Egyptische leger wordt steeds zichtbaarder

De toestand: Het Egypte van piramides, sfinx en foto’s met kameel is de afgelopen dagen snel veranderd in een razende anarchie waarin oppositieactivisten en gewone burgers massaal het vertrek van president Hosni Mubarak eisen en plunderaars hun slag slaan. De politie die begin vorige week nog probeerde de betogers van straat te slaan, is nauwelijks meer te zien. In haar plaats is het leger gekomen, maar de militairen op straat maken geen aanstalten de bevolking van straat te schieten. In tegendeel, op diverse plaatsen wordt een verbroedering tussen betogers en militairen gemeld. De legertop aan de andere kant is zichtbaarder geworden in het bewind in de persoon van Omar Suleiman, eerst chef van de militaire inlichtingendienst en later van de nationale inlichtingendienst, als vice-president en ex-luchtmachtcommandant Ahmed Shafiq als premier. Net als de politie hebben ook de gevangenisbewakers de moed verloren en dat betekent dat op grote schaal gevangenen zijn ontsnapt, oppositiefiguren maar ook duizenden gewone misdadigers. Ze zijn samen met inwoners van arme wijken massaal aan het plunderen en inbreken geslagen. Bewoners van de rijkere wijken organiseren een soort milities die plunderaars weer aan het leger overhandigen.

De achtergrond: Net als de meeste andere Arabische landen heeft Egypte een bejaard regime (Mubarak is 82, zijn regime 30 jaar oud), een kwakkelende economie, hoge werkloosheid, stijgende voedselprijzen, een zeer jonge bevolking en een repressief systeem, met als rechtvaardiging het vermeende fundamentalistische gevaar. Protesten van de oppositie – zoals de broodrellen in 1977 en betogingen tegen gestegen voedselprijzen in 2008 – werden altijd gesmoord in een zee van oproerpolitie. De VS en andere westerse bondgenoten beleden met de mond hun wens tot democratisering, maar deden niets uit angst voor een fundamentalistische machtsovername. De vlucht van de Tunesische leider Ben Ali heeft de opposanten echter onvermoed elan gegeven.

Hoe verder? Gisteren was er nog geen teken dat president Mubarak van plan is op te stappen. Maar er zal een eind moeten komen aan wat er gisteren uitzag als een impasse tussen betogers en regime. Mubarak kan aankondigen dat hij geen kandidaat zal zijn in de presidentsverkiezingen die in september plaatshebben, en hopen dat dat genoeg is om de betogers naar huis te krijgen. Het is mogelijk dat de militaire top, waarop zijn regime steunt, zich net als de betogers door Tunesië laat inspireren en Mubarak naar Saoedi-Arabië stuurt, waar hij Ben Ali gezelschap kan houden. Er zou dan een militaire interim-leider kunnen komen. Het is niet waarschijnlijk dat de betogersmassa’s zich bij de eerste optie zouden neerleggen; misschien zouden ze morrend de tweede accepteren. Maar het kan ook dat het leger, inclusief Mubarak, uiteindelijk besluit de opstand met geweld neer te slaan of dat het volk in een echte revolutie de macht grijpt. Probleem is dat de oppositie geen echte leiders heeft – noch de in het Westen toegejuichte Mohamed ElBaradei noch de zo gevreesde Moslimbroederschap heeft doorslaggevende aanhang.

Vooruitzicht: totaal onduidelijk.