In Tunesië regeren Ben Ali's vrienden nog

Rached Ghannouchi, (R) the leader of Tunisia's Islamist movement Ennahdha speaks with AFP journalists in his home on January 30, 2011 in Tunis after he returned after 22 years in exile. After the ousting of his arch-enemy Zine El Abidine Ben Ali he returned to Tunisia today eyeing a political role for his Ennahda movement in a country that is breaking free of the tight controls imposed by the former regime. AFP PHOTO FETHI BELAID AFP

De toestand: De Tunesische opstand die tot de val van Zine al-Abidine Ben Ali leidde, had ook vorig jaar kunnen gebeuren of misschien ook volgend jaar. De zelfverbranding van Mohammed Bouazizi in Sidi Bouzid die op 17 december het protest losmaakte, was niets nieuws. Op 3 maart 2010 stak bijvoorbeeld Abdessalem Trimech zich in brand voor het gemeentehuis van Monastir. De politie had de kar in beslag genomen waarmee hij groenten verkocht, de enige bron van inkomsten voor zijn gezin. Bouazizi’s zelfverbranding werd toevallig wél opgemerkt en via Twitter en Facebook verspreid. Dat leidde tot protesten die zich snel verspreidden. Ben Ali, eigenlijk president voor het leven, probeerde het protest neer te slaan, maar vluchtte op 14 januari naar Saoedi-Arabië. De rest van zijn regime bleef aan de macht.

De achtergrond: Tunesië is een plezierige toeristenbestemming, maar Ben Ali (74) had het land al 23 jaar in een ijzeren greep. Wie protesteerde kon naar de gevangenis. Zijn regime is uitgeroepen tot ‘kampioen van de internet-afknijpers’. Het in het Westen geaccepteerde excuus was dat anders de moslim-fundamentalisten aan de macht zouden komen. „Veel Tunesiërs zijn gefrustreerd door het gebrek aan politieke vrijheid en kwaad over de corruptie van de First Family, de hoge werkloosheid en regionale ongelijkheid”, meldde de Amerikaanse ambassadeur in Tunis in 2009 in een door WikiLeaks gepubliceerd bericht aan Washington. In vergelijking met veel andere Arabische landen is het compacte Tunesië hoog ontwikkeld, en de economie doet het ook niet heel slecht. Maar de welvaart is zeer ongelijk verdeeld; de toeristische bestemmingen aan de kust zijn een stuk rijker dan het gemarginaliseerde binnenland waar het protest begon. Bovendien is de werkloosheid hoog, 14 procent. Vooral de stroom jongeren met een universitaire opleiding, vindt nauwelijks werk. De patserige weelde van de familie van de president zette veel kwaad bloed.

Hoe verder? Ben Ali’s vertrek geldt in het buitenland als de ‘Jasmijnrevolutie’, maar er is (nog) helemaal geen sprake van een omwenteling. Ben Ali’s parlementsvoorzitter is interim-president en zijn premier is dat nog steeds. Zijn partij heeft nog geen plannen om de macht op te geven. De organisatie van fundamentalistenleider Rachid Ghannouchi kan tezijnertijd in verkiezingen een belangrijke rol kan spelen. Maar niemand weet na zoveel jaar onderdrukking hoe sterk zij zijn.

Vooruitzicht Ben Ali’s regime zet het bewind zonder hem en de Familie met meer ruimte voor oppositie voort. Een andere optie is dat een gematigd islamitisch bewind op den duur aan de macht komt.