Waren inspanningen Nederland voor Bahrami onvoldoende?

Gisteren executeerde Iran de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami. Zij werd in december 2009 - na de protesten tegen de regering - gearresteerd. Sindsdien heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken haar proberen te behoeden voor de doodstraf. Maar de inspanningen van minister Uri Rosenthal waren onvoldoende, zei NRC-correspondent Thomas Erdbrink gisteren in het achtuurjournaal:

Erdbrinks commentaar heeft een hevig debat opgeleverd op Twitter. Maar onze correspondent heeft het de afgelopen twee maanden al een aantal keren opgeschreven.

Op 6 december 2010 verklaarde de advocaat van Bahrami in NRC Handelsblad dat de Nederlandse Staat ‘niets doet voor Bahrami’:

Bahrami’s advocaat zegt dat geen enkele Nederlandse vertegenwoordiger met haar of de rechtbank contact heeft opgenomen. Niemand vraagt hoe het gaat, er is geen enkele druk op de rechters, zegt ze. Ik zou verwachten dat de Nederlandse Staat meer om zijn burgers zou geven. Ze zouden ten minste kunnen laten zien dat de zaak hun aan het hart gaat.

Op 13 december 2010 gaf minister Rosenthal geen toestemming aan het vliegtuig van zijn Iraanse collega om te tanken in Nederland, waarop de Iraanse minister een geplande ontmoeting afzegde. Erdbrink schreef toen het volgende:

Voor de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami, de activiste die in een dodencel zit in Iran, kan de afgezegde ontmoeting verregaande gevolgen hebben. Het ministerie van Buitenlandse Zaken probeert door middel van stille diplomatie de Iraniërs af te doen zien van de doodstraf. In het verleden was deze tactiek succesvol. Maar zonder ontmoetingen is er ook geen kans op diplomatie, zeggen betrokkenen.

Op 6 januari 2011 schreef Erdbrink nogmaals dat het ministerie vrijwel niets deed voor Bahrami en op 21 januari zei oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in NRC dat Iran ervan overtuigd moest worden dat het voor de relaties met Den Haag beter zou zijn om Zahra Bahrami niet te executeren.

Bot heeft tijdens zijn ambtsperiode (2003 - 2007) met soortgelijke gevallen in Iran te maken gehad, zegt hij. Zijn aanpak – altijd blijven praten – heeft vaak geleid tot strafvermindering voor de betrokkenen.

Lees hieronder de stukken van Erdbrink terug:

6 december 2010:

Doodstraf dreigt voor Iraans-Nederlandse activist
De Nederlandse staat doet niets voor de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami, die al meer dan een jaar vastzit in Iran en vrijwel zeker de doodstraf krijgt. Dat heeft haar advocaat verklaard in een gesprek met deze krant.

Na maanden vertraging stond de 45-jarige Bahrami zondag voor het eerst terecht in Teheran. De beschuldiging is drugshandel, deelname aan anti-regeringsprotesten en lidmaatschap van een gewapende oppositiegroep. Een tweede en vermoedelijk laatste zitting zou over twee weken plaatshebben. Volgens haar advocaat, Jinous Sharif-Razi, kan alleen een zeer ongebruikelijke gratieverlening de vrouw nog redden van executie.

Help ons. Mijn moeder wordt opgehangen, zei Bahrami’s dochter Banafsheh Najebpour na de zitting. Volgens de 27-jarige Banafsheh is druk uit Nederland de laatste hoop voor haar moeder.

Zahra Bahrami werd op 31 december 2009 in Teheran klemgereden door een arrestatieteam, vier dagen na een gewelddadig treffen tussen anti-regeringsdemonstranten en ordetroepen. Ze vertoefde toen al een paar maanden in de Iraanse stad Karaj, vlakbij Teheran. Bahrami was midden jaren negentig met haar zoon uit Iran naar Spijkenisse verhuisd. Haar twee dochters, onder wie Banafsheh, bleven bij hun vader in Iran. Bahrami spreekt vloeiend Nederlands. Sinds 2006 woont ze in Londen.

