klein schalig ook, is een psychologisch grote klap voor de inwoners van Kairo, die trots zijn op hun museum.

Burgerwachten controleren nu de straten om verdere plundeeringen te voorkomen. De burgerwacht op de 26 juli-brug heeft een paar pistolen en geweren gehaald uit een nabijgelegen wapenwinkel. ’s Nachts schieten ze een keer op een groep gewapende plunderaars.

De plunderaars, zeggen veel Egyptenaren op straat, zijn gestuurd door het regime om Egypte in wanorde te storten en de bevolking om de terugkeer van de politie te laten smeken. De Egyptische staatstelevisie, die nog altijd op de hand van Mubarak is, zendt de laatste dagen onafgebroken beelden uit van gearresteerde plunderaars.

Opvallend is de samenwerking tussen de geïmproviseerde milities en het leger. Als de mannen van Ashraf op de 26 juli-brug weggaan, nemen enkele militairen de controlepost over.

Als de burgers een verdachte aanhouden, dragen ze die over aan het leger. Vooraf vreesden veel Egyptenaren dat het leger, dat immers de laatste troefkaart van het regime van Mubarak is, met scherp op de demonstranten zou schieten.

„Iedereen vindt dat de politie heeft afgedaan en dat het leger orde op zaken moet stellen”, zegt een vrouw van middelbare leeftijd uit Zamalek. „Ik zag gisteren plunderingen en heb de politie nog proberen te bellen. Tevergeefs, natuurlijk. Nu we ze nodig hebben, zijn ze opeens nergens meer te vinden. Nu moet het leger het maar doen.”

Nadaa al-Kader, een financieel analist, maakt zich zorgen over de instortende samenleving. „We willen het regime van Mubarak weg hebben, omdat het ons economisch heeft geruïneerd. Nu Mubarak maar niet weggaat, verslechtert de situatie alleen maar.

Hij wijst om zich heen. „Kijk, alle winkels om ons heen zijn gesloten en je kunt ook geen geld meer opnemen. De aandelenbeurs is gesloten en alle toeristen worden geëvancueerd.

„Er lopen nu gekken op straat, zo kan het niet langer voortduren. Het leger is het enige instituut dat nog enigszins gerespecteerd wordt.”