De uitslag is maar een prognose

Het is geen kip-of-ei-kwestie. Sinds wielrenner Tom Simpson in 1967 na een beklimming van de Mont Ventoux zijn laatste adem uitblies, weten we dat doping er eerst was en toen pas de dopingcontrole.

Laboratoria en trage tuchtrechtprocedures hebben daarna veel van de pret bedorven. En ze hebben ervoor gezorgd dat op de vraag wie de Tour de France in 2006 heeft gewonnen, maar bij weinigen zomaar het antwoord te binnen schiet.

Het was Oscar Pereiro Sio.

Alleen werd dat pas op 11 mei 2007 bekendgemaakt, ruim negen maanden nadat Floyd Landis op de Champs-Elysées in de gele trui als eindwinnaar was gehuldigd.

Bij de Amerikaan was daarna doping ontdekt. De procedure die volgde, had het tempo van een surplace. Het zal dus ook nog wel een tijd duren voordat we zeker weten dat de niet-geletruidrager Andy Schleck de Tour van 2010 blijkt te hebben gewonnen wegens de nul komma veel nullen vijf picogram clenbuterol in het lichaam van Alberto Contador.

De uitslag van een wielerkoers is een prognose geworden en het finishdoek een startsein.

Bij de WK veldrijden voor beloften wonnen zaterdag twee Nederlanders, Lars van der Haar en Mike Teunissen, goud en zilver. Tenminste: daar leek het toch echt op, toen ze in het Duitse Sankt Wendel op het podium naar het Wilhelmus stonden te luisteren.

Toch maar afwachten dus. Geef eerst maar eens antwoord op deze kip-of-ei-vraag: wie of wat was er eerder: de heks of de heksenjacht?

Op dat podium een jaar geleden, in het Tsjechische Tabor, stond de Pool Pawel Szczepaniak op de hoogste trede met naast hem als tweede zijn broer Kacper. Bijna zes weken later werd bekend dat ze op epo waren betrapt. Twee maanden later strafte de internationale wielrenunie Pawel (21) en Kacper (19) met raadselachtig lange schorsingen: acht en vier jaar. Kort daarvoor was het Kacper net niet gelukt om zichzelf met een mes te doden.

Hij gold als een grote belofte.

John Kroon