Na haar arrestatie trof de Iraanse politie in Bahrami’s woning in Karaj 450 gram cocaïne en 420 gram opium aan. Op het bezit of verhandelen van meer dan 30 gram cocaïne staat in Iran de doodstraf. Ook bezat Bahrami volgens het rechtbankdossier een vals Spaans paspoort.

Uit het dossier blijkt verder dat Bahrami in Londen korte tijd lid was van het Verbond van Monarchisten, een schimmige organisatie die in Iran verantwoordelijk wordt gesteld voor talloze bomaanslagen. Nadat Bahrami erachter was gekomen dat de organisatie slechte bedoelingen had, zou ze volgens het rechtbankdossier contact hebben gezocht met de Iraanse ambassade in Londen om deze te waarschuwen.

Bahrami’s advocaat zegt dat geen enkele Nederlandse vertegenwoordiger met haar of de rechtbank contact heeft opgenomen. Niemand vraagt hoe het gaat, er is geen enkele druk op de rechters, zegt ze. Ik zou verwachten dat de Nederlandse staat meer om zijn burgers zou geven. Ze zouden ten minste kunnen laten zien dat de zaak hun aan het hart gaat.

Toen in augustus bekend werd dat Bahrami in Teheran vastzat, bepleitte het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken een tactiek van stille diplomatie. De zaak is ingewikkeld omdat de Iraanse staat geen dubbele nationaliteiten erkent. Achter de schermen zou worden gepoogd om de zaak-Bahrami te beïnvloeden.

Maar sinds de komst van het kabinet-Rutte, waarbij Uri Rosenthal als minister van Buitenlandse Zaken aantrad, lijkt Nederland verscheidene kansen te hebben laten schieten om Bahrami’s zaak bij de Iraanse autoriteiten te bepleiten. Zo zegden de Nederlandse autoriteiten, onder druk van Iraanse actievoerders in Nederland, op het laatste moment twee belangrijke bezoeken uit Iran af: een onderminister en het hoofd van de Iraanse staatstelevisie konden hun vlucht annuleren. Vorige week zou de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Mottaki Nederland bezoeken voor een internationale bijeenkomst in Den Haag. Daar zou ook een ontmoeting plaatsvinden met Rosenthal. Maar nadat eind november het Centrum Informatie en Documentatie over Israël (CIDI) had geprotesteerd tegen deze geheime bijeenkomst, zegde Mottaki plotseling af. Mogelijk had Rosenthal ook al besloten af te zien van de ontmoeting - maar zijn ministerie ontkent dat.

In de maanden voor Bahrami’s arrestatie, bijna een jaar geleden, was Teheran het toneel van ongekende anti-regeringsprotesten. Duizenden demonstranten werden gearresteerd. Volgens Bahrami’s dochter Banafsheh stond haar moeder weliswaar kritisch tegenover de Iraanse machthebbers, maar was ze niet bijzonder politiek geïnteresseerd. Desondanks zocht Bahrami contact met Farsi-talige oppositieradio en -televisie, zo blijkt uit het rechtbankdossier.

Vanwege haar oppositieactiviteiten beschuldigt de Iraanse staat haar nu van strijd tegen God. De straf hiervoor is de dood. Twee Iraanse demonstranten zijn om dezelfde reden opgehangen.

In een interview met de staatstelevisie, enkele maanden na haar arrestatie, zei Bahrami schuldig te zijn aan alle aanklachten. Ook aan haar ondervragers heeft ze alles tot in de details toegegeven. Die details maken het lastig om nu nog te ontkennen, zegt haar advocaat.

Gisteren trok Bahrami tijdens de rechtszaak haar verklaring echter in. Ze zei te zijn gemarteld en gedwongen te bekennen. Mocht de rechtbank dat bezwaar erkennen, dan zie ik mogelijkheden om haar zaak te bepleiten. Maar de enige echte kans is gratie of strafvermindering, zegt Sharif-Razi , die pas na de rechtszaak met haar cliënt kon praten.

Sharif-Razi is de tweede advocaat van Bahrami. Haar voorganger, Nasrin Sotoudeh, staat zelf voor de rechter op verdenking van contacten met westerse media en ‘het in gevaar brengen van de staatsveiligheid’.

