De rozengeur is terug op de veiling

De sierteelt herstelt zich. Voor veiling FloraHolland was 2010 een topjaar. Maar de totale productie aan bloemen en planten ligt nog onder topjaar 2007.

Het bouquet van de White Naomi is hemels. Rob van Starkenborg, inkoper van bloemengroothandel Weerman, steekt zijn neus diep in een boeket van deze ‘grootbloemige’ witte rozen. „Rozengeur komt helemaal terug”, zegt Van Starkenborg, „de consument vraagt ernaar.”

Weerman is gevestigd in de vestiging Aalsmeer van FloraHolland. ’s Ochtends in alle vroegte slaan de inkopers van het bedrijf tussen de concurrenten hun slag ‘via de klok’ in de afmijnzalen van de veiling. De bloemenmeisjes – opstekers genoemd – houden een sample van het te veilen product omhoog en vliegensvlug wisselen bloemen en planten van eigenaar. Weerman heeft weinig van de crisis gemerkt, zegt Van Starkenborg. „2009 was niet slecht voor ons en 2010 ook niet.

Maar de sector als geheel leed zwaar. 2009 was een jaar van diepe crisis voor FloraHolland, met een terugval in de omzet van 5 procent. De veiling heeft naast Aalsmeer nog vijf andere vestigingen, waaronder een joint venture in Duitsland. Het herstel kwam snel; in 2010 steeg de omzet al weer met 7 procent, tot 4,13 miljard euro, een hoger niveau dan ooit tevoren. „Vooral bij de consument is het vertrouwen terug, bedrijven die bloemen bestellen zijn nog wel wat terughoudender’’, zegt algemeen directeur Timo Huges van FloraHolland. De veiling is een coöperatie van kwekers en streeft niet naar winstmaximalisatie, maar „naar efficiënte afzet tegen de laagst mogelijke kosten”, zegt Huges. Een percentage van de opbrengst van de kweker gaat naar de veilingorganisatie om de kosten te dekken.

De fluctuatie in de cijfers komt door buitenlandse afzetgebieden, goed voor 85 procent van de omzet. Naar belangrijke exportbestemmingen als het Verenigd Koninkrijk kelderde de uitvoer in 2009, om in 2010 weer net zo snel aan te trekken. „De afzet op de binnenlandse markt is constant. Bloemen zitten in het dna van de Nederlanders’’, zegt Huges.

Het herstel betekent nog niet dat de sierteelt er volledig bovenop is. De productie lag met 5,235 miljard euro vorig jaar nog net iets lager dan de 5,285 miljard van 2007. Volgens berekeningen van de landbouwuniversiteit Wageningen bedroeg het gemiddelde netto-inkomen van een tuinbouwbedrijf in 2010 rond de 25.000 euro, een sterke verbetering ten opzichte van een jaar eerder, maar nog steeds te weinig om geld over te houden voor investeringen. Een op de vijf bedrijven heeft het zwaar. Eigenaren hebben extra krediet aangetrokken en een beroep gedaan op de garantieregeling werkkapitaal van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Olaf van Kooten, hoogleraar horticultuur in Wageningen denkt dat de bloementeelt, door Nederlandse kwekers, verder zal verschuiven in de richting van de evenaar. Vooral de teelt van rozen – de roos is verreweg de meest gekweekte snijbloem – heeft in toenemende mate plaats in Kenia, Ethiopië en landen in Latijns- Amerika, omdat daar de productiekosten veel lager zijn. Zelfs met het vervoer van de bloemen per vrachtvliegtuig is het voor kwekers nog steeds voordeliger om in warme landen te telen, zegt Van Kooten. „En ondanks het luchttransport is ook de CO2 uitstoot per bloemsteel nog altijd lager dan bij de kweek onder glas in Nederland.” Sijas Akkerman, teammanager landbouw en economie bij Natuur en Milieu erkent dit. Het vliegverkeer is minder vervuilend dan de kweek in Nederland. „De oplossing ligt wat ons betreft in de energiezuinige kas in Nederland en niet in uitbreiding van de teelt in het buitenland.”

Maar Van Kooten denkt dat de kwekers toch blijven kiezen voor de tropen. „Er wordt nu gekeken naar de technische mogelijkheden om rozen per zeecontainer te vervoeren, op een constante temperatuur van 1 graad Celsius. Ik sluit niet uit dat dat straks kan. En dan is het afgelopen met de rozenteelt in Nederland.” Volgens Van Kooten stellen ondernemers investeringen in Nederland daarom doelbewust uit.

Voor FloraHolland maakt de geografische herschikking weinig uit: de bloemen worden allemaal geïmporteerd en via de veilingen in Nederland geherexporteerd. Maar op de werkgelegenheid heeft het wel grote invloed. Het aantal werknemers in de bloementeelt onder glas is in tien jaar tijd met een kwart verminderd, van 42.000 in 2000 naar 31.600 in 2009.

Mark-Jan Terwindt, manager van FloraHolland Connect, zegt dat er met het einde van de crisis „investeringsdrift’’ in de kwekers is gevaren, waarbij hij geen onderscheid maakt tussen investeringen van Nederlandse kwekers in eigen land en over de grens. Connect is de divisie die de rechtstreekse verkoop overziet tussen kwekers en afnemers, zonder de klok – Connect is goed voor 37 procent van de omzet, de andere 63 procent gaat via de afslag. Terwindt ziet dat er een schaalvergroting plaatsheeft in de sierteelt. Er komen minder kwekers en de overbleven ondernemers hebben grotere bedrijven.

Directeur Timo Huges van FloraHolland ziet de huidige regering als grote bondgenoot van de tuinbouw. „Rutte draagt de ‘greenports’, de centra van de Nederlandse tuinbouw, een warm hart toe.” Dat moet ook wel, vindt hij, want de tuinbouw is met zijn exportwaarde van 15,5 miljard euro in 2010 een „belangrijke pijler” van de Nederlandse economie.

De zittende regering heeft beloofd de subsidieregeling aan de sierteelt, voor proces- en productinnovatie, door te zetten. Zo werken het productschap Tuinbouw, het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie en brancheorganisatie LTO samen in de ‘Kas als Energiebron’ (KaE). Dit programma is er op gericht het gebruik van fossiele brandstof terug te dringen en de uitstoot van CO2 te verlagen.

Het ambitieuze doel was om in 2020 alle nieuwe kassen energieneutraal te laten draaien. Maar dit streven heeft forse vertraging opgelopen, zo erkent KaE in zijn jaarplan 2011. De organisatie noemt twee redenen: de zwakkere financiële situatie in de glastuinbouw en „knelpunten” bij de toepassing van zonne-energie. „De realisatie dreigt circa drie jaar vertraging op te lopen”, staat in het jaarplan. Volgens hoogleraar Van Kooten is de ‘terugverdientijd’ voor de tuinders te lang. „Ze moeten fors investeren in nieuwe energiesystemen en dat betaalt zich pas na zeven of acht jaar terug.”

De sector heeft nog een ander project lopen onder de naam MPS, milieuprogramma sierteelt. Hierin krijgen bloemen en planten een label A, B of C – A is de categorie waarbij de minste bestrijdingsmiddelen, energie en water worden gebruikt. Een derde initiatief is het Platform Duurzame Glastuinbouw, waarin overheid en bedrijfsleven samenwerken.

Natuur en Milieu prijst de plannen van de telers. „Binnen de landbouwsector lopen de siertelers voorop wat betreft innovatie op het gebied van energie en bestrijdingsmiddelen”, zegt Sijas Akkerman van de milieuorganisatie.