Nederland en Iran botsen na executie van Bahrami

Het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft gisteren de Nederlandse ambassadeur ontboden. Dat gebeurde in reactie op de beslissing op zaterdag van minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) om alle ambtelijke contacten met Iran te verbreken.

Rosenthal besloot hiertoe nadat bekend was geworden dat Iran de Iraans-Nederlandse vrouw Zahra Bahrami heeft opgehangen. Ze was begin januari schuldig bevonden aan drugsbezit. Rosenthal adviseerde Nederlanders met een Iraans paspoort niet naar het land te reizen. De minister zei zich nog te beraden op extra maatregelen in EU-verband.

De Nederlandse ambassadeur in Iran kreeg gisteren te horen dat de executie van Bahrami volgens Iran een nationale kwestie is. De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad zei begin september al dat de Nederlandse ambassade haar belangen niet mocht behartigen omdat ze een geboren Iraniër was. Rosenthal drong na de ter dood veroordeling van Bahrami aan op de mogelijkheid om haar consulaire bijstand te verlenen en op een eerlijke rechtsgang.

De 45-jarige Bahrami werd eind 2009 in Teheran opgepakt op verdenking van ‘oppositionele activiteiten’ en drugsbezit. Midden jaren negentig was ze met haar zoon uit Iran naar Spijkenisse verhuisd. Ze bezat de Nederlandse nationaliteit en sprak vloeiend Nederlands. Sinds 2006 woonde Bahrami in Londen. Op 31 december 2009 werd ze in Iran klemgereden door een arrestatieteam, vier dagen na een treffen tussen anti-regeringsdemonstranten en ordetroepen. Ze verbleef toen al enkele maanden in de Iraanse stad Karaj, vlakbij Teheran. Uit het politiedossier bleek dat Bahrami in Londen korte tijd lid was van het Verbond van Monarchisten, een schimmige organisatie die in Iran verantwoordelijk wordt gesteld voor talloze bomaanslagen.

Buitenlandse Zaken heeft steeds verklaard met stille diplomatie te proberen Bahrami’s straf te verminderen. Haar advocaat zei in december tegen NRC Handelsblad dat Nederland niets deed voor haar. (NRC)