Mijn moeder heeft nog hoop, zegt dochter Banafsheh. Ze gelooft dat de Nederlandse regering haar zal komen redden, dat ze niet zal worden geëxecuteerd omdat ze Nederlands is.

In een reactie zegt Buitenlandse Zaken dat het alles doet wat in zijn macht ligt om de executie van Bahrami te voorkomen.

13 december 2010:

Geen druppel kerosine door de straf van Teheran
KLM moet extra tussenstops maken door conflict met Iran

Nederland weigerde Iran de garantie te geven dat de zakenjet van een Iraanse minister hier kon tanken. De KLM is nu de dupe van de verslechterde relatie.

Nederland heeft een moeizame relatie met Iran. En met de weigering van Nederland om het zakenvliegtuig van de Iraanse minister Manouchehr Mottaki niet bij te tanken, wordt die er zeker niet beter op.

De verslechterde sfeer komt door toenemende internationale sancties vanwege Iran’s controversiële nucleaire programma. En sinds Uri Rosenthal leiding geeft aan Buitenlandse Zaken, gaat de broze relatie tussen beide landen bergafwaarts. Nederland kiest voor een onverzettelijke lijn, maar de Europese Unie volgt niet terwijl de Iraniërs hard terugslaan. Ook zit er een Iraans-Nederlandse activiste in een dodencel.

Nadat Rosenthal na Amerikaans advies had besloten geen brandstof te geven aan het toestel van zijn Iraanse collega, draaide Teheran de kerosinekraan KLM voor dicht. De maatschappij moet nu gedwongen zes keer per week dure tussenstops maken op de route Amsterdam - Teheran. Lijdzaam ziet de maatschappij toe hoe concurrent Lufthansa probleemloos rechtstreeks vliegt.

Rosenthal zegt via een woordvoerder geen mening te hebben over de verslechterde concurrentiepositie van KLM.

Anders dan de Amerikanen wil Europa juist Iraanse burgers steunen en in gesprek blijven met Iraanse leiders. Daarnaast wil het binnen bepaalde mate handel drijven met Iran. Tegelijkertijd probeert het blok met sancties het land te dwingen het verrijken van uranium te stoppen. Dit zogenaamde ‘tweesporenbeleid’ geldt voor alle lidstaten. Vorige week was Mottaki voor gesprekken in Griekenland, daarvoor in Brussel.

Toen de PVV begin november vragen stelde over de Nederlandse interpretatie van het Europese beleid committeerde Rosenthal zich aan het tweesporenbeleid en noemde het contact met de Iraanse leiders noodzakelijk. Maar toen het Iraanse ministerie om de brandstofgarantie verzocht werd in praktijk alles gedaan om het bezoek van Mottaki te frustreren. Niet alleen vroeg Nederland advies aan de VS in plaats van de EU-richtlijn aan te houden, ook schoof het de verantwoordelijkheid voor het bijtanken af op de brandstofleveranciers.

Die zeggen echter dat als van hogerhand toestemming was gegeven, Mottaki’s toestel zonder problemen brandstof had gekregen. Als de Nederlandse overheid ons vraagt te leveren, op hun verantwoordelijkheid, dan doen we dat natuurlijk, zegt een woordvoerder van een oliemultinational die anoniem wil blijven.

Beledigd zeiden de Iraniërs de reis af. De Nederlandse suggestie dat de minister ook met een lijnvlucht zou kunnen komen, droeg verder bij aan de woede. Mottaki was uitgenodigd door een aan de Verenigde Naties gelieerde organisatie die Nederland in een convenant garandeert geen enkele belemmering voor internationale gasten op te werpen.

Hoewel de relatie tussen beide landen de afgelopen jaren is verslechterd wordt er nog steeds handel gedreven. Rotterdam is een belangrijke spil in de doorverkoop van Iraanse olie. Nederland steunt diverse oppositiemedia en komt op voor mensenrechten in het land.

