Grote neus, geverfd haar

Nadat er was gebeld met correspondente Nicole le Fever in Kairo, nam het NOS Journaal een kijkje in grillroom Ramses in Soesterberg. We zagen een pizzabakker die met een grote stok een pizza in een houtoven stopte. De verslaggever van dienst zei: „Ook vandaag worden er pizza’s en broodjes shoarma bereid, maar de aandacht is ergens anders...”

Ze zaten er naar CNN te kijken, zo te zien de hele tijd met een Egyptische en een Nederlandse vlag in de handen. Ze maakten zich grote zorgen en hoopten dat het goed afliep allemaal, begrijpelijk.

Ik was een keer in Egypte, nog niet zo lang geleden, in een hotel in de vorm van een croissant. Tot goede gesprekken met Egyptenaren was het in die week niet gekomen. Eigenlijk probeerden we ze een beetje te ontlopen – wat best moeilijk was, we waren tenslotte in Egypte – want ze zaten de hele tijd achter ons aan met hun spulletjes: handgemaakte kameeltjes, kettingen, tapijten, plastic geweren, met alles eigenlijk. En dan ook nog de hele tijd ‘allemachtig prachtig achtentachtig’ en ‘tuut-tuut-tuut, groetjes van Ruud’ roepen.

Er hing daar in de lobby van dat hotel ook een enorm portret van Mubarak. Grote neus, geverfd haar, wallen onder de ogen, niet direct iemand met een warme uitstraling. Eronder, op een zuil, een vaas met bloemen.

Maar goed, nu was daar dus een revolutie gaande. Om de stemming te peilen naar Egyptisch eetcafé El Amier aan de Van Woustraat in Amsterdam. Ik was de zaak duizenden keren voorbijgewandeld, maar er nog nooit binnen geweest.

Eetcafé was een heel groot woord. Je kon er waterpijp roken, thee drinken en als je wilde haalden ze een portie shoarma voor je bij de frietzaak verderop. De eigenaar, een vrolijke krullenbol in een joggingbroek vol vlekken, keek naar de televisie, die op een Arabische zender stond.

Zijn broer – ook eigenaar – waste glazen. In de zaak hing een blauwe walm van al die waterpijpen. Op het beeldscherm de rellen. Het wachten was op de toespraak van Mubarak. Een toespraak waar de aanwezige Egyptenaren nou niet echt gespannen naar uitkeken. Ze dronken thee, rookten waterpijp en speelden backgammon; business as usual.

De thee kwam. In het glas dreef een blaadje munt en onderin zat een berg suiker. „Hij blijft”, zei de eigenaar over Mubarak. „Hij is sterke baas. Hij heeft alles al gepakt, hij zit vol.”

Hij legde uit dat politici in Egypte in de eerste plaats aan zichzelf dachten, pas als ze genoeg hadden, dachten ze aan het volk. Na dertig jaar zat Mubarak ‘vol’: hij had genoeg. Het zou stom zijn om hem juist nu in te ruilen voor een ander.

Die hele revolutie was ‘een Egyptisch probleempje’, dat het best met Egyptische logica kon worden bestreden. „Mubarak moet weg en blijven.”

Marcel van Roosmalen