Coosje Smid: 'Ik zing over alles'

Geboren in de jaren 80, kind van beroemde ouders, nu zelf actief. Portret van een generatie, deel 3

Coosje Smid (1989) is singer/songwriter en actrice. Ze studeerde in 2009 af aan de popacademie en heeft sinds 2008 een platencontract bij Sony. Ze heeft een EP uitgebracht, Happy Ending, en is nu bezig aan een nieuwe plaat onder de werktitel Rosemary’s Baby. Voor haar eerste filmrol in Joy, van regisseur Mijke de Jong, kreeg ze een Gouden Kalf voor de Beste Vrouwelijke Bijrol. Ook schrijft ze columns voor Viva.nl. Haar vader is operazanger, radiomaker en tv-persoonlijkheid Ernst Daniël Smid.

„Als kind wilde ik Linda, Roos en Jessica worden. Alle drie tegelijk. Ik wilde acteren en zingen. Dat laatste dan wel iets beter. Ik haal niet snel genoeg voldoening uit één ding. Ik doe gewoon het liefst alles wat ik leuk vind, of dat nou één, twee of zestien dingen zijn. Ik wil het allemaal ontdekken. Dus rolde ik min of meer bij toeval in een filmrol en ging met een demootje naar Sony en zei: ‘Hallo, ik ben leuk!’

„Nee, ik zing geen aria’s van Bach. Ik heb een heel andere muziekstijl, popliedjes met een vleugje rock. Ik zie er ook heel anders uit dan mijn vader, we steken wat dat betreft lekker bij elkaar af. Maar toch worden we altijd vergeleken. Als kind van een bekende Nederlander ben je nou eenmaal altijd De Dochter Van. Vooral in de muziek is een vergelijking voor buitenstaanders makkelijk te maken. Zo’n beroemde vader, dat zal dus wel helpen. Iedereen denkt bij voorbaat ‘die komt er toch wel’. Mijn vader niet. Die zegt: ‘Ga jij maar es op je muil’. Natuurlijk, ik kom sneller op de juiste feestjes met de juiste mensen. Maar ik moet steeds weer laten zien dat ik zelf echt iets kan. Vroeger, toen ik klein was, moesten kinderen van hun ouders met mij spelen omdat mijn vader mijn vader was. Alsof ze mij alleen maar leuk vonden omdat hij met z’n kop op tv was.

„In de filmwereld wisten ze niet wie mijn vader was. Of mensen deden alsof ze het niet wisten. In ieder geval was het geen issue. Dat Gouden Kalf was dan ook de mooiste bevestiging die ik kon krijgen. Dat het echt om mij ging. Ik haal daar veel voldoening uit. Dat ik iets kan wat alleen ik kan, en niet mijn vader. In mijn speech ben ik ook helemaal vergeten om mijn ouders te bedanken, maar dat kwam vooral omdat ik alleen maar kon huilen. Kind van een beroemde ouder zijn is lastig, voornamelijk tot het moment dat je jezelf echt bewezen hebt. Hoewel, je moet jezelf natuurlijk constant blijven bewijzen. Dat heb ik gedaan door goed te acteren en daar kreeg ik een prijs voor. En nu moet ik blijven bewijzen dat ik ’m ook waard ben.

„Acteren, zingen en schrijven, het is allemaal een kwestie van een gevoel overbrengen dat dicht bij jezelf komt. Muziek is van al die disciplines echt mijn therapie, ik zing over alles waar het hart vol van is. Ik heb er behoefte aan dat mensen zich met mij kunnen identificeren. Ik wil ook graag leuk gevonden worden. Mijn vader is heel hard tegen mij. Soms denk ik wel ‘wat doe je onaardig’, maar dat is dan om me te laten voelen dat ik het moet blijven waarderen. Ook mijn vrienden blijven me eraan herinneren dat ik me vooral niet te goed moet gaan voelen. Ze houden me allemaal met beide benen op de grond.”

Viola Lindner