Voor de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami, de activiste die in een dodencel zit in Iran, kan de afgezegde ontmoeting verregaande gevolgen hebben. Het ministerie van Buitenlandse Zaken probeert door middel van stille diplomatie de Iraniërs af te doen zien van de doodstraf. In het verleden was deze tactiek succesvol.

Maar zonder ontmoetingen is er ook geen kans op diplomatie, zeggen betrokkenen. Vorige week klaagde de Iraanse advocaat van Bahrami dat Nederland niets doet voor haar client.

Adrie Tilburg, haar Nederlandse advocaat, begrijpt niet waarom het ministerie niet alles heeft gedaan om de ontmoeting met Mottaki door te laten gaan. De Nederlandse regering had deze kans moeten pakken, vindt hij. Kennelijk is Bahrami’s leven ondergeschikt aan andere belangen.

6 januari 2011:

‘Den Haag moet Bahrami helpen’
De dochter van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami, die in Iran ter dood is veroordeeld, heeft gisteren een dringend beroep gedaan op de Nederlandse regering. Die moet volgens haar, meer dan tot nog toe is gebeurd, haar best doen Bahrami van de strop te redden, zegt ze in een vraaggesprek met deze krant.

Want ze hebben nog niet veel gedaan, aldus Banafsheh Najebpour. Bahrami’s advocaat, Jinous Sharif-Razi, zei vorige maand al dat Den Haag niets deed voor haar client.

Bahrami werd 29 december door een rechtbank in Teheran ter dood veroordeeld wegens drugshandel. Najebpour hoorde dit maandag van de advocaat. Deze zei gisteren te hebben gewacht met het naar buiten brengen van het vonnis tot zij Najebpour in persoon kon spreken.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag is de afgelopen tijd juist alles in het werk gesteld om bijstand te verlenen, maar weigeren de Iraanse autoriteiten elke toegang. Die staan op het standpunt dat Bahrami een Iraans staatsburger is waar Nederland geen bemoeienis mee hoeft te hebben. Om die reden werden Nederlandse ambassademedewerkers ook niet tot het proces toegelaten. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) heeft gisteren via de Iraanse ambassadeur in Den Haag opnieuw gevraagd consulaire bijstand voor Bahrami mogelijk te maken.

Na Bahrami’s arrestatie op 31 december 2009, trof de Iraanse politie in Bahrami’s woning in Karaj 450 gram cocaïne en 420 gram opium aan. Op het bezit of verhandelen van meer dan 30 gram cocaïne staat in Iran de doodstraf. In drugszaken is in Iran geen beroep mogelijk. De enige uitweg is een gratiecommissie. Bahrami’s dochter wees erop dat weinig mensen daar succesvol zijn geweest, tenzij er zware druk wordt uitgeoefend. In dat verband vroeg ze de Nederlandse regering als democratische regering die die mensenrechten verdedigt de pressie op te voeren. Anders is er niet veel hoop.

Bahrami’s advocaat onderstreepte dat ze niet kan worden opgehangen tot haar tweede proces, wegens deelname aan anti-regeringsprotesten en lidmaatschap van een gewapende oppositiegroep, is afgerond. Daarvoor is nog geen datum vastgesteld.

Bahrami is midden jaren 90 met haar zoon naar Spijkenisse verhuisd. Haar twee dochters bleven bij hun vader in Iran. Bahrami spreekt vloeiend Nederlands. Sinds 2006 woonde ze in Londen.

21 januari:

Ben Bot mengt zich in de zaak-Bahrami
Iran moet ervan worden overtuigd dat het voor de relaties met Den Haag beter zou zijn om Zahra Bahrami niet te executeren. Dat zegt oud-minister Ben Bot.

Ben Bot, oud-minister van Buitenlandse Zaken, heeft bij de Iraanse ambassadeur gepleit voor strafvermindering voor Zahra Bahrami. In Iran is tegen deze Iraans-Nederlandse vrouw de doodstraf uitgesproken, voor bezit van 450 gram cocaïne.

Het is zaak om achter de schermen te proberen de Iraniërs ervan te overtuigen dat, hoewel ze hun eigen onafhankelijk rechtssysteem hebben, het voor de relaties beter zou zijn om deze vrouw niet te executeren, zegt Bot.

