Mubarak had veel profijt van sociale media kunnen hebben

Over de hele wereld helpen internetgebruikers met het verspreiden van twitterberichten ten behoeve van de demonstranten in Egypte. Zoals een noodnummer, dat het leger gisteren opende in een reactie op de plunderingen. Ook richten sympathisanten een internationaal spotlight op de protesten, met heroïsche filmpjes als deze die honderdduizenden keren bekeken worden. The Huffington Post heeft er reportage over geschreven. Soms hebben deze digitale acties direct effect: in Tunesië werd afgelopen maanden bekende anti-overheidsblogger binnen no-time minister van sport. Geen wonder dat president Mubarak het internet geblokkeerd heeft. Toch?

Nee, het is juist hartstikke zwak van de Egyptische president, schrijft Scott Shane in The New York Times. Een beetje modern totalitair regime maakt juist gebruik van al die twitterende en facebookende demonstranten. Zo speurden de Iraanse veiligheidsdiensten in juni 2009 via Twitter revolutionairen op en organiseerden ze met behulp van twitterfoto’s zelfs collectieve opspooracties.

Iran staat daar niet alleen in, Shane haalt ook voorbeelden uit Syrië, Rusland en China aan. In het boek The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom worden ze door de Wit-Russische Amerikaan Evgeny Morozov uitgebreid besproken. “Facebook is een geweldige database voor de overheid”, aldus een Syrische activist in dat boek.

De conclusie van Shane: als Mubarak een beetje met zijn tijd was meegegaan, had hij via Twitter en Facebook de grootste opruiers kunnen opspeuren. In plaats daarvan sloot hij die belangrijke informatiebron juist af:

It was a desperate move from an autocrat who had not learned to harness the tools his opponents have embraced.