De president is weg, maar het regime blijft in Tunesië

An inhabitant of the central Tunisian region of Sidi Bouzid is wearing an image of ousted Tunisian president Zine El Abidine Ben Ali over his shoe during a protest in front of the Government palace in Tunis on January 27, 2011. Thousands rallied in Tunisia to call for old regime politicians to be ousted after the fall of president Zine El Abidine Ben Ali, as a popular exiled Islamist leader prepared his return. AFP PHOTO / STR AFP

DE TOESTAND

De Tunesische opstand die tot de val van de Tunesische leider Zine al-Abidine Ben Ali leidde, had ook vorig jaar kunnen gebeuren of misschien ook volgend jaar. De zelfverbranding van Mohammed Bouazizi in Sidi Bouzid die op 17 december het protest tegen Ben Ali losmaakte, was op zich niets nieuws. Op 3 maart 2010 stak bijvoorbeeld Abdessalem Trimech zich in brand voor het gemeentehuis van Monastir. De politie had de kar in beslag genomen waarmee hij groenten verkocht, de enige bron van inkomsten voor zijn gezin. Dat was een bijna identieke zaak als die van Bouazizi in Sidi Bouzid, maar Bouazizi’s zelfverbranding werd toevallig wél opgemerkt en via Twitter en Facebook verspreid.

Ben Ali probeerde eerst het protest neer te slaan, maar de betogers waren de angst voorbij. Uiteindelijk was het snel voorbij met zijn presidentschap dat eigenlijk voor het leven had moeten zijn. Op 14 januari vluchtte hij naar Saoedi-Arabië. De rest van zijn regime bleef aan de macht.

DE ACHTERGROND

Tunesië is een plezierige toeristenbestemming maar Ben Ali (74) had het land al 23 jaar in een ijzeren greep. Wie protesteerde kon naar de gevangenis. Internationale persorganisaties hadden zijn regime uitgeroepen als ‘kampioen van de internet-afknijpers’. Het in het Westen geaccepteerde excuus was dat anders de moslim-fundamentalisten aan de macht zouden komen. „Veel Tunesiërs zijn gefrustreerd door het gebrek aan politieke vrijheid en kwaad over de corruptie van de First Family, de hoge werkloosheid en regionale ongelijkheid”, meldde de Amerikaanse ambassadeur in Tunis in 2009 in een door WikiLeaks gepubliceerd bericht.

In vergelijking met veel andere Arabische landen is het compacte Tunesië hoog ontwikkeld, en de economie doet het ook niet heel slecht. Maar de welvaart is zeer ongelijk verdeeld; de toeristische bestemmingen aan de kust zijn een stuk rijker dan het gemarginaliseerde binnenland waar het protest begon. Bovendien is de werkloosheid hoog, 14 procent. Vooral de stroom jongeren met een bachelor of master die de universiteiten produceren, vindt nauwelijks werk. De patserige weelde van de familie van de president zette daartegenover veel kwaad bloed.

Wat nu?

Ben Ali’s vertrek geldt in het buitenland als de ‘Jasmijnrevolutie’, maar in Tunesië zelf is die karakterisering minder populair. Er is (nog) helemaal geen sprake van een omwenteling. Zijn parlementsvoorzitter is interim-president en zijn premier van tien jaar nog steeds premier. Zijn partij heeft nog geen plannen om de macht op te geven. Gisteren keerde de verbannen fundamentalistenleider Rachid Ghannouchi in zijn land terug. Verwacht wordt dat zijn aanhang te zijner tijd in verkiezingen een belangrijke rol kan spelen.

VOORUITZICHT

Ben Ali’s regime zet het bewind zonder hem en de Familie met meer ruimte voor oppositie voort. Een andere optie is dat een gematigd islamitisch bewind op den duur aan de macht komt.