Bot is tegenwoordig werkzaam bij een Haags lobbybureau. Hij zegt dat hij op verzoek van vrienden van Bahrami de Iraanse ambassadeur heeft benaderd. Die heeft Bot vervolgens inzage gegeven in het strafdossier.

Bahrami (45) werd eind december 2009 in Teheran gearresteerd op verdenking van drugsbezit, deelname aan anti-regeringsprotesten en lidmaatschap van een gewapende oppositiebeweging. Voor de laatste twee beschuldigingen volgt nog een tweede rechtszaak tegen Bahrami. Zij ontkent alle beschuldigingen.

Volgens de Iraanse ambassade in Den Haag was Bahrami betrokken bij het smokkelen van cocaïne naar Iran en opium naar Nederland. De vertegenwoordiging wees er in een brief aan deze krant op, dat Iran een groot drugsprobleem heeft en 3.400 agenten heeft verloren in de strijd tegen drugs.

Bahrami zou volgens de brief tijdens haar arrestatie in het bezit zijn geweest van drie verschillende paspoorten (uit Iran, Nederland en Spanje) met verschillende persoonsgegevens. Ook benadrukt de ambassade dat er nog juridische procedures plaats moeten vinden voor de doodstraf definitief wordt.

Ben Bot (CDA) heeft tijdens zijn ambtsperiode met soortgelijke gevallen in Iran te maken gehad, zegt hij. Bot was minister van Buitenlandse Zaken van 2003 tot 2007. Zijn aanpak - altijd blijven praten - heeft vaak geleid tot strafvermindering voor de betrokkenen.

Eind november ging een ontmoeting tussen de Nederlandse minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) en zijn Iraanse collega Manoucher Mottaki op het laatste moment niet door. De Iraniërs zegden af, nadat de Nederlandse regering weigerde de garantie te geven dat zijn zakenvliegtuig zou worden bijgetankt tijdens een bezoek aan een organisatie van de Verenigde Naties in Den Haag. Beide bewindslieden zouden daar over de zaak-Bahrami spreken, zo zegt een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Terwijl de Verenigde Staten Europese olieleveranciers onder druk zetten om geen brandstof meer aan Iran te verkopen, staat de Europese Unie dit juist toe. Desondanks vroeg Rosenthal advies aan de Amerikanen of het toestel had kunnen worden bijgetankt. Die gaven een negatief antwoord, aldus bronnen in Obama’s regering.

Of een publiek Nederlands gebaar de gesprekken nu vlot zou kunnen trekken, weet Bot niet. Maar ik denk dat daar weinig ruimte voor is, aangezien er zelfs al geen brandstof voor het vliegtuig van de Iraanse minister kon worden geregeld.

Op 5 januari, daags na het bekend worden van het Iraanse doodvonnis, vroeg Rosenthal de Iraanse ambassadeur in Den Haag om opheldering. Ook benadrukte hij in een verklaring dat het ministerie geen kans onbenut laat om het lot van Bahrami aan te kaarten bij de Iraanse autoriteiten.

Bahrami’s dochter, die in Teheran woont, zegt dat haar moeder radeloos is. Ze smeekt de Nederlandse regering om de druk op Teheran om haar vrij te krijgen op te voeren. Mijn moeder is een Nederlands staatsburger, aldus de 26-jarige Banafsheh Najebpour. Van een land dat zich inzet voor mensenrechten wereldwijd, verwacht ik dat ze alles doen om mijn moeder van de strop te redden.

Tijdens een gesprek op de Nederlandse ambassade in Teheran werd haar verzekerd dat alles eraan wordt gedaan om haar moeder te helpen. Maar Najebpour, een studente psychologie, zegt dat ze het idee heeft dat leidinggevenden in Den Haag onvoldoende doen om contact te krijgen met Iraanse autoriteiten.

Najebpour hoorde vanuit Nederland dat de ontmoeting tussen Rosenthal en zijn Iraanse ambtgenoot niet is doorgegaan. Dat gesprek had mijn moeder erg kunnen helpen, zegt ze.

‘Je moet in dit soort zaken altijd blijven praten’ Oud-minister Bot