McEwan verantwoordt zich voor aanname prijs

Twee weken geleden kreeg Ian McEwan de Jerusalem Prize for Literature toebedeeld. Collegae adviseerden hem de prijs niet in ontvangst te nemen. McEwan legt in de Britse krant The Guardian uit waarom hij daar geen gehoor aan gaf.

Corrupt en cynisch, zo werd de Jerusalem Prize for Literature genoemd door pro-Palestijnse schrijvers. In een ingezonden brief aande krant The Guardian hadden twintig Britse schrijvers (onder wie John Berger, Naomi Foyle en Judith Kazantzis) aan Ian McEwan – aan wie de prijs was toegekend – gevraagd die niet in ontvangst te nemen, maar aan dat verzoek gaf hij geen gehoor. Wel voelde hij zich geroepen die keuze in dezelfde krant te verantwoorden. „We zijn het niet eens over wat het goede is om te doen. Ik wil er zelf achterkomen, via dialoog, betrokkenheid, zoekend naar manieren waarop literatuur – vooral fictie met haar vermogen om invloed uit te oefenen op de manier waarop mensen denken – politieke verschillen kan overbruggen.” Ook benadrukt McEwan dat hij een literaire en géén politieke prijs heeft gehad. Hij verklaarde zich een tegenstander van zowel de Israëlische kolonisten als de terroristen van Hamas.

De prijs werd eerder toegekend aan onder anderen Bertrand Russell, Milan Kundera, Susan Sontag en Simone de Beauvoir, „schrijvers die zich minstens zoveel om vrijheid en menselijke waardigheid bekommeren als u”, aldus McEwan. (NRC)