De oppositie in Minsk deelt alleen de cel

Loekasjenko gebruikt gevangen leiders van de oppositie als wisselgeld in EU-onderhandelingen. Vrij hoeft hij hen niet te vrezen.

In de grote boekwinkel tegenover het presidentiële paleis zijn de dichtbundels van presidentskandidaat Vladimir Nekljajev niet meer te koop. „Na nieuwjaar werden ze op bevel van hogerhand uit de schappen gehaald”, bekent de verkoopster.

De boekverwijdering staat symbool voor het lot van de Wit-Russische oppositie: Nekljajev en zijn collega’s zijn sinds de frauduleuze verkiezingen van 19 december en het protest daarna in ongenade gevallen, en president Loekasjenko wil hun sporen uitwissen. Jammer is alleen dat de EU die zuivering in de weg staat. Want als Brussel vandaag behalve een visumverbod voor Wit-Russische regeringsfunctionarissen ook economische sancties tegen Minsk invoert, dan is dat een klap voor de nationale economie, die in crisis verkeert.

Om die sancties te voorkomen, werden gisteravond onverwacht zeven politieke gevangenen – onder wie Nekljajev en Irina Chalip, de vrouw van de nog gevangen zittende presidentskandidaat Andrej Sannikov – vrijgelaten en onder huisarrest geplaatst. „De oppositieleiders zijn het wisselgeld van Loekasjenko in zijn onderhandelingen met de EU”, zegt politicoloog Dzianis Melyantsou van het Wit-Russische Instituut voor Strategische Studies. „In ruil voor financiële steun en een toekomstig samenwerkingsverdrag zal hij ze binnen niet al te lange tijd vrijlaten. Op die manier keert hij terug naar zijn onderhandelingspositie van voor de verkiezingen. Hij heeft geen keuze, anders wordt de economie verwoest. Ook weet hij dat de EU een zwakke onderhandelingspartner is, die makkelijk tot concessies is te bewegen.”

Viktor Martinovitsj, schrijver en adjunct-hoofdredacteur van de vooraanstaande krant Belgazeta, meent ook dat de oppositieleiders, die wegens het aanzetten tot massale onlusten tot 15 jaar cel kunnen worden veroordeeld, geen lange straffen te wachten staan. „Loekasjenko heeft de EU ook nodig, omdat hij niet te afhankelijk van Rusland wil zijn. De gevangenen zouden zelfs al voor het begin van het proces kunnen vrijkomen.”

Martinovitsj, wiens roman Paranoia eind vorig jaar uit de boekhandel verdween omdat er een dictatoriaal regime in werd verbeeld dat veel op dat van Loekasjenko leek, is somber over de toekomst van de oppositiepartijen. „De komende jaren kan de oppositie het wel vergeten”, zegt hij. „Daarna zal niemand het meer wagen in het openbaar aan politiek te doen. Want de schrik zit er sinds 19 december bij iedereen goed in.”

Grote vraag is wat er gebeurt als de oppositieleiders eenmaal vrijkomen. Zullen ze zich dan eindelijk verenigen? „Nee”, zegt politicoloog Melyantsou stellig. „Er bestaat geen enkele solidariteit tussen hen, ook al delen ze nu een gemeenschappelijk lot.”

Opvallend is dat die verdeeldheid geen ideologische achtergrond heeft. Ze wordt veroorzaakt door de onenigheid tussen de sponsors van de verschillende presidentskandidaten, zegt Melyantsou. De financiers van Nekljajev waren bovendien anoniem, waarmee hij de verdenking op zich laadde door het Kremlin of de staf van Loekasjenko te worden gefinancierd. „Als de sponsors het niet met elkaar eens zijn, is het onmogelijk om eenheid te bewerkstelligen. Tegelijkertijd hadden de oppositieleiders geen eenheid nodig, want ze wisten toch dat er van Loekasjenko niet te winnen viel. De verkiezingen hebben ze gebruikt om hun eigen partijprogramma voor de parlementsverkiezingen van 2012 te kunnen propageren.”

Maar er is ook een langetermijnfactor die het succes van de Wit- Russische oppositie in de weg staat, zegt Melyantsou. „De oppositieleiders maken al sinds de jaren 90 ruzie met elkaar. Bovendien zijn het nog steeds dezelfde gezichten als toen. Dat ze op 19 december een gemeenschappelijke demonstratie hielden, kon alleen omdat ze beseften dat het onzin zou zijn om afzonderlijke betogingen te organiseren. De meeste betogers kwamen bovendien niet voor hen, maar uit woede over de vervalste uitslagen. In het algemeen hebben de Wit-Russen een bloedhekel aan de oppositieleiders, omdat die geen alternatief bieden voor Loekasjenko.”

De zwakte en verdeeldheid van de oppositie verschillen niet van die in de meeste andere ex-Sovjetrepublieken. Behalve de Baltische staten, die sinds een paar jaar lid van de EU zijn, heeft geen van hen een traditie van democratisch bestuur. Melyantsou: „Het is ook moeilijk om een partij op te bouwen als je wordt onderdrukt en tegengewerkt en er geen gezonde binnenlandse financiering bestaat, omdat het zakenleven vrijwel geheel afhankelijk is van de machthebbers. Het gevolg is dat de oppositieleiders met hun geruzie zullen doorgaan tot hun dood.”

En Loekasjenko? Melyantsou: „Die zal op den duur een regime invoeren zoals nu in Rusland bestaat: een autoritaire staat met hem als oppermachtige premier.” Als hij ooit terugtreedt als president blijft hij, net als Poetin, regeren. „Loekasjenko zal aan de macht blijven tot aan zijn dood. Dat is nu eenmaal ons lot.”