In rest Arabische wereld is protest beperkt

Het lijkt alsof in de hele Arabische wereld de massa’s op weg zijn gegaan om hun versteende, corrupte en repressieve leiders af te zetten, maar dat is geen juist beeld. De olierijke Golfstaten hebben voldoende middelen om hun burgers tevreden te houden.

Saoedi-Arabië is wel zeer olierijk – de grootste olieproducent teter wereld – maar heeft toch een grote jeugdwerkloosheid. Buitenlandse gastarbeiders bezetten het werk in de bouw en andere laagbetaalde banen, en met de Saoedisering daarvan wil het niet erg vlotten. Maar ook hooggeschoolde Saoediërs komen moeilijk aan werk. Maar protest blijft beperkt. In het koninkrijk is de controle strikt. Vrij brede toegang tot informele bijeenkomsten met bestuurders haalt ook de angel uit protest.

Irak is een op zichzelf staand geval. Sinds de val van Saddam Hussein wisselen leiders in principe via verkiezingen. Er is nog steeds van alles mis – niet de hele dag stroom, werkloosheid en onveiligheid. Er wordt veel gemord, maar nieuwe machtsgrepen staan niet op het programma. Syrië heeft mogelijk het meest autoritaire regime, en daarvandaan is tot dusverre geen protest gemeld. De Palestijnse gebieden hebben genoeg aan de Israëlische bezetting.

In Noord-Afrika zijn in Algerije al langer kleinere protesten aan de gang tegen werkloosheid en de slechte huisvesting. Ze hebben tot nu toe niet de neiging uit de hand te lopen. Ook uit Libië worden hier en daar protesten gemeld, maar het land is slecht toegankelijk voor waarnemers. Er zijn nauwelijks berichten van demonstraties in Marokko. (Noord-)Soedan staat wel op de nominatie voor groeiend protest. Hier ook stijgende voedselprijzen en een onzekere economische situatie in verband met de komende afscheiding van het olierijke Zuid-Soedan.