Handjeklap

Het leven is druk en jachtig. We kunnen niet meer alles alleen blijven doen. Je moet je lot soms in handen leggen van iemand die de druk van het bestaan kan wegnemen.

Gelukkig is er Mino Raiola, het ‘duizenddingendoekje’ in voetballand.

Raiola is zaakwaarnemer van voetballers. Gisteravond zag ik een reportage op tv. Raiola werd op de voet gevolgd tijdens de overstap van ‘zijn’ Mark van Bommel van Bayern München naar AC Milan.

Raiola draagt een malle wollen pet en heeft een achtknoops winterjas rond zijn dikke buik gesjord. Hij heeft maar één hand. Of laat ik het beter omschrijven, hij heeft nog een andere hand maar die zit het hele etmaal vast aan zijn mobiele telefoon.

De telefoon komt lekker aan zijn trekken in de hand van Raiola. Hij wordt toegefluisterd, gelikt, afgeblaft, geslagen, geduwd en soms op een onbewaakt moment verkracht. De telefoon hoor je niet klagen. De telefoon en Raiola hebben een symbiotische verhouding. Ze doorstaan elke storm.

De telefoon past vanwege het onophoudelijke telefoneren precies in de oorschelp van de zaakwaarnemer. Als hij voor een pissoir zijn geschut moet richten en even een extra handje nodig heeft rond en achter de gulp, blijft het toestel gewoon in zijn oor hangen. Premier Rutte moest vrijdag verlegen lachend toegeven dat zijn telefoon in het toilet was gevallen.

Onbestaanbaar, vond Raiola dat.

Het zijn drukke dagen voor een zaakwaarnemer. Binnen een dag sluit de transfermarkt. Het doet denken aan de spanning van de laatste kerstinkopen. Je loopt al met drie zakken aan iedere arm en ziet in de etalage toch nog iets moois. Snel naar binnen, handjeklap, en weer een volle tas erbij. Suarez, Van Bommel, Dost, Mertens; ze zijn allemaal te koop, als een paar dure stappers.

Je wenst de aan Liverpool verpatste Luis Suarez ook een heuse ‘Mino’ toe.

Als je Suarez Engels hoort brabbelen maak je je toch een beetje zorgen of hij in het goede vliegtuig stapt en niet abusievelijk op London City Airport de hand schudt van de voorzitter van Chelsea, terwijl in Liverpool een delegatie staat te wachten. Een getransfereerde voetballer kan niet zonder een chronisch bellende zaakwaarnemer.

Bij aankomst is je hotel geregeld en er staat een nieuwe auto met een nieuwe vrouw voor je klaar. En in de achterbak ligt een hippe mand voor de hond. O ja, er komt ook een fotograaf die je iets lekkers in je handen duwt. Gewoon lachen en ‘mmm’ zeggen. Het is voor een paginagrote reclame in een tabloid. Weer een tonnetje wijzer.

Suarez krijgt van zijn mannetje nog een tip ingefluisterd. „Luis, op de vliegtuigtrap zeg je: ‘I love Liverpool, I love the Beatles, strawberry fields forever.’ Is moeilijk, Luis. Even oefenen. Strawberry, nog een keer, strawberry, strawberry.”

Zaakwaarnemers zijn meesters in het snelle contact. Ze hebben louter oppervlakkige kennissen. Voor vriendschap is geen tijd. Ho, daar gaat de telefoon alweer. De voorzitter van een club op de ene lijn, een voetballer aan de andere.

Het vliegtuig zakt door het grijze wolkenpak boven Liverpool. Het team rond Suarez zit klaar voor de landing. Ze weten allemaal waar het om draait: „Kun je dat ook nog even uit je hoofd leren, Luis? Zeg maar: Money, nee, mo-ney, ja precies, money!”